Alaska – Augustus 2014

posted in: Vakantie | 0

22 Aug 2014: Denver -> Anchorage

Het is eindelijk vrijdag en vanmorgen niet naar het werk, maar toch vroeg opgestaan. Gepke knipt nog even snel mijn haar voordat ik onder de douche stap. Ik ga Dax naar de dierenarts brengen, vanwaar de kennel Shylo haar komt ophalen. Zij blijft de twee weekjes die wij in Alaska zijn bij Shylo door. Op dat moment weten we nog niet dat onze oude buurvrouw Houkelien daar tegenwoordig werkt. Zij belt ons later op het vliegveld omdat ze verrast is om Dax daar te zien. Houkelien is degene die Dax 15 jaar geleden heeft gevonden en bij ons heeft achtergelaten toen niemand haar claimde. Kleine wereld en leuk voor Dax dat daar iemand is die een extra oogje op haar kan houden nu ze een dagje ouder wordt.

Intussen is onze huidige buurvrouw Liz aangekomen en zal ons naar het vliegveld brengen. Onze koffers dumpen we bij de eerste beste persoon die ze op de stoep bij het vliegveld will aanpakken en belooft ze naar Anchorage te sturen. We geven hem nog $2 fooi voor deze moeite. Intussen wurmen wij ons door de security waar een leuke Duitse staander ons even besnuffeld in de hoop wat echte “Coloradan Pot” op ons te vinden, maar wij moeten hem (haar?) teleurstellen. We hebben de alternatieve security check gekozen die ons naar Terminal A brengt om daar met traditie te breken en te gaan ontbijten bij de “Denver Chop House” in plaats van onze gebruikelijke “Pour La France” tentje op Terminal B. Wij waren die tent eigenlijk wel beu, zeker nu de laatste tijd de croissants meer en meer op sponsjes begonnen te lijken. Na het ontbijt, wat zeer de moeite waard was, namen we alsnog de trein naar Terminal B vanwaar onze vlucht zou vertrekken. Nog even snel een stop bij de Bose winkel om nieuwe oorschelpen te kopen voor mijn koptelefoon. De noise canceling headphones doen het nog steeds best, maar de kwaliteit van de oorschelpen erop gingen schreeuwend achteruit. Zoals Bose betaamt betaalde ik me een rib uit het lijf voor nieuwe schelpjes, maar het was allicht minder dan de $350 die men wilde hebben voor een nieuwe koptelefoon.

Niet lang daarna boarden we de 737-800 richting Anchorage. Het is een rechtstreekse vlucht maar we moeten toch ruim 5 uur vliegen op stoelen waarvan de rugleuning niet naar achter kon worden gezet. De service holt over de jaren achteruit: slechts 2 keer krijg je iets de drinken aangeboden, en als je de flight attendent niet goed verstaat en nog even vragend aankijkt, krijg je een blik jouw kant opgeworpen waar je de Bering Zee mee kunt bevriezen. Ja, de friendly skies zijn mistig geworden. Vliegen is in mijn ogen een noodzakelijk kwaad, waarbij de luchtvaartmaatschappij zijn best doet je financieel beetje bij beetje uit te kleden. Wat geld voor de ticket, nog wat geld voor boekingskosten, nog een beetje brandstof toeslag, nog een beetje belasting. Oh weet je wat die koffers, daar mag je ook wel een extraatje voor betalen. Nee, eten is niet meer gratis, die kunt U kopen, net als dat alcoholisch drankje. Spreek dan gewoon van te voren een bedrag af, in plaats van ieder wissewasje af te rekenen.

Wij landen uiteindelijk rond twee uur s’middags in Anchorage. Gepke gaat de koffers opzoeken terwijl ik ons hotel op de hoogte breng, die beloven de shuttle te sturen. Die shuttle is er inderdaad na een minuut of 15 en we zijn niet veel later aan het inchecken bij de balie van de Inlet Tower Suites. We krijgen key cards voor kamer 1102 en gaan onze broodjes die we meegenomen hadden voor in het vliegtuig maar op de hotelkamer opeten. Omdat we al gauw merken dat we in slaap vallen als we in de kamer blijven rondhangen, besluiten we maar een eind te gaan wandelen richting downtown Anchorage. Onze financiële man in Denver was vroeger in Anchorage gestationeerd geweest bij de luchtmacht, en had “Humpy’s” aanbevolen om een drankje te nuttigen. Dat hebben we gedaan en hebben meteen een foto van Humpy’s naar hem geëmaild, zodat ie daar even nostalgisch naar kon staren. Wij namen een wijntje en een biertje met wat King Crab bites als hapje bij de borrel. We zaten verder nog vol van de broodjes, dus we hadden geen zin om een volledige maaltijd te nemen ook als was het nu eigenlijk etenstijd volgens de tijdzone waarin we nu verkeren. In plaats daarvan banjeren we nog wat in de stad rond tot we ergens een paar mensen zien met een ijsje. Ja! Daar hebben we wel zin in en we vragen hun waar ze die hebben gekocht. Op hun aanwijzingen vinden we het ijstentje “Bearly Enough” en kopen voor $12(!) twee ijsjes. Ze overdrijven niet als ze zeggen dat de cost of living in Alaska hoger is dan elders in Amerika; zeker voor toeristen. Ondanks dat het hier lang licht is, gaan we toch redelijk vroeg naar bed, maar voor ons gevoel is het al laat en dat klopt wel met 2 uur tijdsverschil.

23 Aug 2014: Anchorage

In etappes geslapen, en met alleen het raam open wil de kamer niet echt afkoelen dus zetten we de lawaaierige airconditioning maar aan. Tegen 4 uur is Gepke dat lawaai zo zat dat ze opstaat om hem uit te zetten. Vervolgens terug naar bed en doorgeslapen tot 7 uur. Die drie uur is het wel licht, dus het is meer na sudderen dan echt slapen. Op advies van een collega van Gepke hebben we de “Snow Goose” uitgekozen als onze ontbijtplek, maar als we daar na een lange wandeling zijn aangekomen blijkt deze geen ontbijt te serveren en is nog dicht. Ik klamp dus de eerste beste local aan en vraag een goeie plek om te ontbijten. De man, een vader met klein kind, verwees naar een broodjes winkel (Sandwich Deck) op de hoek van L Str en 6th. We lopen naar binnen en worden door een dame verwezen naar een rij waar we onze bestelling eerst moeten doen. Nadat je je bestelling hebt opgegeven krijgen je een nummer en op numerieke volgorde mag je plaats nemen als er een plek vrij komt. Een Indiase groep had het niet helemaal begrepen en was meteen gaan zitten toen ze een vrije plek zagen. Ik meldde aan de serveerster dat het eigenlijk onze beurt was, en zij deelde de groep mee dat ze nog niet mochten gaan zitten. De Indiase dame wilde alweer opstaan, maar in hun midden verkeerde ook een blanke social terrorist die niet op haar beurt wilde wachten Ik mocht van Gepke geen ruzie met haar zoeken, ondanks dat ik al een aantal goedgekozen woorden voor haar klaar had en bereid was mijn spierballen te laten zien. Wij hebben de volgende tafel maar genomen, en verder in rust lekker ontbeten. Maar bij ons vertrek heb ik (buiten het zicht van Gepke) wel even het universele gebaar gegeven, wat geschikt is voor afscheid van dit soort individuen.

Met volle buiken zijn we naar het Anchorage Museum gelopen waar we besluiten ons tegoed te doen aan het culturele goed van Alaska. De eerste (bovenste) verdieping waar we naartoe gaan is geheel gewijd aan de enorme plastic afval eiland die drijft in de circulaire stroming in de stille ocean die de “Gyre” wordt genoemd. Een verdieping lager gaat geheel over de verschillende native indian stammen, die bij ons bekend zijn onder de namen Eskimos of Inuit. Het is wel grappig te zien dat ook in onze taal Inuit woorden zijn opgenomen, zoals Kayak en Anorak. We sluiten ons museum bezoek af met een kopje koffie en een stukje banana nut bread, die bij nader inziens niet zo lekker blijkt te zijn

Het wordt tijd om de auto op te halen bij Enterprise. Het is nog een stevige wandeling naar het autoverhuurstation die we bewust niet bij het vliegveld hebben gekozen en daardoor bijna de helft besparen op het huurbedrag. We verwachten een Ford Escape mee te krijgen, maar we krijgen de “similar” toegewezen, hetgeen volgens de man achter de balie een Nissan Rogue was. Gepke haalde daarvoor haar neus op dus vroeg ik wat het alternatief was, en kregen we zonder extra toeslagen een GMC Acadia mee. Aangezien het niets extra kostte, kon ik me daarbij neerleggen. Ik zou voor een GMC, die voor mij niets meer is dan een veredelde Chevrolet, geen extra bedrag willen betalen.

Met de “rented wheels” zijn we naar Lake Hood gereden, in de omgeving van Ted Steven’s Airport. Vanaf dit meer stijgen met de regelmaat van de klok watervliegtuigen op die voor Gepke het onderwerp worden om te leren omgaan met onze de nieuwe GoPro. Terwijl Gepke hiermee speelt koop ik een kaartje voor het hier gelegen Anchorage Aviation museum waar Gepke liever niet haar tijd aan besteedt. Bij het museum geniet ik van alle oude bushvliegtuigen die hier zijn uitgestald of aan het plafond opgehangen. Ik mag ook even aan een paar mannen uitleggen hoe je zo’n oude stermotor aan de gang krijgt: “Nee geen startmotor, een patroon die veel lijkt op eentje die je in een hagelbuks doet.” Mijn uitleg schijnt niet echt over te komen, maar ze zijn wel onder de indruk van mijn verhaal over waarom een vleugel ervoor zorgt dat een vliegtuig de lucht in gaat. Nadat ik nog even in de andere hallen en buiten bij de uiteenvallende toestellen heb gekeken, voeg ik me weer bij Gepke en gaan we naar het Anchorage Heritage Center.

Het is wel een beetje laat als we hier aankomen want het gaat in anderhalf uur al sluiten. Maar als we toch ervoor kiezen kaartjes te kopen krijgen we ze voor $20 met zijn tweeën in plaats van $24 per persoon. Mooie meevaller en voor ons is dat half uurtje uiteindelijk genoeg om alles wat we willen zien te kunnen bekijken. Met name het buiten park met verschillende Inuit hutjes, walvis botten, huskies die net werden gevoerd vinden we erg leuk. Binnen zijn er wat optredens van Inuit dansen, Inuit kinderen die spelletjes spelen en wat uitstallingen van spullen de die locals hier maken van leer, kralen en textiel.

Het is een kort maar krachtig bezoek en wij gaan weer terug richting Anchorage. Onderweg stoppen we bij Carr’s om boodschappen te doen. Het blijkt dat zij ook onze Safeway card aannemen, en kunnen zo ook nog wat korting verkrijgen op onze boodschappen en koelbox die we hier kopen. Als we weer downtown zijn parkeren we naast Glacier Brewhouse om daar te gaan eten, maar de lange wachttijd (bijna een uur) doet ons doorlopen naar Orso’s. Geen goedkoop restaurant, maar ik geloof niet dat die bestaan in Anchorage, althans niet voor zover ik dat tot nu toe heb kunnen overzien. Gepke bestelt Chicken Fettucini en ik neem de Halibut; het is een maaltijd die heerlijk naar binnen gaat. We rijden weer terug naar het hotel en Gepke gaat een toetje kopen terwijl ik de administratie van de dag verwerk; ofwel dit verslag bijwerk.

24 Aug 2014: Kenai Peninsula

Het wordt tijd de rest van Alaska te bekijken. We vertrekken vanmorgen vanuit Anchorage in de richting van Kenai en Soldatna via de Seward Highway. Deze highway is volgens vele berichten een van de gevaarlijkste wegen in de US als je het aantal ongelukken optelt. Men probeert dan ook van alles om daar iets aan te doen zoals lagere maximum snelheden en programma’s zoals “Reddi”, hetgeen staat voor “Report Every Dangerous Driver Immediately”. Wat ons betreft viel het wel mee, en iedereen reed eigenlijk wel in een rustig tempo in zuidelijke richting.
Gepke heeft als ontbijt tentje “The Pond” uitgekozen die in de Alyeaska Resort in Girdwood ergens moet zitten. Nadat de GPS en Gepke d’r iPhone App even ruzie met elkaar hebben, hakken wij de knoop maar door en rijden naar het hotel aan het eind van de weg. Dit blijkt inderdaad waar The Pond is en we kunnen hier aanschuiven voor het ontbijt. We kunnen kiezen uit a-la-carte of een ontbijt buffet. Gezien de prijs van het buffet en hetgeen er wordt geboden laten we deze maar links liggen en kiezen allebei voor de gewone “two-egg breakfast” die de helft kost en net zo vullend is. Overigens mooi uitzicht vanaf het tafeltje uit het raam die uitkijkt op een typische Alaska toendra landschap met bergen in de verte. Na het ontbijt rijden we verder in de richting van Whittier maar komen op een bepaald moment aan bij een tolpoort die alleen naar Whittier gaat, terwijl wij op zoek zijn naar de Portage Glacier. De chagrijnige mevrouw in de toll booth zegt dat we weer om moeten draaien en dan verderop linksaf moeten. Braaf keren wij terug en vinden de weg naar de gletsjer waar het inmiddels is opgehouden met zachtjes te regenen. Je kon alleen met een boot bij de gletsjer komen en het zicht werd alleen maar slechter. Aangezien er wel meer dan een gletsjer in Alaska is, besloten we deze maar te laten voor wat het is en rijden verder over de Seward Highway naar de Sterling Highway richting Kenai. Na enige kilometers hier geeft de GPS aan dat we bij de Eagle Rock Lodge zijn aangekomen. Het hotel is een beetje een rommelige bijeengeraapt zooitje. Via een trap naar boven vindt Gepke het kantoor van de manager en even later kunnen we via de achterkant naar onze kamer rijden. De labrador van de eigenaar, Nick geheten, loopt vriendelijk kwispelend met ons mee. De kamer is netjes, maar mist het een en ander hier en daar: nergens haakjes aan de muur of deur om je kleding aan op te hangen, een knoert van een ijskast domineert een hoek van de kamer maar zit nergens ingeplugd, de queen size bed is aan een kant tegen de muur gedrukt zodat een van ons over de ander moet klimmen (lees: Gepke) om naar bed te kunnen. De vloeren lopen niet geheel waterpas, en het nachtkastje wiebelt er vrolijk op los. In het douchehokje zit een onduidelijke constructie aan de onderkant, die later blijkt daar te zitten om te voorkomen dat het water tijdens het douchen allemaal de badkamer inloopt.
We hebben nogal wat uren in de auto zitten turen door de regen en gaan eerst maar even een tukkie te doen.

Als we allebei wat versuft weer wakker worden is de regen weer begonnen en het blijkt dat de dakgoot ook lekker lekt vlak buiten ons raam. We gaan naar Kenai om bij de Main Street Tap Grill te eten. Gepke had volgens haar een heerlijke Blue Cheese hamburger, en ik had een vieze droge hamburger, maar misschien smaakte het alleen zo omdat het elders zo nat was geweest. Na het eten hebben we Talon Air opgezocht zodat we daar morgen niet naar hoeven te zoeken en vervolgens naar Dairy Queen om middels een ijsje de vieze hamburger te vergeten.
Als we later gaan slapen komt de regen met bakken uit de lucht en gaat de hele nacht door; het ziet er niet veelbelovend uit voor de volgende dag.

25 Aug 2014: Kenai

Het is niet makkelijk om op je vrije dag extra vroeg uit de veren te moeten, zeker niet als het buiten maar blijft regenen, maar toch rollen we rond 6:30 uur uit onze queen in de hoek. De douche overleeft ons, maar lijkt wel een stuk verder uit de muur te komen. Gelukkig is de auto niet ver weg want echt droog is het nog steeds niet. We rijden naar Odie’s Deli en kopen daar twee enorme broodjes om mee te nemen voor onderweg. Dan gaan we naar Talon Air waar we een “Bear watching” vlucht hebben gereserveerd. Als we daar ons melden betalen we het nog openstaande deel van het bedrag voor de vlucht en gaan samen met enige andere daar wachten tot het watervliegtuig wat ons komt halen zal arriveren. En inderdaad komt er na een tijdje een oude DeHavilland Otter over het water taxiën en meert aan bij de aanlegsteiger. Het blijkt echter niet onze vlucht te zijn, maar een charter van een tiental vissers die weer teleurgesteld zijn terug gekeerd omdat het weer te slecht voor ze was om de landen.

Het valt me op de het vliegtuig er verkeerd uitziet en ik zoek middels mijn iPhone op wat het is aan de hand van de registratie. Het blijkt dat ie in 2003 is verbouwd en voorzien van een modernere turbine motor, maar het originele vliegtuig is van bouwjaar 1958; ik hoop dat wij iets nieuwers gebruiken… Na een tijdje komt ook het (nieuwere) vliegtuig terug waar wij mee weg zouden moeten, eveneens met zijn originele passagiers nog aan boord. Het is overal te bewolkt om veilig te kunnen landen. We wachten met zijn allen nog een tijdje, maar uiteindelijk gooit men de handdoek in de ring. Het weer klaart niet op en onze vlucht wordt afgelast. We kunnen kiezen voor een andere dag te gaan of ons geld terug te krijgen. Aangezien we morgen alweer van plan zijn te vertrekken kiezen we ervoor ons geld terug te nemen. Het barst hier van de rondvluchten met watervliegtuigen, dus we gokken erop dat we mogelijk elders onderweg het nog een keer kunnen proberen. Het gooit wel roet in het eten van onze planning voor de dag, dus we gaan maar een Starbuck’s opzoeken om op internet een andere planning te kunnen maken. Op de terugweg van Talon Air zien we langs de weg een Moose die daar rustig stond te grazen. We draaien snel om en kunnen nog even stapvoets langs haar heen rijden om wat mooie foto’s te maken.

De Starbucks’s vinden we binnen bij de Safeway Supermarkt en nemen een kop koffie en maken gebruik van de WiFi om op de MacBook te zoeken wat we dan wel kunnen doen in de regen. Het wordt een rondje met de auto over de Skilak Lake Loop. We hopen onderweg wel ergens te kunnen stoppen voor een wandeling, maar de weergoden beslissen anders. De gravel weg is al niet van super kwaliteit, maar met alle regen lijkt het wegdek meer op een slijmweg met diepe gaten. Bijna bij het eind van de loop lijkt het even iets minder hard te regenen en gaan we wandelen bij een van de trails langs de weg. De borden bij de trailhead waarschuwen voor beren, dus ik doe wat er wordt aangeraden: lawaai maken bijvoorbeeld door luidkeels te praten. Dus Gepke heeft kunnen genieten van allerlei ouwehoer verhalen van mij terwijl we naar het meer liepen aan het eind van de trail.

Bij het meer zien we voor het eerst de grote pink salmons, later zien we deze op andere plekken ook vaak even aan de oppervlak zwemmen of even het hoofd uit het water steken. In de regen rijden we weer terug naar de Eagle Rock Lodge waarna we doorrijden naar Paradisos die warme Pizza serveert en kouwe Gyros. Ik neem het restje toch maar mee naar ons kamertje, want we hebben een ijskast en een magnetron dus mogelijk kan ik het later op de avond nog opwarmen of anders morgen als ontbijt. De lodge kamer wordt door ons verbouwd zodat de ijskast ook van stroom kan worden voorzien zodat het bakje eten in de ijskast kan worden gezet. Dan kijken we samen op de Mac naar Netflix, daar is een nieuwe engelse serie beschikbaar die “Happy Valley” heet en ons wel kan entertainen.

26 Aug 2014: Naar Seward

s’Ochtend haal ik de overgebleven gyros uit de ijskast en warm deze op in de magnetron. Het is voor mij een voorlopertje op het echte ontbijt dat we later onderweg ergens zullen eten. Rond 8 uur slaan we ijs en benzine in bij een tankstation in Soldotna en begeven ons weer op weg. Het is opgehouden met regenen en we hebben een bijna blauwe lucht en mijn stemming wordt weer ietsje beter. Ik ben dat Hollandse weer nu wel weer zat… In Coopers Landing stoppen we bij Gwin’s Lodge, waar we veel oude mensen zien zitten. Hier is ditmaal een redelijk ontbijt te krijgen, en de prijs is zelfs schappelijk maar dat komt omdat ze zichzelf hebben verrekend. Nou, het is hier overal duur genoeg dus we maken hun er ook niet op attent. De serveerster krijgt wel iets meer fooi. Terwijl we verder rijden wordt het steeds mooier weer en daarom stoppen we vaak om van de omgeving en het betere weer te genieten. Bij de “Exit Glacier”, een gletsjer die een uitloper is van de Harding Icefield maken we een langere wandeling naar de rand van de gletsjer.

Toen verder naar Hotel Seward waar we een upgrade nemen zodat we niet een badkamer hoeven te delen met andere gasten. Ik wil best sociaal zijn, maar dat houdt op bij het delen van badschimmel van onbekenden.

27 Aug 2014: Seward

Zoals gebruikelijk regent het vanmorgen weer. Schijnt hier in deze regionen normaal te zijn. Sommige mensen hier noemen het “liquid sunshine”, je moet er toch op een of andere manier een positieve draai aan geven. Wij gaan vanmorgen maar in het hotel beneden ontbijten. We worden vriendelijk ontvangen door een personeelslid die naar eigen zeggen hier niet woont, maar toevallig op dit moment hier aanwezig is. Hij schijnt uit Turkije te komen, maar zijn accent lijkt meer oost Europees. Hij regelt in ieder geval een ontbijt voor ons en kletst ons de hele tijd de oren van het hoofd terwijl wij eigenlijk liever in enige stilte willen eten. We zijn dan ook blij als we weg kunnen. We wisten nog niet of we naar de haven zouden lopen, de shuttle zouden nemen of met de auto er naartoe zouden rijden, maar het weer nam in ieder geval de optie lopen weg. Uiteindelijk besluiten we maar zelf naar de haven te rijden, waar we de auto voor $5 de hele dag op een gravelveldje kunnen parkeren. We melden ons bij het kantoor van de rondvaart maatschappij Kenai Fjord Tours waar we de instapkaarten krijgen voor onze boot: de Aialik Voyager. Rond kwart voor tien mogen we aan boord gaan en om half elf kiest de boot het ruime sop.

Het eerst stuk langzaam om de motor warm te laten lopen, en dan vol gas door de baai op weg naar de fjord en de daarin gelegen gletsjers. Onderweg stoppen we regelmatig om naar broedende zeevogels te kijken zoals zeemeeuwen, maar ook Puffin (een Papegaaiduiker in het Nederlands). De rotsen worden ook gedeeld met zeeleeuwen die eveneens “genieten” van de liquid sun, ofwel regen. Omdat we alles onderweg van dichtbij mogen bekijken wordt er regelmatig halt gehouden voor alles wat we tegenkomen, zoals bijvoorbeeld een bultrug walvis met een jonkie. Even verderop zien we nog meer bultruggen en na verloop van tijd refereert de vrouwelijke kaptein aan het water om ons heen als “Whale Soup” als we zeker 5 bultruggen om ons heen vinden. We draaien de baai in en vinden steeds meer ijs om ons heen als we dichter bij de gletsjer komen.

De temperatuur daalt en de regen neemt toe. Ik vraag nog eens even aan Gepke of we echt in ons leven ook nog een keer naar Antarctica willen, waar het waarschijnlijk nog natter en kouder is. Op dit moment ziet ze dat even niet zitten.

We varen recht op de gletsjer af en de kaptein manoeuvreert tussen de ijsschotsen door en zet dan de motor uit zodat we allemaal kunnen luisteren naar het kreunen van de gletsjer. Op deze afstand is het een imposant gezicht, het blauwe ijs wat boven ons uit torent en waar regelmatig brokken vanaf breken en met donderend geweld naar beneden vallen. Het koude natte weer doet ons echter de binnen cabine opzoeken om weer een beetje droog te kunnen worden. Langzaam vaart de boot weer weg en gaat terug naar Seward. Ook op de terugweg is weer van alles te zien: speelse zigzaggende Bruinvissen, een soort dolfijn, die vlak voor de boot uitzwemmen, een Harbor Seal die verborgen ligt tussen de rotsen en net doet of hij ook een steen is, en een hele familie zee otters die op hun rug in het water liggen te drijven en even aandachtig naar ons kijken als wij naar hun.

Het laatste stuk naar de haven zijn alle passagier zo moe van de indrukken dat veel in slaap vallen, ook wij. Eenmaal weer aan land aangekomen zijn wij wel klaar voor het diner en we rijden meteen naar Woodie’s Thai Kitchen. Gepke neemt een Penang Curry en ik eet een hele hete rijst schotel, doe volgens de serveerster zelfs nog een beetje was getemperd om mijn smaakpapillen te sparen. We vonden het in ieder geval allebei lekker. We sluiten ons vreet festijn af met een ijsje bij “The Creamery”, hetgeen eigenlijk voor Gepke net iets teveel was. Zij voelt zich wel erg vol nu; ik was ook voldaan. In de stromende regen rijden we weer naar ons hotel waar Gepke een was draait en ik nutteloos op bed TV kijk. Morgen mag ik me weer nuttig maken als we 300 Miles naar Lake Louise rijden. Ik maak me in ieder geval nog een beetje nuttig door het verslag bij te werken.

28 Aug 2014: Naar Lake Louise

Een reisdag vandaag. We vertrekken met regen uit Seward en nemen weer de weg naar Anchorage.

Tegen het middag uur komen we in Anchorage waar we inmiddels de weg al een beetje weten. Het is een beetje opgeklaard en we stoppen even voor een lunch in Anchorage bij Cafe Amsterdam. Het menu is niet zoals de naam doet vermoeden Nederlands, maar meer Duits. We houden het maar op een simpel Amerikaans eitje voor mij en Gepke. Omdat we niet weten hoeveel tank stations we onderweg nog tegenkomen, gooien we de tank hier ook nog even vol. Benzine in Anchorage is goedkoper dan elders in Alaska, maar desalniettemin veel duurder dan bij ons thuis. Via de Glenn Highway reizen we verder naar Lake Louise. De Lodge waar we aan het eind van de rit zullen verblijven bevindt zich aan een afslag van de highway. Het is zo’n 16 Miles aan deze weg die een golvende beweging maakt door de vele “frost heaves”: opbollingen in de weg vanwege het dooien en vriezen van de grond (permafrost) onder de weg.

Dit zien we wel meer met wegen die wat verder naar het noorden liggen in Alaska. Er schijnt weinig aan te doen, al probeert men hier en daar het wel weer op te vullen om het ergste deinen tijden ritten te voorkomen. Met een gewone auto als de onze is het al erg genoeg om zeeziek van te worden, maar als ik in mijn spiegeltje kijk naar een volgende RV zie ik deze af en toe bijna al door de veren gaan. De bestuurder gaat er echter niet langzamer van rijden. De weg heeft een korte afslag die eindigt bij het meer en de Lodge waar wij vannacht zullen verblijven. Ook hier weer religieuze spreuken aan de muur en een echtpaar die gelukzalig het etablissement runt. Bij gebrek aan iets anders binnen ettelijke kilometers, nuttigen wij ook het avondeten hier in de Lodge.

29 Aug 2014: Naar Valdez

Onze reis naar Valdez gaat weer verder na het ontbijt bij Lake Louise Lodge. Met volle buiken draaien we de weg op, alweer in de stromende regen en gaan na verloop van tijd de Richardson Highway op die ons verder naar Valdez zal brengen.

Onderweg stoppen we even bij de Worthington Glacier voor een korte wandeling. Hier hebben we een betere kijk op de “Morraines”, de wallen die een gletsjer achterlaat als het vooruitschuift. Vaak zitten deze onder water als er een meer aan het uiteinde va de gletsjer zit, maar deze vormen juist de rand van het kleine meertje hier. Via Keystone Canyon een stukje verderop met mooie uitzichten op de bergwanden met watervallen aan weerszijden gaan we verder en komen korte tijd daarna in Valdez aan. We rijden meteen naar onze basis voor de komende twee nachten: de Downtown B&B. Nadat we zijn ingecheckt en hebben geconstateerd dat ook hier de WiFi niet super is, gaan we de omgeving verkennen en naar het afmeer punt in de haven vanwaar onze boot naar Columbia Glacier morgen zal vertrekken. Bij het kantoortje halen we ook alvast onze boarding kaartjes op. Deze kunnen we ook gebruiken om korting te krijgen bij een aantal restaurants in het dorp.

Het is nog te vroeg om te eten en dus pakken we de auto om naar Solomon Gulch Hatchery te rijden. Bij deze vis broederij dachten we een rondleiding te kunnen krijgen, maar alles is dicht. Je kunt wel buitenom lopen en zien hoe de zalmen pogingen doen om tegen de stroom de kwekerij binnen te zwemmen. In de regen wandelen we langs de stroom en griezelen van de dooie vissen die we hier overal zien. Een zalm zwemt tegen de stroom op om kuit te schieten en dan gaat ze dood. Dat doet ze dus in dit geval hier. Er staan overal bordjes om op te letten voor beren maar we hebben er geen gezien. Wel een aantal zeehonden die op de loer lagen voor vis. Verderop voorbij de vis farm staan veel vissers op een rijtje de ene vis naar de andere binnen te halen; “combat fishing” noemen ze dat. Het gaat erom wie de grootste en zwaarste vis vangt. De meeste gooien ze na het meten en wegen weer terug, maar sommige nemen ze mee voor eigen consumptie. De weg loopt dood bij Valdez Oil Plant de olie opslag plaats aan het end van de Alaska Pipeline die begint in Prudhoe Bay. Ooit pompte men 2 miljoen barrels olie per dag door deze pijp, maar inmiddels is dat alweer teruggebracht tot zo’n 640000 barrels per dag. Nog steeds een respectabele hoeveelheid, maar het mag de benzineprijs hier in Valdez niet drukken die rond de $4.50 schommelt.

Omdat Gepke haar schoenen niet helemaal waterdicht blijken te zijn, en er een outdoor winkel naast het hotel zit, besluit zij hier nog even te gaan winkelen terwijl ik op de kamer een belangrijk dutje doe. Met onze bootkaartjes in de hand gaan we nog even een maaltijd met korting bedingen bij Mike’s Palace. Later op de hotelkamer proberen we met de zeer slechte internet verbinding naar Happy Valley te kijken; maar deze wordt afgebroken op het spannendste moment dus gaan we maar slapen.

30 Aug 2014: Boottocht naar Columbia Glacier

Bij onze overnachting is ditmaal het ontbijt inbegrepen en het wat oudere echtpaar die de B&B runt zijn druk in de weer om eten voor de de gasten te maken. Ook wij maken hier dankbaar gebruik van voordat we naar de haven wandelen.

Het belooft een stralende dag te worden, onze eerste in Alaska. We bewonderen hier de schepen die op het droge liggen. Sommige zijn van respectabele afmetingen en zien er indrukwekkend uit. Anderen hebben zo te zien hun beste tijd achter zich en als je ze zou optillen om ze weer in het water te leggen zullen ze hoogstwaarschijnlijk uiteenvallen. We lopen naar het uiteinde van de haven en dan weer terug om via het lager gelegen deel van de haven waar de boten liggen afgemeerd terug te lopen naar de boot die ons zal vervoeren.
Onderweg praat ik even met een meisje die als bemanningslid op een van de visserschepen hier werkt. Ze is het materieel aan het schoonmaken en vertelt dat dit haar laatste dag is op de “Mass Deception”, het visserschip wat naast haar ligt. Vanmiddag vertrekt ze naar huis om haar ouders te zien en daarna gaat ze weer aanmonsteren op een ander schip, ditmaal in California in de omgeving van San Francisco. Verder lopend komen we bij ons schip aan: de Lu Lu Belle. Het weer is inmiddels flink opgeknapt en met een waterig zonnetje varen we langzaam de haven uit. Onderweg klaart het steeds meer op we kunnen met een lekker zonnetje genieten van het uitzicht en hetgeen we verder tegenkomen onderweg, zoals bruinvissen, zeeleeuwen en natuurlijk op hun rug drijvende zee otters.

Onderweg gaan we vlak langs de rotsen varen om een beter zicht te krijgen op de Puffins die hier nesten, daarbij varen we bijna een grot binnen die veel te klein is voor onze boot. We kunnen de rotsen aanraken en het ziet er allemaal best wel gevaarlijk uit, maar de kaptein schijnt te weten wat hij doet, want hij doet dit al vanaf 1979.

Boven onze hoofd zit een Bald Eagle in een boom ons in de gaten te houden als we weer achteruit gaan en onze reis voorzetten.

We zien meer en meer ijsschotsen om ons heen, een teken dat we dichterbij de gletsjer komen. In de verte kunnen we hem al zien, en zelfs op deze afstand ziet het er indrukwekkend uit. Steeds dichterbij varen we, en steeds langzamer totdat de ijsschotsen ons helemaal omsluiten en we zo’n 400 meter vanaf de gletsjer wand liggen. De motor snaait nog maar heel stilletjes en het gesteun en gekraak van de gletsjer is nu het geluid wat domineert. Af en toe vallen grote stukken met donderend geraas in het water.

Op deze afstand zie je ze eerst vallen en het geluid hoor je enige tijd later. Een enorm stuk komt dan ineens vanuit de zee naar boven schieten als een grote walvis die uit het water springt. Ook aan de onderkant van de gletsjer die onder water zit breken stukken ijs af die dan snel naar boven schieten omdat ze willen drijven. Grote stukken vallen in het water. Als dit soort grote stukken afbreken gaat dit ook gepaard met enorme golven die onze boot bereiken en het flink doen schommelen. Allemaal een behoorlijke aanslag op mijn moed, want ik ben niet zo’n held op “kleine” bootjes. Nadat we een uurtje of zo genieten van al dit natuur geweld, en inmiddels verkleumd zijn van de kou ondanks het zonnetje gaan we weer terug naar Valdez. Nogmaals maken we gebruik van onze boarding tickets om korting bij een restaurant te bedingen. Ditmaal is het een Chinees restaurant Fu Kung geheten. Dan gaan we weer terug naar de B&B waar ik de hotel eigenaar uitgelegd dat je DSL filters nodig hebt op de telefoon, omdat anders alle gasten van de WiFi worden gegooid elke keer als hij de telefoon aanneemt. Hij kijkt me wat schaapachtig aan, maar maakt toch maar wat notities en belooft beterschap. In ieder geval hebben wij er niets aan vanavond en gaan dus maar vroeg slapen.

31 Aug 2014: Naar Fairbanks

We binnen voor de verandering weer eens met regen. Vandaag is uitsluitend een lange reisdag die bestaat uit een lange rit over de Richardson Highway naar Fairbanks. De weg toont weinig variatie anders dan de vele golven in de weg door de bewegingen van de permafrost onder het wegdek. Af en toe is het zo erg dat ik de snelheid moet verminderen om niet te worden gelanceerd. De Alaska pipeline is al een tijdje te zien langs de weg. Soms gan we er overheen, soms onderdoor.

Uiteindelijk doemt Fairbanks op uit de toendra en vinden we onze weg naar de Seven Gables Inn. Het blijkt een van meerdere herbergen te zijn die worden uitgebaat door een zenuwachtige eigenares. Ze spreekt in korte zinnen die allemaal worden beëindigd met een irritant lachje. We gaan in de middag naar downtown Fairbanks en even bij Lavelle’s Bistro die een onderdeel is van de Mariott Springhill Suites. Gepke kiest voor de King Crab en geniet van elke hap, terwijl ik mijn “buikje” vul met een overheerlijke Halibut. We keren in de stromende regen terug naar de Seven Gables waar ik nog wat gebruik maak van de WiFi om Star Trek te kijken, terwijl Gepke puzzelt op haar iPad.

1 Sep 2014: Rustdag en slecht nieuws

We worden s’ochtends vroeg wakker gebeld door een ongerust telefoontje van Houkelien: het gaat niet goed met Dax. Ze haalt moeilijk adem en kan niets meer binnenhouden. We hadden dit al een beetje gevreesd, want ze gaat de laatste maanden al erg achteruit, maar we dachten dat ze het nog wel even kon uithouden. Houkelien is met haar naar de dierenarts gegaan in Watkins, die eigenlijk niets meer kan doen dan het haar zo makkelijk mogelijk te maken. Wij moeten dus op grote afstand de beslissing nemen die we min of meer al maanden verwachten. We hadden gehoopt dat ze het wel zou redden bij Shylo, want ze heeft het daar altijd erg naar haar zin, maar het gaat gewoon niet meer. We geven Houkelien en de dierenarts toestemming om Dax in te laten slapen. Somber nemen we plaats aan het ontbijt die bij de B&B wordt geserveerd. Echt trek hebben we geen van beiden meer, en we zitten meer te wachten op het verlossende telefoontje uit Watkins. Dat telefoontje komt en we horen dat Dax rustig is ingeslapen en verder niet heeft geleden. We zijn zo blij dat Houkelien erbij was, iemand die net als wij erg gek op Dax was; het heeft het voor Dax wat makkelijker gemaakt al moet het voor Houkelien geen eenvoudige opgaaf zijn geweest.

Om onze gedachten wat af te leiden gaan we een bezoek brengen aan de University of Alaska Museum of the North. Het museum is gelegen op de campus van de universiteit en biedt een overzicht van de historie van Alaska vanaf de menselijke migratie zo’n 11000 jaar geleden tot aan het heden, alle bevolking zowel de lokale Inuit, Russische kolonisten, als de Europese goudzoekers die zich hier vestigden. Het is een interessant en mooi museum, maar onze gedachten zijn toch nog wel vaak bij Dax.

Op zoek naar een lunch plekje komen we terecht bij de Co-op in downtown Fairbanks. Dit eettentje is werkelijk het dieptepunt van eetplekjes in Alaska, zo niet heel Amerika. In eerste instantie waren we meteen weer omgedraaid op zoek naar iets beters, maar er blijkt niets anders open te zijn deze Laborday in Fairbanks. De term gillende keukenmeid is op zijn plaats voor de eigenaresse, die luid ruziemakend communiceert met de keuken. Als na enige tijd niemand de bar waaraan we zitten komt schoonvegen doen we dat zelf dan maar met wat servetjes. Een heel vies uitziende jongeman probeert de bestellingen op te nemen. Het shirtje wat hij aanheeft kun je rechtop in de hoek zetten, zo vies is het. Na een aantal missers in de keuken komt onze relatief simpele hamburger uit de keuken. We eten hem als het ware met gesloten ogen op. Nee dit is niet voor herhaling vatbaar.

Ik had op het internet gelezen dat de Fountainhead Antique Auto Museum best wel de moeite waard is, en dus gaan we ondanks de stromende regen er toch maar weer op uit. Ik had me een mini museumpje voorgesteld, maar als we in onze regenjassen langs het gebouw omlopen naar de hoofd ingang, realiseer ik me dat het toch nog wel een behoorlijk oppervlak heeft. De entré prijs valt mee ($12pp) en dus gaan we binnen rondkijken. Het is een verzameling perfect bewaard gebleven automobielen. Van 1899 tot 1940 ongeveer, en allemaal alsof ze net zo uit de fabriek zijn gerold. Voor de lol mogen we ook nog even in zo oud vehikel zitten met stofjassen aan om een foto te maken. Het is een beetje oubollig, maar wel leuk. We hebben in ieder geval allebei een leuke bezoek daar gehad, ook Gepke die toch niet zo’n autofanaat is.

Onze snoepvoorraden beginnen te slinken dus stoppen we even voor boodschappen bij Safeway: chips, chocola, cola etc. In het kort alles wat je nodig hebt om gezond te blijven; geestelijk althans, ik vermoed dat het niet allemaal even goed is voor de lichamelijke gezondheid. Nou ja, thuis maken we het wel weer goed, het is tenslotte vakantie en we hebben wel iets lekkers verdiend.

Om toch de nodig beweging te krijgen lopen we (wederom in stromende regen) naar de Chena’s Alaskan Grill, die aan de andere kant van de rivier ligt. We moeten dus een eindje omlopen om een brug te vinden die ons daaraantoe brengt. Weer prima eten en vele malen beter dan de Co-op.

2 Sep 2014:Fairbanks – Denali Cabins

Het laatste ontbijt bij Seven Gables, en dan mag ik de irritant lachend B&B eigenares weer in het achteruitkijk spiegeltje ons zien nakijken. We hebben vandaag een korte rijdag naar Denali National Park. We komen daar in de vroege middag aan, maar mogen desalniettemin al inchecken in de cabin die we hier hebben gereserveerd. Het is klein, maar toch voorzien van twee bedden, TV met satelliet, een douche ruimte en prima werkende WiFi. “Roughing it up” noemen ze dat, maar dan wel in de stijl van de 21ste eeuw. Als we ons in de cabin hebben geïnstalleerd, nemen we de auto om de eerste 15 Miles van de Denali Park Road te rijden. Dit stuk mogen we rijden, de rest mag alleen als je een speciale permit hebt of gebruik maakt van de shuttlebussen die in het park rijden. Onderweg komen we een veelbelovend bord tegen waarop staat dat het “Moose Rutting Season” is. Gepke zit al helemaal in de startblokken met haar camera, maar hoe langzaam we ook rijden we zien geen Moose. Het is ook moeilijk te zien of in het hoge struikgewas iets verstopt zit, ook al is het een hele grote moose. Verder rijden zien we nog steeds helemaal geen wild, en ook op de terugweg niet. Tel daarbij op dat de bergen in de verte ook geheel in de mist verborgen zijn en we worden al moedeloos voor ons verblijf in de Denali. Misschien morgen meer gelukt als we met de shuttle verder het park in rijden. Voorlopig gaan we eerste maar even bij de Wilderness Access Center (WAC) onze kaartjes voor de shuttlebus ophalen voor morgen. Daarna rijden we door en nemen even een kijkje bij de winkeltjes verderop bij de ingang van het park. We hoopten hier een leuk eettentje of zo te vinden, maar het zijn eigenlijk alleen souvenir winkeltjes met artikelen waar wij geen interesse in hebben. We keren maar terug naar de cabin om daar een hapje te eten. Hopelijk hebben we morgen meer geluk.

3 Sept 2014: Denali Shuttle

Denali

Om 5:30uur gaat de wekker al af, het is niet makkelijk zo vroeg op te staan op je vakantie, maar we moeten wel anders missen we de shuttlebus die we hebben besproken. Het lijkt wel of het een beetje opklaart, ondanks dat het steenkoud is buiten. Het lijkt erop dat het flink heeft gevroren want de douche komt maar met moeite op gang en ook het toilet wil eerst niet doortrekken. Als we na het ontbijt buffet (met snotterige eieren volgens Gepke) naar het park rijden zien we voor het eerst sinds een aantal dagen wee blauwe lucht door de wolken breken.

Grizzley

Bij de WAC wachten we in de rij bij de bus, en dan toert hij dezelfde weg op die wij reeds gisteren een stuk hebben gereden. Onze vrolijke chauffeur kletst er lustig op los en vertelt allerlei weetjes over het wild, het park en de mensen die veel hebben gedaan voor de oprichting van het Danali National Park, die vroeger overigens de Mount McKinley National Park heette. De hoogste berg in het park draagt nog steeds die naam, maar locals noemen deze berg ook Denali. We merken dat erg wat sneeuw is gevallen, ook op het stuk wat wij gisteren hebben gereden. Daardoor valt het wild veel beter op, dan wanneer je ze in de bosjes probeert te ontdekken. Onderweg roepen passagiers steeds “STOP!” en kunnen we weer iets bekijken wat iemand ontdekt heeft. Met een bus vol passagiers wordt er veel beter opgelet en we zien ditmaal ontzetten veel: kariboe, zwarte beren, bruine beren (grizzley), wezels, eekhoorns, golden eagle, vos, ptarmigan (snow goose) de nationale vogel van Alaska. We zien zelfs zoveel beren, dat het na verloop van tijd net zo is als je in Yellowstone een bizon ziet; ach die zijn er wel meer.

Karibou

De bus rijdt tot aan milepost 66 in het park waar een visitor center half in de grond is ingebouwd. Hier kijken we uit over een sneeuw landschap met indrukwekkende bergen in de verte. En ja, zelfs Mount McKinley is deels te herkennen in de was die in de verte hangt. Af en toe schuiven de wolken voorbij zodat we verschillende delen van de berg kunnen zien. Volgens zeggen ziet slechts 30% van bezoekers de berg in meer of mindere mate, en volgens onze chauffeur horen wij daarbij.

Als we buiten door de sneeuw banjeren is er wat oproering bij het uitzichtpunt. Een Grizzley is gespot in het dal. De cameras klikken er lustig op los en ik tuur door de verrekijker, waar ik af en toe alleen zijn hoofd in beeld heb omdat hij zo dichtbij is. Dan kijk ik nog eens zonder verrekijker en zie dat ie toch wel gevaarlijk dichtbij begint te komen. Dat hebben de rangers ook in de gaten en sturen iedereen het gebouw of een bus naar binnen. Een man die wat ver van het visitor center aan het fotograferen was, hoorde de rangers niet en de beer liep uiteindelijk tussen hem en het visitor center de weg over om aan de overkant weer verder omhoog te lopen. Je kon merken dat de beer geen interesse had in alle opwinding over hem (haar?)
Door de sneeuw is onze geplande hike maar afgeschaft, je hebt bijna snowshoes nodig om te kunnen wandelen. Ook de aanwezigheid van de vele beren hier maken ons besluit om maar weer met de shuttle terug te rijden wel makkelijk. Ook op de terugweg stoppen we weer regelmatig om wildlife te bekijken en fotograferen. We treffen het wel met de sneeuw, waardoor ze beter zichtbaar zijn.

Terug bij de WAC wijn we zo moe van alle indrukken dat we meteen teruggaan naar de cabin en even een dutje doen om bij te komen. s’Avonds eten we een hapje bij het restaurant van Denali Cabins. Het is geen gourmet maal, maar het smaakt redelijk.

4 Sept 2014: Gepke Jarig!

Vanmorgen gezongen voor Gepke want ze viert opnieuw dat ze 28 wordt, en dat alweer een paar keer. We eten niet bij de cabins, wat de eieren bij het ontbijt gisteren waren volgens Gepke “snotterig”, dus we gaan op zoek naar iets beters. Deze keuze wordt bepaald door het uitzicht wat we onderweg hebben als we richting Denali Park entrance rijden. We zien namelijk hoog op de bergrand een Lodge liggen en dit blijkt de Denali Lodge die ontbijt serveren met uitzicht. Ook hier is weer een buffet in de aanbieding, maar de eieren zijn niet snotterig, dus het kan ermee door.

Na het ontbijt rijden we naar het visitor center in Denali om daar de Horseshoe Lake Trail te wandelen. We lopen eerst nog een heel stuk verkeerd omdat we meer tegen elkaar zitten te kleppen dan op de trail bordjes letten. Weer een heel eind teruggelopen en afgeslagen bij de spoorweg waar het pad blijkbaar verder gaat. Er rijden ook regelmatig treinen naar Denali, dus je kunt hier ook zonder auto komen. Aangezien dat je voor de meeste plekken in het Park de shuttle moet gebruiken is het niet eens zo’n gek idee om de trein te gebruiken.
Denali

Onze wandeling loopt uiteindelijk dood bij een beverdam. De bevers zijn blijkbaar even met lunchpauze, want ze zijn nergens te bekennen. Wel zien we een ander mysterieus object: een soort gemotoriseerde kruiwagen waarnaast een lange lus touw ligt die aan een kant aan de kruiwagen zit, en aan de andere kant het water in verdwijnt. Langzaam zie we de lussen touw ontwinden en verder in het water verdwijnen. Maar we zien verder niemand, en speculeren dat er een duiker onder water aan het andere eind van het touw moet zitten. Echter met een verrekijker zien we helemaal aan de andere kant van het meer een vlot met twee mannen die langzaam naar de overkant vaart. Later blijkt inderdaad dat daar het touwtje aan vast zit. Maar als je zo in de middel of nowhere zo’n mysterieus touwtje ziet afrollen, zit je toch wel even achter je oren te krabben.

We wandelen we dezelfde weg terug, hetgeen want inspannender is dan de heenweg die bergaf ging. Dus maar wat meer frequente “fotostops” gemaakt (ja, ja). Terug bij de auto rijden we naar de kennel van de husky’s van het park. Hier kunnen we een demo zien van de sledehonden die in de winter worden gebruikt om zich te verplaatsen binnen Denali. De wet zegt dat er geen gemotoriseerde snow scooters in de winter in het park mogen worden gebruikt, en dat geldt dus ook voor de park rangers zelf. Daarbij schijnt dit nog steeds de meest efficiënte winter vervoersmiddel te zijn. Het is voor mij een beetje moeilijk bij de honden, nu we net een paar dagen geleden te horen hebben gekregen dat Dax heeft moeten inslapen. Het zien van deze honden en ermee te knuffelen brengt veel herinneringen boven. De uiteindelijk demonstratie blijkt overigens niet meer te zijn dan een rondje over wat gravel en dan is het afgelopen. Een beetje een anti climax, maar het was in ieder geval leuk even de honden te zien en te aaien.

Omdat Gepke jarig is en ze naar haar mening nog geen Moose heeft gezien (de Moose in omgeving van Talon Air telt niet volgens haar, en die onderweg met de shuttle was te ver weg en heeft ze gemist) gaan we nog een keer de 15 miles van de Park Road rijden op zoek naar Moose. De sneeuw is op de hoogte in het park alweer grotendeels gesmolten, dus de dieren steken niet meer zo goed af en zien dan ook geen Moose. We zien op een bepaald moment wel een aantal autos langs de weg staan, en parkeren ook maar even om te zien wat er aan de hand is. Inderdaad was er hier net een grote mannetjes Moose te zien, maar hij is alweer weg. Gepke is teleurgesteld en we draaien maar weer om. Mijn opmerking dat ze toch een Moose heeft gezien aan het begin van onze trip maakt het er niet beter op…

We rijden weer naar de cabins waar we de auto parkeren. Niet veel verderop van ons stekkie zit het restaurant 229 Parks en we besluiten daar naartoe te wandelen. Dit blijkt een goeie keuze want we genieten allebei van de overheerlijk maaltijd die ons wordt voorgeschoteld. Als klap op de vuurpijl bestellen we ook nog een toetje, en die van Gepke wordt geserveerd met een brandend kaarsje erop. Ze heeft in eerste instantie niet eens in de gaten dat dat tere ere van haar verjaardag is. Ik had het personeel dat even in gefluisterd, voordat ze de toetjes brachten. Ze vond het wel leuk en was blij dat ze niet gingen zingen.

Vanavond is onze laatste dag in Denali. Morgen gaan we terug naar Anchorage en vliegen officieel nog dezelfde dag om 23:59 naar Denver.

5 Sep 2014: Laatste dag

Gepke schrikt wakker om 8 uur. Ik schrik van haar en ben zelf ook een beetje in de war; hebben we onszelf verslapen of zo? Nee, ze dacht dat ze veel eerder wakker zou zijn, maar we hebben niet een strak schema of zo waar we ons aan moeten houden. We pakken onze boedeltje en rijden de highway weer op richting Anchorage. Het regent weer! We zullen onderweg wel iets te eten vinden. Eerst maar even tanken bij een station waar de benzine maar liefst $4.66/gallon kost. Dat is maar liefst een dollar meer dan bij ons thuis! Met een volle tank gaan we weer verder, maar het schiet niet echt op. Overal zijn onderweg wegwerkzaamheden en moeten we beurtelings wachten op tegenlegger voordat wij over dezelfde rijbaan verder kunnen. Opeens staat weer alles stil, maar er was geen aankondiging van een “flag man” of iets dergelijks. Het blijkt dat er een ernstig ongeluk is gebeurd. Met de verrekijker kan ik zien dat er iets onderste boven in de berm ligt. Het is groot en blijkt een bus te zijn van Princess Tours. Later vinden we uit dat de bus uit de bocht is gevlogen en over de kop is geslagen. Er waren 3 mensen in de bus; een is overleden en de andere twee zijn zwaar gewond. Ze hadden geluk dat het niet een volle tourbus was. Er kunnen we 50 mensen dan in zo’n bus zitten.

Als we weer verder kunnen rijden stoppen we voor ontbijt bij McKinley Princess Lodge. Dit is de plek vanwaar de bus is vertrokken en het is te merken dat men daar op de hoogte is van het ongeluk. We zien verschillende personeelsleden met tranen in de ogen. Wij spoeden ons maar naar het restaurant waar het niet erg druk is. Later zitten we er zelfs helemaal alleen te eten. Na het ontbijt neem ik nog een foto van Gepke onder een enorme opgezette Grizzley beer.

De weg voert verder naar Fairbanks, maar we stoppen eerst even in Wasilla om boodschappen te doen bij Walmart . Ik ken dit dorp alleen als het dorp waar Sarah Palin burgemeester was en heb dan ook wat moeite om het serieus te nemen. Maar het doet geheel eer aan mijn vooroordelen, conservatief en wereldvreemd. Onze boodschappen hier blijven beperkt to een Alaska beker (die overigens thuis blijkt gebarsten te zijn) en wat snoep voor de terugreis.

We rijden verder en komen snel aan in downtown Fairbanks waar we de auto in een parkeer garage planten. We gaan op zoek naar souvenirs en banjeren door downtown Fairbanks. De meeste souvenir winkeltjes bieden of alleen maar goedkope goedbedoelde zooi, of hele dure artikelen die volgens hun het predikaat “art” verdienen. Toch vinden we iets in onze smaak en prijsklasse bij Polar Bear gifts. Een Inuit masker en omdat het meer dan $50 kost, krijgen we een Ulu mes er gratis bij; zo’n gebogen vlijmscherp mes die een Alaskan oorsprong heeft.

Vooraf had Gepke al een reservering gemaakt voor ons laatste avondmaal bij de Glacier Brewhouse, die we eerder tijdens de vakantie moesten overslaan omdat het te druk was. Inmiddels is het tijd om ons daar te gaan melden. We nemen allebei voor het laatst nog een echte Alaskan maaltijd: Gepke heeft de “Alaskan Halibut” en ik heb een “Land and Sea Oscar” hetgeen bestaat uit een filet mignon, heilbot met daarop stukjes krab en nog een aantal garnalen. Het is allemaal overheerlijk.

Na het eten halen we de auto uit de parkeergarage en rijden naar de Enterprise car rental. Het kantoor is dicht dus we bellen een taxi en wachten in de auto tot deze arriveert. Dan pakken we alle bagage over in de taxi, deponeren de sleutels in de nachtkluis en vertrekken naar het vliegveld.

Het is net na achten als we zijn ingecheckt en we zoeken een laadpunt op om al onze iphones, ipads en macbook op te laden voordat we terugvliegen. Daarvoor maken we misbruik van de laadpalen van Delta, want bij United kan dat soort service er niet meer vanaf. We betalen ook zo weinig tegenwoordig voor vliegtickets…

Op tijd mogen we gaan boorden en als we achteruit geduwd worden lijkt het erop dat we zonder vertraging naar Denver gaan vliegen, maar ik heb te vroeg gejuicht. De captain roept om dat er een probleem is met de “Reverse thruster of the number two engine”. Voor de meeste passagiers gaat dit een oor in en het ander weer uit, maar het betekent in ieder geval dat we weer terug worden gezet aan de gate. Men belooft dat het met een kwartiertje is gefixt. We mogen blijven zitten, de temperatuur loopt op. Na een half uurtje krijgen we te horen dat de “easy fix” niet heeft gewerkt en dat het nog een half uurtje gaat duren. Dat half uurtje gaat voorbij en de temperatuur stijgt wederom. Na 45 minuten geeft men toe dat het erg warm is, maar het kost teveel brandstof om de airconditioning te laten werken. Als we uit willen stappen mag dat, maar ze raden het niet aan want het kan zo gerepareerd zijn. Uiteindelijk duurt het ruim twee uur en pas op het laatste moment heeft men toch besloten wat meer brandstof in te nemen zodat de airco aankan. Geen goeie beurt voor United, maar dat schijnt tegenwoordig de norm te zijn bij luchtvaart maatschappijen. Passagiers (klanten) zijn ondergeschikt aan de kosten die moeten worden gemaakt; want ze vangen al zo weinig van ons.

Als pleister op de wonde mogen we gratis gebruik maken van het entertainment system, die naar mijn mening al in de kosten inbegrepen zou moeten zijn. Ik ben er in ieder geval te moe voor en zie slechts de eerste 10 minuten van de film “X-men”. Maar zo slapend is de vlucht in ieder geval snel voorbij.

Thuis aangekomen is het wel even stil zonder hondje die kwispelend en enthousiast is voor onze thuiskomst. Dat zal wel moeilijk wennen worden.

(meer fotos over Alaska zijn te vinden op de foto pagina)

Groetjes,

Loek & Gepke

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter