Ierland – Mei 2013

posted in: Vakantie | 0

11 Mei 2013

Zojuist zijn we in Dublin aangekomen, nu weet ik meteen hoe Nederlanders zich voelen als ze na een lange vlucht in de US aankomen. Als wij naar NL vliegen staat er altijd wel een familielid ons op te wachten die ons naar onze bestemming rijdt, maar hier hadden wij die luxe niet. Na 24 uur op te zijn geweest en een uur in de rij gestaan bij Hertz zijn we in ontzettend druk Dublin verkeer naar ons hotel gereden. En dat in een handgeschakelde auto, met het stuur aan de rechterkant. Ik rijdt eigenlijk al 20 jaar alleen nog automaat, dus dat was voor mij een dubbele uitdaging. Maar we hebben het heelhuids gehaald, en brengen nu de komende 2 dagen in Dublin door.

Welcome to Ireland
Huurauto

We hebben de auto voorlopig even niet nodig en hebben deze op het binnenplaatsje van het hotel hier gestald. Gisterenmiddag hebben we een klein dutje gedaan om over de ergste jetlag heen te raken, daarna zijn we gaan wandelen om de omgeving te verkennen. We kwamen in het park St. Stevens Green terecht, een mooi groot park met gemanicuurde grasveldjes waar menig golfclub in Denver jaloers op zou zijn. Gezien hoeveel het hier regent hoeven ze hier niet te wateren om het zo mooi groen te houden. Het heeft non-stop geregend sinds we hier zijn aangekomen, maar dat heeft tot nu toe de pret voor ons en de locals hier nog niet gedrukt. Het is opvallende hoeveel mensen ondanks het regenachtige weer in het park lopen te banjeren, of gewoon in de regen op een bankje zitten. Het is duidelijk dat ze hier wel wat regen gewend zijn.

St. Stevens Green
Dublin

Als we verder lopen kijken we wat er bij verschillende eettentjes op het menu wordt aangeboden. We zijn nog niet klaar voor “Cabbage en Bacon” maar bij de meeste Dublin kroegen worden ook andere zaken aangeboden; echter ze zitten allemaal stampvol. We lopen een of twee pubs binnen en sturen door de drukte heen op zoek naar een leeg tafeltje, maar tevergeefs. We settelen uiteindelijk maar voor een maaltijd bij een Thai’s restaurant, waar nog een plek vrij is. Opvallend hoe Aziatisch eten overal op de wereld anders smaakt, zo ook hier, maar het is wel lekker. We raken even aan de praat met twee meisjes aan het tafeltje naast ons. Zij zijn hier in Dublin om een trouwjurk te kopen voor een van de twee meisjes die binnenkort in Cork gaat trouwen. Zij is jaloers als wij vertellen dan we slechts 12 mensen op onze “bruiloft” hadden, precies 20 jaar geleden. Zij verwacht 140 gasten!

Als we na het eten terug lopen naar het hotel merken we toch wel dat we nog niet over de jetlag heen zijn, het is meer slaapwandelen. Rond negen uur liggen we allebei alweer in bed en zijn zo in dromenland.

12 Mei 2013

De nacht hebben we in etappes geslapen, de laatste etappe leek wel een bergetappe, zo moeilijk was het weer de slaap te vatten. Uiteindelijk zij we deze zondag maar voor het kraaien van de haan opgestaan en op ontdekkingstocht gegaan. De meeste toeristische gebouwen zijn nog gesloten, omdat het vroeg is of omdat het zondag is, dus nemen we genoegen met het fotograferen van de buitenzijde. Zo lopen we gezellig in de stromende regen naar het terrein van de Trinity College waar we een blik willen werpen op het “Book of Kells”, tentoongesteld in de Old Library building.

Book of Kells

Binnen kopen we een kaartje en gaan de verschillende ruimtes door die uiteindelijk zullen leiden naar het Book of Kells. Het boek is een Latijnse vertaling van bijbelteksten geschreven door monniken zo rond het jaar 800. In de ruimtes van de tentoonstelling word verteld over de periode waarin het boek werd geschreven, over hoe de monniken destijds leefden en over de wijze waarop boek van dit soort toen werden gemaakt. De bladzijden zijn gemaakt van kalfsleer dat zeer dun en sterk wordt geprepareerd zodat de monniken de teksten erop konden schrijven en hun ingewikkelde en mooie illustraties. Ondertussen worden we door de gids van de library geïndoctrineerd over het feit dat dit het belangrijkste historisch document in Europa is. Dat ik daarover nog een andere mening heb wil zij niets van weten (… en de Magna Carta dan?).

Als we in de volgende ruimte komen ligt het Book of Kells uitgestald in een glazen vitrine; het is wel indrukwekkend, zeker als je je realiseert hoe oud dit boek is en hoe goed de conditie nog is ondanks dat het al een tijdje ligt. Het boek wat er echter naast ligt vind ik persoonlijk nog indrukwekkender: The Book of Armagh. Dit boek in een vertaling van het nieuwe testament geschreven in een ongelofelijk netjes, maar piepklein priegelschrift waar ik toch wel een leesbril bij op moet zetten. Maar als je het dan probeert te lezen, zie je dat het allemaal goed leesbaar is, althans als je het Latijns of oud Iers een beetje beheerst.

Als we doorlopen gaan we een trap op en komen we in de Long Room terecht waar allebei onze bekken openvallen. Een hele indrukwekkende lange zaal met mooie houten bewerking die vol staat aan beiden zijden met boeken muren, tot aan de nok gevuld met oude boeken en manuscripten, zo’n 200,000 als we de gids mogen geloven. Je mag hier niet flitsen, maar we weten toch zonder flits een paar mooie fotos te knippen. Maar het is net als de Grand Canyon: niet te fotograferen, je moet het zelf meemaken. In de Long Room staan ook ander zaken zoals een lange rij met bustes van belangrijke mensen, de declaratie van onafhankelijkheid van Ierland en de oudste harp in Ierland.

Long Room
Long Room

Via de onvermijdbare gift store aan het eind van de toer komen we weer buiten, waar het even is opgehouden met regenen. We gaan maar eens op zoek naar een plek om te ontbijten/lunchen. Buiten vinden we een kleine toerist info booth waar de man daar ons verwijst naar Murray’s om te eten, en dat advies volgen wij getrouw op. Murray’s blijkt iets verder lopen te zijn dan we dachten, maar we vinden het toch en bestellen een “full Irish breakfast”: Witte bonen in tomatensaus, gebakken ei, tomaat, worstjes, champignons, aardappels en iets wat lijkt op een plak bloedworst. We laten ons niet kennen en werken het allemaal naar binnen. Intussen komt een Aziatische Ier met ons praten en na het antwoord zijn vraag waar we vandaan komen (…Colorado) gaat hij honderduit vertellen over Cleveland. Tja, het is allemaal toch Amerika niet?

Na de lunch gaan we naar het oude gedeelte van Dublin die een sterk Viking/Noormannen historie heeft. Wij besluiten een route te nemen die ons over het “Ha’Penny Bridge” naar het gebied van de Temple Bar leidt. De mooie victoriaanse brug heeft zijn naam te danken aan de tol die werd gerekend om naar de overkant te mogen: een halve penny. In het Vikingen/Middeleeuwen gebied gaan we de Dublinia tentoonstelling bekijken in Old Synode Hall in de omgeving van de Christ Church Cathedral. Over drie verdiepingen wordt de geschiedenis verteld van de Vikingen die hier een nederzetting hadden gesticht, die later uitgroeide tot de stad Dublin. De tentoonstelling is een beetje op kinderen ingesteld, maar toch wel leuk en leerzaam. Het is verdeeld over drie verdiepingen: de eerste en tweede gaan over de Viking periode en de Middeleeuwen, de derde verdieping gaat over de archeologisch opgravingen in en om Dublin. De toer eindigt middels een brug in de Christ Church, waar je eventueel opnieuw tegen betaling kunt rondkijken, maar daar zien we maar vanaf.

Ha'penny Bridge

Vanaf Christ Church lopen we langs de overblijfselen van de stadsmuur in de richting van de Guinness brouwerij. We besluiten hier in de omgeving eerst even in koffiehuis “Caffe Noto” bij te komen. Dan lopen we naar de Guinness Brouwerij die we van buiten uitgebreid bekijken en fotograferen, maar de rondleiding binnen maar laten voor wat het is, gezien de conditie van onze voeten en het late uur waarbij we weinig kans nog maken om mee te kunnen met de rondleiding. Het advies is hier je vroeg op de dag voor te melden, maar ik heb wel genoeg brouwerijen van binnen gezien. Wij scharrelen (lopen kun je het niet echt noemen) weer terug naar ons hotel.

13 Mei 2013

Van uitdagingen gesproken; midden in de ochtendspits Dublin uitrijden, onze timing had niet slechter kunnen zijn. Maar na enig kunst en vliegwerk bevinden we ons na goed 45 minuten buiten de stad en zijn op weg naar Glendalough. In Glendalough gaan we onze eerste ruïnes bekijken van een in de 6de eeuw gesticht klooster door St. Kevin. We komen er tegelijk aan met enige busladingen fransen die net als ons in de stromende regen een goed heenkomen zoeken. De rondleidingen binnen of onder enige andere vorm van onderdak zijn het populairst. Door het minder prettige weer hebben we het hier snel bekeken, vluchten weer snel de auto in en zetten de reis verder naar de volgende hoop stenen: Brownshill Dolmen. Deze is vergelijkbaar met een Hunebed in Drente, een 5000 jaar oude graftombe omringd door enorme stenen waarvan het een raadsel is hoe men deze destijds op de plaats hebben gekregen. De sfeer hier is wel toepasselijk, niemand anders is op deze plek die middels een kleine wandeling langs wat kreupelhout een stukje een veld invoert. Je zou zo kunnen vergeten welke eeuw het is, en net doen alsof het werkelijk 5000 jaar terug is, en elk moment de druïden zullen verschijnen om de doden hier te begraven. Voordat de regen weer begint, lopen we het smalle pad weer terug naar de parkeerplaats.

Glendalough
Glendalough

We rijden verder en kunnen eindelijk even de snelweg op om wat kilometers te maken. Tot nu toe hebben we alleen maar secundaire wegen gezien waar je tegenliggers maar nauwelijks kunt passeren, zo smal is het. Tegen drie uur komen we aan in Cashel, waar we een rondleiding nemen bij de Rock of Cashel, een ruïne van wat eens een indrukwekkende kathedraal moet zijn geweest. De gids die de rondleiding geeft is goed op de hoogte, een echte Ier die “three” uitspreekt als “tree” en je nooit in de ogen kijkt als hij iets zegt, ook niet als hij rechtstreeks tot je spreekt. Het waait ontzettend hard op de heuvel waar de ruïne van de kathedraal is gevestigd en we doen echt moeite om niet om te waaien. Gelukkig zijn er delen dusdanig hersteld, zodat je min of meer “binnen” bent, al is er meestal geen dak boven je hoofd. Buiten de gebouwen is een begraafplaats waar zelfs tot op heden nog mensen bij uitzondering weleens worden begraven. Het deel waar vroeger het kerkkoor was ondergebracht is geheel hersteld, heeft weer een dak en mooi houtwerk binnen. Op dit moment zijn er echter geen plannen (en geld) om de rest van het complex te restaureren, alleen te conserveren wat er momenteel nog is. Dat is wel jammer want het heeft wel de potentieel een mooi en indrukwekkend kathedraal te zijn.

Rock of Cashel

Nadat we ternauwernood van de heuvel waaien, redden we het toch weer terug naar de auto en gaan op weg naar Cork. Als we op de snelweg zitten komen we er achter dan het een tolweg is, en staan ineens voor een tolpoortje waar we met gepast geld moeten betalen. We scharrelen al ons kleingeld bij elkaar en weten zo de 1.90 Euro bij elkaar te vegen die de slagboom omhoog doet gaan. Het zou wel handig zij als ze je vertellen dat het een tolweg is vóórdat je erop rijdt in plaats van als je er al op rijdt…

Tegen zessen rijden we Cork binnen waar de GPS ons over steile smalle weggetjes leidt, waarvan wij dachten dat ze eenrichtingsverkeer moeten zijn, totdat … we tegenliggers tegenkomen. Dat wordt dus vlak langs de muren kruipen en proberen langs elkaar heen te persen. Zo komen we toch aan bij het Ambassador Hotel, onze eindbestemming voor vandaag.

Ambassador Hotel in Cork

Na het inchecken wandelen we onze berg af naar het centrum van Cork. Cork is een leuke compacte stad met een rivier die door het centrum voert. Wij lopen in het centrum de ene steeg na de ander in, op zoek naar een acceptabel eettentje. Als we die hebben gevonden, doen we ons allebei tegoed aan een lekkere maaltijd en worden vervolgens beloond met een super steile wandeling terug de berg op naar ons hotel. Zo zijn de calorieën meteen weer verwerkt.

14 Mei 2013

Gepke wil vandaag de Blarney Stone zoenen, dus gaan we maar op pad; GPS op het dashboard en richting Blarney. Ontbijten hebben we in het hotel gedaan en rond negen uur zitten we in de auto. Het is vandaag vrij droog en de zon komt er zelfs af en toe een beetje door. Dat maakt alles op de terreinen rond Blarney Castle erg mooi groen, met hier en daar wat kleurschakeringen van bloemen die nu in bloei staan.

Op de landerijen heb je twee bouwsels, het Blarney House een mooi landhuis, die nu dicht is en en zeker niet zo oud als de restanten van het kasteel waar bovenin de Blarney Stone is te vinden. Om daar te komen moeten we een stenen wenteltrap naar boven nemen, die naarmate je hoger komt, steeds smaller wordt. Niet iets voor mensen met claustrofobie, en ik vraag me onderweg ook af of het trappetje straks niet smaller is dan mijn brede frame. Maar we halen het en we komen uit op het bovenste randje van de muur in een lange rij men mensen die allemaal even op hun rug willen liggen om de Blarney Stone te likken … eh, kussen.

Het lijkt mij een onhygiënische tafereel, dus ik besluit het maar van een afstandje te bekijken, en laat Gepke de eer om namens ons even onder steen te gaan hangen. Ik maak er een foto van, evenals de heer die Gepke helpt bij het achterover hangen over het randje om de steen de kussen. Als je je afvraagt wat ze in hemelsnaam daar aan het doen zijn, moet je maar even de Blarney Stone opzoeken op Wikipedia.

Kiss the Blarney Stone

We gaan weer op weg, ditmaal naar Cobh. In Dublin waren we al uitgelachen omdat we dat uitspraken als “Cobb” hetgeen volgens de Ieren alleen zo wordt uitgesproken door Amerikanen. Het moet dus worden uitgesproken als “Cobe”, lange “O” als in koop. Weten we dus ook weer en we willen niet meer worden uitgelachen en letten nu goed op onze uitspraak.

Cobh is een klein dorp gelegen aan het uiterste puntje van Ierland tegen de Atlantische Oceaan. Vanaf deze plaats vertrokken miljoenen Ieren ten tijde van de “Famine” op zoek naar een beter bestaan als immigranten in Amerika. Het schijnt dat ook de Titanic nog even deze plaats heeft aangedaan voordat het aan haar minder succesvolle maiden voyage begon. Ook deze dag lag er een groot cruise schip aangemeerd, en komen de toeristen hier, net als wij, het pittoreske plaatsje bekijken.

Cobh

Vanaf Cobh rijden we nog even via wat landelijke smalle weggetjes naar Ballycotton, een klein slaperig dorpje waar verder niets te zien is, en wij na een winderige wandeling over de lokale pier ook besluiten dat iedereen in Ierland blijkbaar nog slaapt. Over de snelweg rijden we weer terug naar Cork, waar bij ons hotel blijkt dat alle parkeerplekjes bezet zijn. Ik sta even te wachten op een plekje en als die vrij komt duikt daar meteen een vrouw in een dikke SUV in. Ik moet me bedwingen om haar niet het universele gebaar te geven voor “hey bitch, that was my parking spot”. Maar even later vertrekt er gelukkig iemand anders en kan ik mijn Eurodoos parkeren.

We doen even een dutje op de kamer en dalen dan de berg (Military Hill) weer af naar het centrum om te eten. De keuze valt dit keer op Amicus waar we net als gisterenavond naast dezelfde mensen blijken te zitten; dat heb je in een klein dorp hè. Met volle buiken zou ik willen zeggen rollen we naar huis, ware het niet voor het feit dat we die steile berg ook weer omhoog moeten. We overleven de klim echter, en ons bedje wacht al op ons. We hebben even geen fut om nog in de “cocktail lounge” te socializen.

15 Mei 2013

We nemen vandaag afscheid van het Ambassador Hotel en gaan weer verder op pad naar Killarney. We nemen hiervoor de scenic route die zo dicht mogelijk langs de kust voert. Wat is Ierland dan mooi als je zo over de smalle landweggetjes rijdt. Af en toe komt de weg dichtbij een inham van de zee en zie je aan de overkant de pittoreske dorpjes liggen, met huizen die in alle kleuren van de regenboog zijn geschilderd. Wat ons ook opvalt is hoe goed verzorgd alle huizen eruit zien, alsof er werkelijk veel aandacht wordt besteed aan werkelijk elk huis in Ierland. Dat zie je in Amerika wel duidelijk anders, waar je met enige regelmaat vervallen woningen ziet, met een vloot aan oude kapotte autos in de tuin en andere zooi. Hier ziet alles er fris uit, ondanks dat je zou verwachten dat hier en daar het groen zal uitslaan van al het vocht hier, maar nee, nog geen onverzorgd huisje gezien.

We stoppen onderweg in het plaatsje Clonakilty om te ontbijten. Het restaurant heeft wel iets weg van een huiskamer, maar daar houdt de vergelijking op. De enige gasten die we verder zien zijn al hoge leeftijd gepasseerd, en als wij ons eten voor ons hebben lopen er steeds meer hele oude vrouwtjes en mannetjes naar binnen. Het lijkt wel een bejaardentehuis, wij zijn werkelijk de jongste gasten. We vermoeden dat er alleen oude mensen in het dorp wonen, of dan wij het geriatric cafe van het dorp hebben getroffen.
Clonakilty

Terwijl we binnen zaten heeft het even geregend, maar verder treffen we het redelijk met het weer vandaag. We rijden weer verder en maken even een omweg naar Baltimore, waar de weg eindigt. We deden dit dorpje aan op advies van een kennis die in Ierland woont, maar we weten niet waarom ze het aanprees, want er was weinig te zien of beleven. De rit gaat dus verder naar het noorden, waar we in Bantry terechtkomen.

Hier in Bantry is het huis van de Earl of Bantry te bezichtigen, en dat doen we dus maar even. Eerst even rondgestruind door de mooie tuinen van de estate, en vervolgens het landhuis van binnen bekeken. De familienaam van de Earl was White, en het huis is nog steeds in het bezit van de familie met dezelfde achternaam. Zij wonen in een deel van het huis wat niet open is voor bezichtiging. We kunnen beneden een zit en eetkamer bekijken die nog is ingericht zoals het was ten tijden van de originele eerste Earl, zo rond het einde van de 18de eeuw. Boven kunnen we de bibliotheek nog zien en een tweetal slaapkamers met bijbehorende kleedkamers. Het deed mij een beetje denken aan de engelse TV serie Downton Abbey.

Earl of Bantry

We overleggen even of we eerst naar Killarney gaan rijden, of toch nu even de Ring of Kerry zullen rijden. We besluiten voor het laatste omdat zo laat op de dag minder touring bussen op de Ring zullen rijden. Onderweg naar de ring stoppen we even bij Molly Gallivan’s Visitor Centre met het idee daar een ijsje te kopen, maar we vertrekken daar met een nieuwe Aran stijl trui voor mij. Tja, ze waren in de aanbieding, en deze was mijn maat.

Ongemerkt komen we op de Ring of Kerry terecht; het landschap ziet er ruig uit, met prachtige vergezichten, mos bedekte rotsen, veel groen en overal opvallende struiken met gele bloemetjes erin. Het autorijden is hier wel een uitdaging, met de ontzettend smalle weggetjes waar je volgens de bordjes 100 km/uur mag, maar waar het zweet al in je handen staat als je 70 rijdt. Vooral met het passeren van tegenliggers is het even uitkijken, maar de locals doen dat inderdaad met 100 km/uur op een afstand van 1 centimeter…

Ring of Kerry

Na een mooie rit over de Ring komen we dan uit in Killarney, waar we even wat klungelen als we het hotel zoeken. Er is alleen een straatnaam, geen huisnummer en de straat is toch wel een kilometer of 3 lang. Maar we vinden het, checken in en gaan meteen te voet op zoek naar een eettentje, want het is na zevenen en we rammelen allebei van de honger. Na 10 minuten wandelen vinden we een pub die een simpele maar lekkere maaltijd weet voor te zetten. Zelfs zaken als spruitjes waar ik normaal niet echt gek op ben smaken lekker. Het is waar: honger maakt rauwe bonen zoet.

Terug in het hotel nestel ik me in een van de grote zetels in de lounge en werk het verslag bij. Op de TV boven de bar loeit het voetbal: Chelsea tegen Benfica in Amsterdam. Naast mij een glas Johnny Walker Black label, we komen de avond wel door.

16 Mei 2013

Vanmorgen in Killarney even nagedacht dat het wel handig zou zijn als we naar een wasserette konden gaan, maar volgens de receptioniste bij het hotel “doen mensen in Ierland dat niet”. Huh? Dragen ze hun kleren één keer en gooien ze het daarna weg of zo? Wij hebben haar maar even nog niet op haar woord geloofd en zullen eens onderweg kijken of dat echt zo is. We hebben eerst in downtown Killarney eventjes ontbeten, Gepke twee poached eggs on toast, en ik een ei, bacon en worstjes op een Bap, hetgeen een mooi woord is voor een oversized hamburger bun.

Voordat we onze reis in noordelijke richting voortzetten, gaan we eerst in het zuiden even een kijkje nemen in het Killarney National Park. Daar is onze eerste stop bij het Muckross House, waar de regen steeds harder uit de lucht komt. Wij laten ons echter niet kennen, en zijn in onze regenjassen een wandeling gaan maken over de landgoederen. Het huis zelf laten we maar links liggen, het staat half in de steigers en ziet er niet echt aantrekkelijk uit. Als verzopen katten komen we weer bij de auto en zetten de reis voort naar de Torc Waterfall en lopen de kleine 200 meter naar de waterval. Er zijn nog wat langere wandelingen mogelijk, maar de regen komt inmiddels met bakken uit de lucht en het pad waarop we lopen is nauwelijks te onderscheiden van de Torc Waterfalls, zoveel water loopt er overheen.


Het regent

 

Dus maar weer de auto in en nog een klein stukje doorgereden naar de Lady’s View, een mooi uitzichtpunt volgens Queen Victoria en haar consorten. Blijkbaar troffen zij beter weer dan wij, want hoewel het even droog was, hingen de omringende bergen in een waas van mist en was er weinig “view” te zien. Voordat het weer begon te regenen, draaien we de auto om en koersen weer terug in dezelfde richting als vanwaar we kwamen. We willen namelijk vandaag over de Dingle Peninsula rijden, en die ligt precies in tegenovergestelde richting vanwaar het Killarney NP ligt. De Dingle Peninsula ligt net boven de inham waar de Ring of Kerry eindigt en heeft wat minder bekendheid, maar doet in schoonheid zeker niet onder voor de Ring. Ondanks de vele regen onderweg was dit toch wel erg mooi landschap, en wij vonden deze rit misschien wel mooier dan de Ring of Kerry.

In het stadje Dingle zijn we gestopt voor een kleine snack, Gepke een quiche en ik een scone, in een piepklein theehuisje. Het was even droog en tussen de wolken was af en toe zelfs wat blauw te zien. We spoedden ons terug naar de auto voordat het weer begon te regenen. We hadden ook een beetje haast want de GPS stond nog op het dashboard en we wisten niet zeker hoezeer grijpgrage vingers misschien die de moeite waard zouden vinden om een raam in te tikken. Op de noordelijke kant van onze route komen we langs een plek waar zogenaamde “famine homes” kunnen worden bezichtigd. Dit zijn oude stenen hutjes waar in de negentiende eeuw de armste van armen onder de Ieren woonden, en een kleine stukje land bewerkten in plaats van huur te betalen. Zij leefden zelf voornamelijk van de aardappelen die ze verbouwden en toen de “potato blight” toesloeg verhongerden de meeste van dit soort mensen. Sommige kregen van hun landeigenaren de keuze of te verhongeren of een afkoop te nemen waarmee ze naar Amerika konden emigreren. Dus veel rijken financierden op die wijze de emigratie van een groot deel van de miljoenen Ieren die uit Ierland vertrokken in die tijd. We rijden verder en stoppen regelmatig bij de vele uitzichtpunten om fotos te maken. Over de Connor Pass bereiken we de grootste hoogte van die dag, en voeren via steeds smallere weggetjes terug naar de beschaving. Op een bepaald moment is de weg te smal om twee autos te laten passeren, en tja, dan kom je natuurlijk een tegenligger tegen. Onder de wet van degene die bergop rijdt moet weer achteruit, moet onze tegenligger terug, hetgeen hem niet makkelijk afgaat. Het lukt hem uiteindelijk met heen en weer rijden ons te laten passeren.


Ring of Kerry

 

We eindigen deze dag in Tralee waar we op zoek gaan naar een plek om te overnachten. Het eerst hotel dat we aandoen is reeds volgeboekt, maar weet van een ander hotel waar wel plek is en geeft ons instructies hoe daar te komen. Onderweg naar dit hotel zien we een bord voor de Rockmount B&B, en besluiten die eerst even te proberen. Een wat norse man doet de deur open met de mededeling dat hij dat niet doet, daarvoor moet je voor bij zijn vrouw zijn en verdwijnt in de keuken. Wij staan even beteuterd ons af te vragen of die man dan wel zijn vrouw op de hoogte heeft gesteld van onze aanwezigheid, wanneer een mevrouw uit de tuin komt en met Iers accent ons welkom heet. Wij bekijken de kamer die ze ons aanbiedt, met eigen badkamer, en die ziet er netjes genoeg voor ons uit. Voor 60 Euro mogen we hier een nachtje blijven; een stukje beter dan de 100 euro die het hotel zou rekenen waar we naar onderweg waren.


Rockmount B&B

 

We nestelen ons even op de kamer en zoeken weer naar een wasserette, middels de hier aanwezige WiFi, en vinden er een op … Facebook. Wij vinden het in het dorp en kunnen hier voor 12 euro per 6 kg de was laten doen. We hoeven het zelf niet te doen, en kunnen het morgen om 12 uur weer op komen halen. We laten de auto staan bij de wasserette, je moet hier zuinig zijn op parkeerplekjes, en gaan op zoek naar een flappentap. De machine die we vinden spuugt 400 euro in briefjes van 20 eruit, dus met een dikke portemonnee in mijn achterzak zit ik een verdieping hoger als we even later een restaurant hebben gevonden om de eten. Ja, ze hebben nog een plekje voor ons, maar we moeten wel om half acht weer weg zijn. Dat lijkt ons geen probleem want het is nu pas 6 uur, dus hoe sneller jullie het eten bij ons neerzetten, hoe eerder we weer weg zijn. Het eten is heerlijk, en erg veel, en er gaat ook erg veel tijd voorbij tussen de verschillende gangen. Dus niet door onze schuld vertrekken we pas rond acht uur uit het restaurant.

We gaan terug bij de B&B nog even in de gezamenlijke ruimte zitten waar het bloedheet is door een roodgloeiende houtkachel. Het is even zweten, maar het verslag moet af…

17 Mei 2013

We werden vanmorgen getrakteerd op een full Irish breakfast, en met full bedoel ik echt full. Eieren, veel hele dikke plakken bacon, kleine worstje, een dikke plak grotere worst en een dikke plak bloedworst, en dan natuurlijk nog de gebruikelijke gebakken tomaat en champignons. Wilt u daar nog wat ontbijt cereal bij? Wat zegt U nu al vol? We waggelen rond half tien de B&B weer uit en testen het onderstel van de huurauto. De auto schijnt het extra gewicht aan te kunnen, of nee toch niet. Het “check tyre pressure” lampje gaat branden, tja niet zo verwonderlijk.

Maar even serieus, de laatste keer dat bij ons dat lampje ging branden stonden we een halve kilometer verder met een lekke band. Dus toch maar even stoppen bij een benzine pomp om wat lucht in de banden te doen. De linker achterband was inderdaad een beetje zacht, dus heb ik daar maar wat lucht bij gedaan. We gaan weer op pad naar het dorpje Fenit om te zien of daar iets is te doen. Maar het lampje gaat onderweg niet uit, en dat zit me niet lekker. De banden zien er verder goed uit, maar ja, dat zegt vaak niets. We besluiten om maar even langs de Quickfit te gaan, die zagen we in Ennis. De man bij de quickfit zegt echter niet te weten hoe je het banden spannings lampje reset. Hij adviseert naar de dealer te gaan.

Inmiddels is er wat tijd verstreken en het middag uur komt er langzaam aan. Om 12 uur mogen we onze was namelijk ophalen bij de wasserette waar we het gisteren hebben achtergelaten. We lopen dus nog maar even wat rond in het centrum van Tralee, en stoppen bij een koffieshop voor een kopje koffie totdat we ons kunnen gaan melden. De was staat inderdaad klaar als we aankomen en we zijn blij met het resultaat van de service van 12 euro. Wij kunnen weer een tijdje vooruit.

De dichtstbijzijnde VW dealer zit in Castleisland, zo’n tien kilometer verderop, dus daar gaan we maar naartoe. Het alternatief is de Hertz vestiging in Shannon, en daar hebben we geen zin in. Bij de dealer worden we vriendelijk ontvangen door de man aan de balie die meteen meeloopt naar de auto. Hij lacht en vertelt dan hij dit wel vaker meemaakt en gaat zitten op de bestuurdersplek. Gewoon even op dit knopje … ? Het knopje wat hij wil indrukken zit er niet. Hij rijdt onze auto naar de werkplaats. Hij gaat vervolgens heel lang zoeken naar iemand die er verstand van heeft. Die verschijnt in de vorm van een jonge monteur die aan de radio gaat morrelen, het contact aandoet en de auto in de eerste versnelling zet. Na wat magische woorden uit te spreken en zittend een dansje te doen op de stoel, gaat het lampje uit. Zie je wel? druïden bestaan nog steeds in Ierland.


Lekke band

 

We kunnen weer verder naar ons volgend doel: Cragganouwen. Het Craganouwen Project is een park waar men vlak bij een oude middeleeuwse toren wat bouwsels heeft gemaakt zoals die rond de bronstijd hier in Ierland moeten hebben bestaan, zo rond 1000 BC. We lopen eerst de torenkasteel naar binnen. Het doet me denken aan die toren in de film Monty Python and the Holy Grail, vanwaar de fransen de Engelsen belachelijk maakten. Via een nauwe smalle wentel trap kunnen we helemaal naar boven. Onderweg kunnen we steeds even uitwijken in de kamertjes die spaarzaam zijn ingericht met meubels uit de 16de eeuw. Het valt me op dat de vloeren van de verschillende verdiepingen hier van steen zijn, en niet van hout. De houten vloeren en daken waren de eerste zaken die door gebrekkig onderhoud verdwenen, en waardoor velen kastelen hier tot ruïnes zijn verworden. Misschien is de stenen vloer hier wel een reden dat het kasteel er nog in redelijk goed staat is gebleven.

Na het bezoek lopen we verder langs het pad de Cragganouwen Project in. We komen eerst langs de Crannog, een soort terp waar de bewoners van Ierland in de bronstijd leefden. Een tweetal ronde gebouwtjes met rieten daken zijn hier op zo realistisch mogelijke wijze neergezet. Om de terp heen in een hek van pitriet neergezet als een vorm van verdediging tegen ongewenste bezoekers. In het midden ligt een vuurtje te smeulen van turf. Het ziet er bijna authentiek uit, ware het niet voor de man die ernaast met een gemotoriseerde grasmaaier het gras staat te maaien. Verderop is nog een andere agrarische vestiging te vinden, niet met een rieten omheining, maar een aarden wal, met daarin een soort kelder. Gepke kruipt door de kelder naar binnen en verdwijnt. Ik neem de wat meer traditionele ingang via de hoofdpoort, en zie daar net Gepke via een van de hutjes naar buiten komen. Zij is via de vluchtuitgang dus naar binnen gekomen, dan kan ook. Bij het turf vuurtje die hier ook brand rusten we even wat uit, dit merken we later want we ruiken de rest van de dag naar de rook.


Cragganouwen
Cragganouwen

 

Tussen de twee nederzettingen lopen we verder over het pad en zien wat ander zaken: een soort kookplaats, een neolithisch graf, een oude houten weg en de St. Brendan. De St. Brendan is een nagebouwd schip van rond het jaar 600, waar Tim Severin in 1976 mee naar New Foundland is gevaren, om te bewijzen dat het mogelijk was voor Ieren van die tijd om dat te doen. De boot was van hout, met daarover canvas gespannen die met teer is geïmpregneerd. De zeilen zijn van leer.


St. Brendan

 

Het is alweer was laat als we weggaan richting Bunratty Castle, en daar worden we dan ook teleurgesteld want na 4 uur mag je niet meer naar binnen. Ze hebben laat op de dag daar middeleeuwse banket en alleen de gasten die daarvoor komen en hebben gereserveerd mogen naar binnen. Dus we rijden maar naar de B&B die we hebben gereserveerd. Het is even zoeken, want wederom is er niet echt een adres aangegeven op de website waar we boekten. Iedereen in Ierland weet waar hij/zij woont, dus ze hebben geen adressen nodig. De heer des huize geeft ons in ieder geval een goeie suggestie om de eten in Ennis: de Poet Corner in the Old Ground. We hebben daar werkelijk heerlijk gegeten, een aanrader.

18 Mei 2013

In een piepkleine badkamer mag ik me douchen. Ik kan nauwelijks mijn armen gebruiken om me te wassen, laat staan mezelf afdrogen. Zijwaarts schuifel ik voorbij het afwastafeltje en loop achteruit de badkamer uit. Zo, hier iets meer ruimte zodat ik me kan aankleden. Het was een fijn bedje in de kleine slaapkamer, maar het badkamertje was wel heel erg klein. We gaan de trap af naar beneden naar de ontbijtruimte van onze B&B waar al twee andere echtparen wachten op het ontbijt. Een brits stel, en een paar uit Massachusetts. De Britse man kijkt steeds naar zijn schoenen als hij met ons praat, slechts zelden richt hij zijn ogen in onze richting.

Na het ontbijt betalen we onze rekening en pakken onze spullen weer in de auto. We zijn nog geen 100 meter gereden of het “check tyre pressure” lampje gaat weer branden. Daar zit dus toch iets niet lekker, dus we rijden eerst maar even naar Hertz op Shannon Airport. Bij Hertz werden we ontvangen door een handjevol russen, en ik moest mijn vooroordelen over in zaken handelende russen even onderdrukken. De auto werd meegenomen en ze zouden hem even bekijken. Ik zat al in over wat zij mij in rekening zouden brengen voor een eventuele kapotte band, die waarschijnlijk zou uitgroeien tot vier versleten velgen waar wij de kosten voor zouden moeten dragen. Maar niets van dat alles; de man kwam terug vriendelijk lachend, met een kleine schroef in zijn handen. Alsjeblieft, souveniertje voor je, die zat in je band en die liep dus langzaam leeg. Nee, geen kosten aan verbonden, de band is gerepareerd en hij wilde ook niets weten van een fooi. Zodoende moest ik mijn vooroordelen over russen scherp bijstellen … bij deze dan.

Met een gerust gevoel gingen we weer op weg naar Bunratty Castle waar we gisteren voor een gesloten deur stonden. Ditmaal mochten we naar binnen. We kwamen hier eigenlijk voornamelijk voor het bijbehorende folk park, maar we hebben toch ook maar weer de trappen van het kasteel getrotseerd zodat we over het landschap konden uitkijken. Bunratty Castle is toch wel een van de beter gepreserveerde kastelen in Ierland, dus ook het kasteel was wel de moeite waard. Het Folk Park is toch wel het bijzondere van Bunratty. Van overal in Ierland zijn huizen, krotjes, boerenstedes naar het Folk Park gebracht en weer in ere hersteld. Hier en daar zijn mensen in klederdracht van de negentiende eeuw bezig met de ambachten die destijds werden uitgevoerd. Overal in de huisjes brand een turfvuurtje en kun je gewoon naar binnenlopen en rondkijken. Er is ook een klein dorpstraatje nagebouwd waar je de verschillende huisjes binnen kunt; van de doktor, de smid, een lokale kroeg, een school, de kerk enz. Kortom het lijkt een beetje op het Arnhem Openlucht Museum.


Bunratty Folk Park
Bunratty Folk Park

 

Na een aantal uur in Bunratty rijden we via snelweg naar Galway. We vinden het hotel vrij makkelijk, maar niet een parkeerplaats. Via mini straatjes, bochtjes en steegjes komen we bij een poortje die naar de parkeergarage in de kelder van het hotel leidt. Het is er donker, maar het licht springt vanzelf aan om te tonen dat er geen plekjes meer vrij zijn. Gepke stapt uit en gaat naar de receptie, terwijl ik bij de auto blijf voor het geval ik die opzij moet zetten. Na een tijdje gaat er iemand weg en duik ik snel in het lege plekje die hij achterlaat. Als ik ook bij de receptie aankom is Gepke net klaar en meldt dat we zijn geüpgraded naar een appartement in plaats van een kamer, aan de overkant van de weg. Daar is ook weer een andere parkeergarage met speciale plekjes gereserveerd voor de logees van het hotel. We pakken onze koffers uit de auto en nemen de lift naar de derde verdieping. Het appartement is een prettige verassing: een moderne zitkamer met keuken, een aparte slaapkamer en een badkamer die zo groot is als sommige van onze hotelkamertjes tot nu toe. Als klap op de vuurpijl hebben we een gigantisch balkon die uitkijkt over de stad en het verderop gelegen Galway Bay. Jammer genoeg regent het, dus het balkon laten we maar even links liggen.


Ons plekje in Gallway

 

Er blijkt in het appartement ook een wasmachine te zijn, hadden we dat maar eerder geweten, maar we gaan er toch maar dankbaar gebruik van maken voor de kleren die nog niet de laundry service hadden gezien. Gepke is even naar de toerist informatie geweest en komt daarvandaan net terug, ze hebben daar leuke toer voor de Inishmore, de grootste van de Aran Islands. We besluiten die maar te doen, en Gepke gaat weer terug om die te boeken, terwijl ik nog wat blijf rondhangen in het appartement. s’Avonds gaan we eten in de pub van het hotel, en gaan dan weer naar onze stek waar Gepke naar het Songfestival kijkt, en ik wat op Facebook rondkijk. Daar kom ik tot de ontdekking dat vrienden van ons ook in Ierland op bezoek zijn vanuit Nederland. Via Facebook spreken we af elkaar morgen in Galway te ontmoeten. Moe gaan we allebei pas heel laat slapen.

19 Mei 2013

Vanmorgen zijn we vroeg opgestaan en meteen na het ontbijt naar het busstation gelopen, vanwaar onze toer naar de Aran Islands vertrekt. We staan even buiten het station te kijken of we iets zien, en dan lopen we naar binnen waar we vrijwel direct worden aangesproken door Michael, onze toerleider voor de dag. We mogen even later in ons busje stappen, maar moeten even wachten op wat laatkomers van onze groep. Als het zo’n 10 minuten na de afgesproken vertrektijd is, gaat Michael toch maar rijden zonder zijn laatste gasten. En dan komen ze er toch nog op de valreep aanrennen, een zestal Duitse teenage meisjes. We rijden nog naar een ander hotel waar we een Aziatische mevrouw en haar man ophalen, dan spoeden we ons naar de ferry die naar Inishmore vaart, de grootste van de Aran Islands.
Rossaveal
Harbor of Rossaveal

De boot is van een formaat waar ik nog net wel mee wil varen, maar ik blijf wel op de onderste dek. Gepke gaat meteen naar het buitendek bovenop het bootje en bewondert de dolfijnen die onderweg meezwemmen. De tocht duurt ongeveer 40 minuten en dan kunnen we van boord gaan in Inishmore en instappen in een ander busje waarin Michael ons over het eiland zal vervoeren. Onderweg vertelt hij honderduit, over Inishmore, zijn familie die al zeven generaties op Inishmore woont, hoe de eilanders leven en waarvan ze leven (koeien en toeristen). Inmiddels komen we bij onze eerste stop, de restanten van het Dun Aengus fort. We wandelen hier naar boven om het fort van nabij te kunnen bewonderen. Het is gebouwd van los op elkaar gestapelde stenen in een halve cirkel op de rand van de steile rotswand bij de oceaan. Je kunt hier vlakbij het randje komen, en zelfs zonder moeite eraf vallen. Geen hekken of ander barrières om de onachtzame toerist tegen zichzelf in bescherming te nemen. Mensen liggen hier op hun buik en kijken over her randje naar beneden, de meest dapperen zitten op de rand en laten hun benen eroverheen bungelen.
Dun Aengus
Dun Aengus

Na een oponthoud van twee uur bij Dun Aengus gaan we verder, nu naar de Seven Churches. Hier bij de restanten van zeven middeleeuwse kerken lopen we tussen en over de graven van mensen van het eiland die hier al eeuwen worden begraven. Een vers graf is net gegraven en wacht op zijn volgende bewoner, een jongen van 25 jaar die van het eiland was geëmigreerd naar Australië. Hij is daar bij een auto ongeluk om het leven gekomen, en wordt morgen middels de ferry hier teruggebracht om te worden begraven.

Onze rit voert verder naar Ballydavock, het aan het tegenover gelegen punt van het eiland vanwaar we aan land zijn gekomen. We scharrelen hier wat rond, proberen de mossels los te peuteren die muurvast zitten geklemd onderaan een lange boothelling. De volgende stop is een strandje waar Gepke de gelegenheid neemt om met haar blote voeten even in de Atlantische Oceaan de staan. Een ander strandje verderop moet vol liggen met zeeleeuwen maar vandaag zien we alleen hun kopjes af en toe op grote afstand boven water komen. Er liggen hier geen zeeleeuwen die zonnebaden, terwijl de zon toch voor het eerst sinds lange tijd hier lekker staat te schijnen. We rijden weer terug naar de haven van Kilronan waar we even wachten voor de terugtocht naar het dorp Rossaveal op het vasteland.
Inishmore
Rossaveal

Op de boot krijg ik nog een SMSje van Andy en spreken we af voor eten straks. De busrit terug naar het hotel zou normaal gesproken een kleine 40 minuten moeten duren, maar blijkbaar was er een of andere voetbal wedstrijd die een flinke verkeersopstopping heeft veroorzaakt. We doen er uiteindelijk meer dan anderhalf uur over om weer terug te komen, waar Andy en Janneke nog steeds geduldig op ons zitten te wachten. Met zijn vieren lopen we even naar ons appartement, en daarna naar een kleine Iers eettentje waar we gezellig eten en bijpraten. Het is wel stomtoevallig dat we tegelijk in Ierland zijn…
Janneke en Andy in Ierland

20 Mei 2013

Ik heb maar liefst tot 9 uur uit mogen slapen vandaag. We proberen het vandaag rustig aan te doen, met een rondritje ten zuiden van Galway. Pas om 12 uur vertrekken we via Galway Bay naar Dunguaire Castle. We lopen een rondje om het kasteel, omdat we geen van beiden zin hebben om de 7 Euro entree te betalen. Kastelen genoeg gezien van binnen nu. Via de kustlijn van County Clare rijden we naar de Cliffs of Moher. Hier betalen we wel de entree, want je kunt niet naar Ierland gaan en niet bij de Cliffs of Moher stoppen. Het uitzicht op en vanaf de Cliffs is fantastisch, maar ik ben er eerder uitgekeken dan Gepke, die helemaal gefascineerd is van alle zeevogels die hier rondvliegen en veel lawaai maken. Als ook Gepke is uitgekeken rijden we naar Caherconnell Fort, weer een Neolithische plek die mij meer fascineert dan Gepke, tja wij vullen elkaar aan. De Poulnabrone Dolmen, een oude graf plek van zo’n 3000 v Chr houdt ons beider aandacht en ondanks de koude wind lopen we hier allebei alles goed te bekijken.
Cliffs of Moher

Deze korte dag eindigt weer in Galway waar we eten bij de Chinees “Ming Gardens”, en vervolgens lekker lui in onze huiskamer een film bekijken.

21 Mei 2013

Vandaag voornamelijk kilometers gemaakt, zodat we ook nog even tijd hebben deze week om Noord Ierland een bezoek te brengen. We zijjn wel onderweg even gestopt bij Kylemore Abbey om wat fotos van de buitenzijde en omgeving van dit klooster te fotograferen. Daarna weer verder om de dag in Letterkenny te eindigen, waar we een Hotel hadden gereserveerd. Er waren echt maar twee eettentjes in Letterkenny die eten van enig niveau hadden; The Lemon Tree aan een kant en The Pepper aan de overkant. Wij hebben op goed geluk de Lemon Tree maar gekozen en dat eten was eenvoudig maar lekker.
Kylemore Abbey

Nothing happened here

22 Mei 2013

Vanmorgen vroeg opgestaan, want we willen een omweg maken door Noord-Ierland om de Giant’s Causeway te bezoeken. Bijna ongemerkt passeer je de grens van Ierland met Noord-Ierland. Het valt pas op als de maximum snelheid ineens in miles wordt aangegeven in plaats van kilometers. Het is mooi weer als we Derry (Londonderry) binnenrijden waar we hopen te kunnen ontbijten. Deze stad blijkt mijn nachtmerrie te worden, want het is werkelijk een wirwar van straatjes die alle kanten op lijken te lopen of van alle kanten op je af komen. Ten einde raad zet ik de auto op een bepaald moment maar ergens aan de kant, zodat ik kan zien hoe ik verhaal kan maken van deze chaos. We vinden een bordje wat naar een “P” wijst en volgen die naar een klein leeg parkeerterrein waar we de auto kwijt kunnen. Echter de machine accepteert niet onze euro muntjes, alleen engelse munten. Ik klamp de eerste de beste man aan die ik zie en vraag of hij bereid is wat muntjes om te ruilen voor euros. Maar hij wil niets weten van een ruil; hij geeft me twee pond aan muntjes en zegt dat ik maar een keer hetzelfde moet doen voor een Engelsman in Colorado. Met de belofte dat ik dat zal doen stop ik een pond in de parkeermeter.
Derry

Het is nog vroeg in Derry en vrijwel niets lijkt open te zijn. We lopen wat over de oude stadsmuur die het kleine centrum omringt. Bijna niemand op straat en alle winkeltjes hebben hun zware rolluiken nog naar beneden. Na wat rondzwerven vinden we een sandwich shop die broodjes op het menu heeft die ons wel aantrekken. Gepke bestelt een baguette en ik een “bap” met ei, bacon en uitjes. Het vult ons lekker genoeg voor de lange rit naar het noorden. Als we vertrekken zijn de meeste winkeltjes nu open en ook het parkeerterreintje heeft zich helemaal opgevuld. Ik ben dankbaar dat ik mag vertrekken uit de doolhof van straatjes die ook met een GPS een hele uitdaging blijkt te zijn.

Vanuit Derry rijden we verder naar het noorden richting Dunluce waar een mooi kasteel moet zijn wat werkelijk op het randje van de afgrond met de oceaan staat. Zonder te betalen kun je toch nog een leuke wandeling om het kasteel maken, en dat doen we dan ook. We zijn allebei moe van de hoge entreeprijzen die worden gevraagd voor deze ruïnes die je vanaf een afstandje ook heel goed kunt bekijken. We bewaren ons geld liever voor de Giants Causeway die zijn geld meer dan waard blijkt te zijn. Bij het parkeer terrein rijdt net een hele oude Rolls Royce weg die er blijkbaar ook zo overdenkt, want we zien die even later bij de Causeway geparkeerd staan.
Rolls Royce

Rond het middaguur komen we bij de Giant’s Causeway aan die aan zijn naam is gekomen door fabels over het ontstaan van dit natuurfenomeen. Het verhaal dat wordt verteld is dat een grote Ierse reus ruzie zocht met een Schotse reus. De Ierse reus “Finn” geheten legde de Causeway van zeshoekige stenen aan om de andere reus te kunnen uitdagen. Maar de schotse reus bleek groter en sterker dan Finn en hij moest vluchten. Via list en bedrog wist Finn de reus uit Schotland ervan te overtuigen dat hij veel groter was en is toen helemaal over de Causeway terug naar Schotland gerend, waar je daarom ook nog een paar van deze stenen hebt. Uiteraard is het echte verhaal iets meer “scientific” onderbouwd, maar deze is ook wel aardig.

Wij kiezen in eerste instantie voor de korte “blauwe” wandeling langs de Giant’s Causeway die een zou zijn van gemiddelde inspanning. We hebben een draagbare audio gids mee die onderweg vertelt wat er zoal te zien is. Het is interessant en de wandeling is ondanks de enorme harde wind die er staat ontzettend leuk. Blijkbaar hebben we het zo goed naar onze zin dat we ineens op de “rode” trail zitten, die blijkt wat meer inspannend te zijn. Met name tegen het einde, waar je een trap langs de rotsen naar boven moet beklimmen waar we allebei even van bij moesten komen. Maar het wordt wel beloond met een mooi uitzicht, die nog eens extra mooi wordt omlijnd met een stralend blauwe lucht.
Dunluce castle
Giant's causeway

Onderweg naar onze volgende B&B overwegen we nog even te kijken bij een touwbrug die hier in de buurt in 2008 is gemaakt tussen het vaste land en een klein eilandje. Gepke is niet zeker of ze er wel op durft en ik ben al helemaal geen held. Als we hier dan ook aankomen en ook hier weer 6 pond entree wordt geheven, hebben wij het maar links laten liggen. We rijden over de snelweg weer terug naar het “echte” Ierland.

Onze bed en breakfast ligt op een steenworp afstand van het neolithische Newgrange die we morgen willen bezoeken. Het is wel even zoeken want het staat niet op de kaart en de instructies hoe we er moeten komen zijn ook niet erg duidelijk. Maar uiteindelijk vinden we “Lougher Farm”, hetgeen werkelijk in the middle of nowhere blijkt te liggen. Na aankomst rijden we bijna per ommegaande weer weg om in Slane nog even een avondmaaltijd te nuttigen. Dan weer terug waar we de B&B delen met uitsluitend landgenoten: twee dames uit Alaska, een uit Missouri en een uit Wisconsin.

23 Mei 2013

Vanochtend had Patricia van de B&B weer een full Irish Breakfast voor ons klaar. Het was wel een vegetarische versie voor Gepke, en bij mij had ze de black and white pudding weggelaten. Maar desalniettemin een behoorlijke bodem voor onze dag. Na het ontbijt gaan we eerst naar het Bru na Boinne visitor center; dit is het gezamenlijke visitor’s center voor de Newgrange en Knowth passage mounds (graf heuvels). We kopen kaartjes voor beide tours, eerst Knowth en daarna Newgrange. Vanaf het visitor’s center lopen we naar de plek vanwaar de bussen vertrekken die ons naar de twee passage tombs zullen brengen.

De bus naar Knowth voert door een groen landelijk typisch Iers landschap. We nemen ons meteen al voor na Newgrange niet de bus terug te nemen, maar te gaan lopen. Het is slechts 3 km van Newgrange naar het visitor’s center. Bij Knowth worden we opgevangen door een enthousiaste gids die langzaam en duidelijk spreekt, maar wel met een zwaar Ierse tongval. In Knowth worden we alleen buiten de passage mounds rondgeleid, je kunt er niet naar binnen. De gids vertelt over de stenen die de omkransing vormen van de mounds. Deze stenen zijn versierd met ingewikkelde patronen, en vreemde tekens; men weet niet of ze een betekenis hebben. De algemene consensus is dat het abstracte patronen zijn, geen schrift. Het is allemaal te lang geleden gemaakt en vele jaren zelf onzichtbaar geweest doordat het was overwoekerd door begroeiing. In de 5000 jaar sinds het is gemaakt, is de betekenis verloren gegaan, anders dan dat het een plek was waar de Neolithische mensen rituelen hielden en de restanten van gecremeerde mensen plaatsten.
Dolmen bij Knowth
Knowth

Na het bezoek aan Knowth rijden we terug naar het visitor’s center, en stappen over in de bus naar Newgrange. Deze passage tomb/mound heeft enige beroemdheid en beruchtheid. Beroemd omdat het toch wel overal op de wereld bekend is en de status heeft van UNESCO World heritage site, berucht vanwege de controversie rond de wijze waarop het in de 70’er jaren is gerestaureerd. De archeologen destijds hebben de stenen façade hersteld op een wijze waarvan zij dachten dat het moet zijn overeengekomen met de werkelijkheid van toen. Echter als je er voor staat kun je niet om het feit heen dat het wel iets “seventies” heeft.

Bij de rondleiding van Newgrange gaan we ook via de passage de tomb binnen en krijgen uitleg van de opgewekte dame, wederom in enthousiast plat Iers. Dan doet ze het licht uit en middels een spotlicht wordt de opkomende zon gesimuleerd van de winter solstice. Het heeft wel iets als je daar in het pikkedonker staat en dat straaltje licht komt over de vloer binnen en schijnt op de ruimte achterin. Het is echter maar een simulatie; als je de echte winter solstice wilt meemaken, kun je je daarvoor inschrijven. Per jaar worden 50 van de inschrijvingen gekozen en die mogen elk met één gast het in het echt komen bekijken. Wij hebben onze namen maar niet aan die lijst toegevoegd…
Newgrange
Newgrange

Zoals voorgenomen lopen we de 3 km van Newgrange terug naar het visitor’s center. Het is een leuke wandeling en onderweg maken we alle vormen van weer mee: stralende zon, regen, harde wind, kou en weer warmte van een stralend zonnetje. Het valt ons op dat de bus die terug zou moeten gaan nog steeds niet is gepasseerd, totdat hij voorbij komt rijden als we al vlak bij het visitor’s center zijn. Als we daarover een opmerking maken tegen de chauffeur als we voorbijlopen, vertelt hij dat ze vast stonden achter een ambulance op de weg; iemand had een hartaanval gehad en moest worden afgevoerd. Wij denken dat het iemand was die daar in de buurt woonde, niet een van de bezoekers, maar zeker weten doen we het niet. En tja, de wegen in Ierland zijn zo smal dat je niet meer er langs kunt als hulptroepen de weg versperren.
Kalfjes bij Newgrange

We wandelen nog wat in het museum van het visitor’s center en kijken naar een video over de passage tombs, voordat we weer in de auto stappen en naar Monasterboice rijden. Dit was vroeger een plek waar monniken woonden en er staat nog een oude toren die is overgebleven van hun klooster. Op de begraafplaats eromheen staan twee van de grootste Ierse stenen kruizen uit de vroege middeleeuwen. Deze plek was aanbevolen door onze hostess, en zoals we later vernemen ligt haar granny hier begraven die stierf toen haar vader een jaar was, hij is nu dik in de 80. Als haar vader sterft zal hij op dezelfde plek worden begraven. Ik geef toch de voorkeur niet te weten waar ik mijn eeuwigheid zal doorbrengen; ik hou wel van verassingen.

We rijden naar de stad Drogheda om een restaurant te vinden voor het avondeten. Het is nog vroeg, dus we lopen eerst wat rond in stad waar Gepke bij Mexx drie shirtjes voor haarzelf koopt. Na nog wat omzwervingen komen we bij “Bru 22” terecht, waar we voor 22 euro pp een driegangen maaltijd nuttigen. Als we weer terug zijn bij de B&B kletsen we wat met de andere gasten over hun en onze dag, voordat we in het smalle bedje kruipen en een nachtje vechten om het dekbed en elkaar blauwe plekken geven.

24 Mei 2013

Als we na onze ochtendrituelen ons naar het ontbijt bewegen, zijn de ander gasten al aan hun ontbijt bezig. De enige gasten die zijn overgebleven zijn de twee dames uit Alaska, waar we gezellig mee hebben gekletst. Ze hadden al 4 jaar gespaard en zich voorbereid op deze reis, en het was te merken dat ze niet erg ervaren reizigers waren. Ze zouden morgen alweer vertrekken en hadden veel te veel gekocht en wilden dat nu maar per post terugsturen. Wij hebben gesuggereerd dat het waarschijnlijker veiliger, sneller en mogelijk ook nog voordeliger was om een extra koffer te betalen bij de luchtvaartmaatschappij. Ze zouden dat weleens vergelijken, maar ze waren om een of andere manier toch nog niet zeker dat de post niet goedkoper zou zijn. Zoveel kon een pakje ter grote van een koffer met een gewicht van 20 kilo toch niet zijn? Ze merken het wel.

Wij hebben na het ontbijt onze rekening gesetteld en zijn naar de Hill of Tara gereden. Hier werden in oude tijden de koningen van Ierland ingezegend. Nu moet je weten dat destijds toen dit gebeurde Ierland wel meer dan 100 koningen had, dus nog voor de Vikingers of Engelsen hier hun stempel hadden gedrukt. Boven op de Hill of Tara staat sinds die tijd al een steen, waarvan wordt gezegd dat die schreeuwde als een koning werd ingezegend. Wij hebben hem niet horen schreeuwen, maar ik vermoed dat de schreeuw niet boven het geruis van de wind uit kon komen. Het waaide er zo ontzettend hard, dat je het voelde tot in je botten. We zijn dan ook niet lang gebleven, ook al was het een mooie omgeving en kon je door het heldere weer tot kilometers ver kijken.
Hill of Tara
Hill of Tara

Ons einddoel voor vandaag is weer het Camden Court Hotel in Dublin, waar we ook zijn begonnen. Na het inchecken en dankbaar plaatsen van de auto op het gratis parkeerterreintje, komen we even bij op de kamer. We vertrekken morgen weer terug naar Denver, maar voor die tijd willen we nog even een kijkje nemen in het Irish Archeological History Museum, dus zijn we de stad ingewandeld richting Kildare Street aan de andere kant van St. Stephen’s Green. Ons voornaamste doel is het zien van de “Macehead”, het rituele object dat in de passage tombe van Knowth is gevonden. Het is een mooi bewerkt stuk vuursteen wat aan het uiteinde van een staf werd geplaatst wanneer de rituelen plaatsvonden in Knowth. Omdat vuursteen makkelijk breekt is het voor kenner nu nog een raadsel hoe men destijds, 5000 jaar geleden, deze macehead zo mooi heeft weten te maken. We kijken ook naar alle andere zaken in het museum en onze voeten vallen er op het laatst bijna vanaf, zo zeer doen ze.

Dus eerst even bijkomen bij een koffietentje om de hoek. Er is een terrasje buiten als je de trap afloopt, uit de wind en in de zon, waar we gaan zitten nadat we hebben besloten dat het binnen te warm is. We bestellen koffie en apple crisp met iets wat we niet verstaan. Het smaakt prima en blijkt dus later, apple met rabarber te zijn. Vreemde combinatie maar wel lekker. De laatste dag wordt besloten met een etentje bij “Bliss”, die erg goedkoop en lekker blijkt te zijn. De serveerster doet me aan Eva Mendez denken. Dat is al de tweede serveerster die op een filmster likt. In Galway werden we bediend door Natalie Portman.
Guinness

De avond wordt gevuld met het inpakken van de spullen, en rondhangen in de hotelkamer tot we uiteindelijk maar onder de wol kruipen.

25 Mei 2013

Het is vertrekdag. We ontbijten vrij vroeg in het hotel, en gooien daarna alle spullen weer in de auto. De GPS voert ons feilloos terug naar de Hertz verhuur bij het vliegveld, waar we afscheid nemen van het Golfje. Ik heb af en toe gevloekt als ik de derde versnelling weer eens niet kon vinden, maar dat lag meer aan mij en het onwennige schakelen met de linker hand. Maar het was een prima autootje voor Ierland.
Huurauto inleveren

Op het vliegveld ging alles relatief snel. Eenmaal door de security moet je meteen door de US immigration die al op Dublin Airport zit. Daar wijs je op een foto aan welke koffers van jou zijn, en na wat andere vragen en formaliteiten kun je verder. Vervolgens weer door een tweede security punt, en dan kun je naar de gate. Lang hoeven we daar niet te wachten, en zo’n acht uur later staan we alweer aan de grond op Dulles Airport in Washington DC. De volgende vlucht verloopt wat minder gladjes aangezien die met een uur vertraging vertrekt. Wel een leuk detail is dat Gepke wordt geupgrade naar Business/First, dat werd haar al per email meegedeeld. Ik moet blijven zitten op mijn originele plek op stoel 8E, en dus nemen we bij de deur met een kusje even afscheid van elkaar. De bemanning vind dit altijd aandoenlijk als we dat doen. Terwijl we nog wachten op de rest van de passagiers, komt een man mij vertellen dat ik mag verhuizen naar stoel 1F, de stoel vóór Gepke. Ze heeft eerst niet in de gaten dat ik daar ga zitten, dus aai ik haar even over haar bolletje, wat meteen haar verschrikt doet opkijken. De vrouw naast mij biedt aan om met Gepke te ruilen waardoor we op de vlucht naar Denver naast elkaar kunnen zitten in Business/First. Dat geeft toch nog een leuke twist aan een in eerste instantie rommelig geregelde reservering van United. Ze hebben het in ons boekje wel weer goedgemaakt.

Groetjes,

Loek & Gepke
Groetjes!

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter