California or bust!

posted in: Vakantie | 0

Het is 17 Mei 2002 en Memorial Day nadert snel. We willen nog even van een vakantie genieten voordat de zomerdrukte in alle hevigheid losbreekt. Op vrijdag ochtend laden we de auto vol en gaan op weg richting naar het westen. Ons doel ditmaal is California met nadruk op de Nationale Parken Death Vally, Sequoia en Yosemite. In het begin lijkt het een dag als alle andere, aangezien we dezelfde route nemen als die we naar ons werk nemen. Echter bij Golden zetten we onze trek naar het westen voort en klimmen de bergen in. De vakantie is nu pas echt begonnen.

We zijn op zoek naar een plek om te ontbijten, en we willen niet in een “chain” restaurant. We zoeken een typische Mom en Pop plekje om te ontbijten, waar je eieren en bacon met een goede humeur krijgt geserveerd. Wij vinden dit in New Castle, net voorbij Glenwood Springs. In dit kleine bergdorpje vullen we onze buiken zodat we de lange trek door Colorado en Utah naar Nevada aankunnen. De reis verloopt voorspoedig over I-70 en I-15 en voorbij Cedar City zetten we de neus in westelijke richting naar Nevada. Caliente in deze staat is ons einddoel voor de dag, waar we tegen het eind van de middag aankomen.

Caliente is een klein dorp omsloten door bergen, en voor ons is het raadselachtig waar de bewoners hier van leven. Het meest opvallende in dit dorp is het prachtige treinstation dat in een plaats als Los Angeles niet zou misstaan. Het dorp heeft slechts twee hotels. De eerste die we vragen heeft een kamer en we besluiten hier maar te blijven. Dit motel wordt gerund door een oude dame die toch erg op de hoogte blijkt van hetgeen in de wereld gaande is. Toen ze de Colorado nummerplaten op onze auto zag, vroeg ze of we op de hoogte waren van het ongeluk met een tank auto met vloeibare stikstof in de buurt van Denver. Dit was de vorige dag gebeurd en ze hoopte dat wij er geen last van hadden gehad op onze reis. Nadat we onze koffers in de kamer hadden gezet, gingen we een kleine wandeling door het dorp maken. Caliente is voornamelijk afhankelijk van wat het spoor hun brengt, zowel goederen als werk. Nadat we een trein voorbij hadden zien denderen staken wij het spoor over en maakten een foto van de rails die in de verte verdwenen en van het station, wat veel te mooi en groot leek voor dit verlaten oord.

De keuze van restaurants in Caliente is beperkt en we besluiten ons tegoed te doen aan een maaltijd bij “Hansons”, het restaurant dat ons door de oude vrouw is aanbevolen. Het lijkt of we bij iemand in de huiskamer zijn uitgenodigd. Nadat men eerst twijfelt of er wel ruimte voor ons is krijgen we een tafel tegen de muur toegewezen. Overal hangen handwerkjes aan de muur, hetgeen een indicatie is van hoe de eigenaar haar tijd doorbrengt. Het eten smaakt ons echter goed, en met volle buikjes slenteren we weer terug naar het motel. Gebrek aan verdere lokale activiteiten dwingt ons al vroeg het bed op te zoeken en zelfs de TV berichten die uit Denver ontspringen kunnen ons niet langer wakker houden.

18 Mei: De volgende ochtend keren we het kleine Caliente de rug toe en komen nu echt in de beruchte Nevada woestijn terecht. De weg schudt bij mij herinneringen wakker over vliegende schotels en overheids geheimen. Ik vraag Gepke of we in de buurt van Rachel zijn, die dit verbaasd bevestigt en zich afvraagt hoe ik op de hoogte ben van dit gehucht midden in de woestijn. We verleggen onze route iets, en na enige tijd rijden we op de Extraterrestrial Highway richting Rachel. Ik heb vaak gehoord van dit plaatsje wat in de buurt van de militaire basis Groom Lake ligt. In bepaalde kringen is deze basis beter bekend als “Area 51”, de basis waar volgens geruchten de amerikaanse overheid de vliegende schotels heeft opgeslagen die ooit in 1947 bij Roswell in New Mexico zijn neergestort. Vele UFO fanaten zien Rachel Nevada als een soort bedevaart oord. Dus moet ik ook wel even een bezoek brengen aan deze plek. Het dorp bestaat voornamelijk uit een handjevol RVs en mobile homes, en het cafeetje wat ik zoek voor ons ontbijt is snel gevonden. “The little A’le’Inn” biedt eten en gezelligheid voor iedereen op aarde en daarbuiten, zoals het bord naast de ingang vermeld: “Earthlings welcome”.

Binnen neemt men die wereldwijde aandacht voor Rachel niet zo serieus, maar men weet er wel hun financiele voordeel uit te slaan. T-shirts, koffiemokken en andere prularia zijn in overvloed aanwezig en worden gretig door touristen afgenomen. Men is zelf druk bezig Fedex pakjes te vullen voor de bestellingen die men via het internet ontvangt. We nemen plaats aan een van de formica tafeltjes en bestellen ons ontbijt. De lokale bevolking is open en uitnodigend, men praat openlijk met elkaar en met ons over alles wat er die dag en daarvoor is gebeurd. Een van de bewoners komt zelfs even bij ons aan ons tafeltje zitten, of is het ook een tourist? Ik sla amikaal mijn arm om zijn schouder want hij ziet er een beetje triest uit.

Na deze buitenaardse ervaring zetten we onze reis voort richting Death Vally. Naarmate de weg verder de vallei in daalt, neemt de temperatuur navenant toe. De weg slingert naar beneden en een coyote onderweg is door de warmte bevangen, te moe om uit de weg te gaan. We gaan er maar met een bochtje omheen. Na de laatste bocht doemt Scotty’s Castle op. Het is een kleine oase in deze verder onherbergzame omgeving en de enige plek waar we andere mensen zien. Het is niet echt een kasteel, maar kan wat de amerikanen betreft wel voor een kasteel doorgaan. In het begin van de vorige eeuw gebouwd door een liefhebber van Death Valley als woning gedurende de periodes die men hier doorbracht. Inmiddels is het door de national park service overgenomen die er rondleidingen geeft en probeert een en ander in originele staat te houden.

We willen niet te lang in deze warmte blijven en besluiten maar verderop in Shoshone een overnachting te gaan zoeken. We zullen dan vroeg in de ochtend, als de temperatuur nog niet zo hoog is gestegen, terugkeren om de rest van Death Valley te bekijken. In Shoshone vinden we de Shosone Inn en eten bij de Crowbar. We gaan vroeg naar bed want we willen een zeer vroege start hebben morgenochtend, en aangezien de kamer geen airconditioning heeft is dit geen probleem.

19 Mei: Zoals gezegd vroeg opgestaan om 4:30 uur! Op weg weer naar Death Valley ditmaal met Badwater als doel. Dit is het laagste punt in Death Valley, en daarmee het laagste punt in de US. Als we daar rond half zes aankomen is de temperatuur al boven de 80F. Het enige gezelschap dat we hebben is een kraai die hoopvol rondvliegt in de verwachting dat we wat eten achter zullen laten. Verder is het muisstil, en je moet af en toe iets zeggen om jezelf ervan te overtuigen dat je niet doof bent geworden.

Terwijl we onze rit voortzetten neemt de temperatuur steeds toe en het duurt niet lang voordat de buitenlucht thermometer in de auto de magische 100F grens passeert. Langs de weg geven bordjes steeds waarschuwingen om op de motortemperatuur te letten, en hier en daar zijn pakeerplaatsen waar je koelwater bij kunt vullen als dat nodig mocht zijn. Het advies is om niet de airconditioning aan te doen omdat dit de motor zwaarder belast, maar tot nu toe geeft de moter geen indicaties van problemen, dus genieten we gewoon van de koelte in de auto. De weg stijgt langzaam het dal weer uit en de temperatuur daalt weer naar wat meer menselijker waarden. We nemen California Route 190 naar het westen en vervolgens 395 naar het zuiden omdat de wegen die de Sierra Nevada in gaan nog gesloten zijn vanwege de winter. Moeilijk voor te stellen als je net uit de hitte van Death Vally komt, maar we wagen het er maar niet op. In het plaatsje South Fork stoppen we voor ontbijt, en besluiten wat vroeger dan anders op zoek te gaan naar een hotel. Het wordt uiteindelijk de Best Western in Bakersfield waar Gepke even geniet van het zwembad. Ik vind het water te koud, maar ik ben nu eenmaal een koukleum.

Na het zwemmen gaan we de stad in het vinden een bioscoop waar we de film “Changing Lanes” bekijken. Na de film gaan we eten bij de Hungry Hunter en kunnen moe en zeer voldaan in het hotel in slaap vallen.

20 Mei: Deze ochtend gaan we ontbijten in de lobby van het hotel, aangezien het ontbijt is inbegrepen in de prijs kunnen wij dat als echte Nederlanders niet aan ons voorbij laten gaan. Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, maar dit ontbijt vulde mijn holle kies niet eens. Toch maar op weg gegaan naar het Sequoia National Park. De lange slingerende weg voerde ons hoger en hoger.

De begroeing werd dichter en de bomen groter. Zo groot dat je er een auto achter kunt verstoppen. Het begint een beetje te mieseren, maar wij vinden dat zelfs leuk aangezien we al maanden geen neerslag hebben gezien in Colorado. Uiteindelijk komen we aan bij het vistors centre met het museum. We trekken onze regenjassen aan en gaan eruit om de omgeving te verkennen. De bomen hier zijn werkelijk ontzettend groot en heel erg oud, sommige wel 3000 jaar! We zien steeds minder mensen op het wandelpad omdat het weer echt slecht begint te worden. De regen verandert in lichte sneeuw en wij besluiten ook maar terug te gaan naar de auto.

Tegen de tijd dat we bij het parkeerterrein zijn aangekomen is het weer omgelagen naar een regelrechte sneeuwstorm. Voorzichtig rijden we het parkeerterrein af om onze rit voort te zetten in noordelijke richting. Na enige tijd merken we dat de sneeuw de weg helemaal bedekt en we glijden alle kanten op. We moeten langzamer gaan rijden, en op sommige punten wordt al aangegeven dat verder rijden niet wordt aangeraden, tenzij je vierwiel aandrijving hebt. We proberen het toch en met het zweet in de handen gaan we verder, totdat we moeten stoppen voor een paar mensen die midden op een heuvel zijn gestopt. Als ze uiteindelijk met hun SUV verder rijden is er voor ons een eind aan gekomen. De Volvo wil niet meer de heuvel op. Het is te steil en te glad geworden. Langzaam gaan we weer achteruit in de hoop dat we het met een korte aanloop wel halen, maar we glijden bijna van de weg af. Wat nu? Ongeveer een halve mijl terug hebben we een Lodge gezien, en we besluiten terug te rijden om te zien of we daar kunnen wachten tot de sneeuwstorm overwaait. Gelukkig blijkt hij open te zijn.

Al gauw leren we dat deze storm niet zomaar over zal waaien, en we moeten waarschijnlijk hier de nacht doorbrengen aangezien de wegen door het park zijn afgesloten. Speciaal voor deze gelegenheid had de Stoney Creek Lodge nog kamers beschikbaar (geen van hun gasten kwam meer opdagen) en we konden hier in een piepklein kamertje tegen woekerprijzen blijven slapen. We hebben in de lounge een maaltijd genuttigd en met de andere gestrande gasten gepraat. s’Avonds nog even geprobeerd buiten te wandelen maar de sneeuw hield gewoon niet op. Even TV gekeken en maar gaan slapen.

21 Mei: We liggen al vroeg te luisteren of we geluiden horen die erop wijzen dat de wegen open zijn, maar het is overal muisstil. Gepke staat op om een douche te nemen, maar er komt geen water uit de kraan. Even beneden gevraagd of ze de hoofdkraan willen opendraaien, maar het schijnt dat de waterleiding vannacht is bevroren, zo koud was het. Wel even een verschil: eergisteren reden we door Death Valley waar het 105F was, en nu kunnen we niet douchen omdat de waterleiding is bevroren. We gaan dus eerst maar ontbijten en uitvinden wat de stand van zaken is momenteel. Wanneer kunnen we hieruit?

Het hotelpersoneel weet het niet, men is sinds gisteren geheel van de buitenwereld afgesloten, en de telefoon wordt niet opgenomen bij de parkwachters. Hopelijk kan een van het personeel straks proberen met een SUV bij de volgende lodge tekomen. Daar weten ze misschien meer. Teleurgesteld druipen we af. Ik hoop niet dat we hier een week opgesloten komen te zitten! Na een paar uur wachten komt dan eindelijk het goede nieuws. De parkwachters komen eraan en zullen ons onder escort uit het park begeleiden. Tegen het middaguur kunnen we dan in een lange kolonne het park verlaten.

We hebben voorlopig even onze buik vol van sneeuw! Nadat we uit het park rijden, gaan we berg af het dal in en stoppen in een zonovergoten vallei bij een mexikaans uitziend tentje waar we een hapje eten. Het tentje heet Highway 180 en zo te zien komen er voornamelijk lokalen eten die werken bij de vele boomgaarden die we hier zien: sinasappel, citroen en olijven voornamelijk. Na de maaltijd gaan we via Fresno over de 41 in noordelijke richting naar Oakhurst. Doordat we nogal laat zijn vertrokken uit Sequoia moeten we hier al naar overnachting zoeken. In ieder geval is het weer prachtig, en we maken een lange wandeling bij de Lewis Creek. Het pad is met bordjes prima aangegeven, maar het houdt ineens op en op dat moment moeten we zeker we een kiolometer of 4 terug lopen naar het hotel en restaurant wat we voor vanavond hadden uitgekozen: Hondos. We zijn erg moe en moeten nog even wachten op onze tafel. Tot onze verbazing komt er een gezelschap na ons binnen en gaat gewoon zitten aan het tafeltje wat men net voor ons had schoongemaakt, zeker Duitsers! We moeten weer even wachten en men verontschuldigt zich vele malen. Uiteindelijk toch kunnen zitten en een hapje kunnen eten. Na alle beslommeringen van deze dag hadden we niet meer de energie om ons erover op te winden. We eten, lopen naar het hotel en vallen doodmoe op ons bed. Welterusten…

22 Mei: Vandaag gaan we naar Yosemite Park. We zijn een beetje terughoudend, want wat als het weer sneeuwt? We hebben geen zin om weer vast te komen zitten! Volgens de weerman en de lokale bevolking hoeven we ons geen zorgen te maken. De storm is naar het oosten weggetrokken en laat nu zijn lading los in Utah, dus wij hebben niets te vrezen. We stoppen dus maar even bij Mariposa Grove en maken daar een wandeling. Het weer is inderdaad een stuk beter en de jasjes kunnen in de auto blijven. Na de wandeling gaan we ontbijten bij Wawona.

In Yosemite is een auto meer een blok aan het been dus parkeren we deze bij Curry Village en gebruiken verder de gratis shuttle bussen in het park om van plek naar plek te komen. Eerst lopen we naar de Vernon Falls Footbridge, vervolgens nemen we de shuttle naar Yosemite Village. Bij El Capitain bekijken we met een verrekijker de bergbeklimmers die deze steile rotswand op hun manier veroveren. Sommige kamperen door een tentje aan de rotswand vast te timmeren en daar aan te blijven hangen. Zij liever dan ik. Yosemite is indrukwekkend deze tijd van het jaar. Dankzij het vele smeltwater zijn er overal hoge watervallen te zien.

De bomen en de valleien zijn ontzetten groen, hetgeen na het gele gras van de prairies in Colorado een welkome afwisseling is. Tegen het eind van de dag verlaten we het park en zoeken een motel op in het plaatsje Angels Camp. We eten s’avonds bij La Hacienda de los Velardes.

23 Mei: ‘s Ochtends ontbeten in Sutter Creek en vervolgens onze weg voortgezet via 49 north en 50 east naar Lake Tahoe. Het is hier ontzetten druk en toeristisch, helemaal niet wat ik me ervan had voorgesteld. Het is natuurlijk de voornaamste bestemming van amerikaanse jeugd tijdens spring break, net zoals Ft. Lauderdale in Florida. Het doet mij een beetje denken aan Nederlandse kolonies in Spanje zoals Torremolinos. Allemaal lawaaierige Hollanders en Duitsers. We rijden een beetje met de weg mee om het meer, maar besluiten hier niet te lang te blijven. Tegen het lunch uur komen we in Carson City waar we eten. We zijn eigenlijk alweer op de terugweg en we besluiten zoals altijd dit via de kortste route te doen. Dus we moeten weer Nevada en Utah oversteken via het minst interressante gebied.

Wat ons verbaasd is hoe mensen in de dorpen die je onderweg tegenkomt overleven. Het lijkt of er geen levensbestaan mogelijk is. Vooral in Nevada hebben deze kleine dorpen alleen maar een postkantoor, kroeg en goktent. In Utah kun je de goktent vervangen door een kerk. In een van dit soort dorpen overnachten we: Battle Mountain. De naam is groter dan het dorp. Twee hotels konden we vinden, en hebben maar op goed geluk een gekozen. Een goed eettentje was er niet te vinden, anders dan een snackbar die betere tijden had gekend. We kruipen uit verveling maar vroeg onder de wol, maar goed ook want heel vroeg in de ochtend worden we wakker gemaakt door het geluid van warmdraaiende dieselmotoren.

24 Mei: We verlaten Battle Mountain en stoppen alleen even voor ontbijt bij de 4 Way Cafe. Daarna is het blik op oneindig, baksteen op het gaspedaal en weer terug naar Aurora. Na de Nevada en Utah woestijn lijkt het hier zowaar weer een paradijs. There’s no place like home…

Loek & Gepke

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Leave a Reply