Nepal en India – November 2010

posted in: Vakantie | 0

Na de nodige voorbereidingen is het lange wachten nu eindelijk achter de rug. We gaan naar Nepal en India, een bestemming die voor ons eigenlijk niet zo voor de hand lag. Onze eerste keuze was wel India maar dan een reis van Delhi naar het zuiden, Goa, met de nadruk op de Indiase keuken. Echter men kon niet voldoende mensen geïnteresseerd krijgen in deze tour, dus werd die afgeblazen en moesten wij iets anders uitkiezen. En dat werd dus een reis die zou beginnen in Kathmandu om vervolgens via Pokhara, Lumbini, Varanasi, Orchha, Agra en Jaipur in Delhi te eindigen. Ons verhaal begint nadat we vanuit Denver via Newark naar Delhi vlogen.

30 Oktober 2010

We zijn gisteren in Delhi aangekomen. Het ging niet geheel zonder de nodige obstakels. Om te beginnen was er wat oproer aan de oostkust in de vorm van mogelijke terroristen acties. Er was een vliegtuig in New York tot landen gedwongen omdat men vermoedde dat er explosieven aan boord waren, bestemd voor synagogen in Chicago. Gevolg voor ons was dat we 40 minuten op de startbaan hebben staan wachten voordat we toestemming kregen om op te stijgen. Al met al door nog wat andere vertragingen vertrokken we anderhalf uur te laat. Blijkbaar hebben we onderweg ons niet aan de snelheidslimiet gehouden want we waren slechts 20 minuten te laat in Newark. De volgende etappe was een lange: 14 uur op een stoel gemaakt voor een persoon met duidelijk kleinere afmetingen dan ik. Ik ben gewend dat ik niet veel ruimte heb in een vliegtuig, maar 14 uur is toch duidelijk een grotere uitdaging dan de gemiddelde 8 uur die ik gewend ben op een vlucht naar Europa. Maar goed, we hebben het overleefd, zelfs het stukje over Afghanistan zijn we niet door Taliban neergehaald. Als beloning waren we in Delhi wel een tas kwijt. De eerste tas rolde vrij snel van de band, maar de tweede verscheen maar nooit. Uiteindelijk kwam er niets meer en gingen we teleurgesteld naar het kantoortje voor “mishandeled luggage”. Na daar bijna een uur te hebben doorgebracht, konden we met een kopietje van het “lost luggage” formulier vertrekken; geen tas dus. We hopen dat het morgen komt en meteen naar ons hotel in Kathmandu door wordt gezonden, maar zowel Gepke als ik hebben daar weinig vertrouwen in. Misschien kopen we wat lokale kledij hier…

We gaan linea recta naar de ATM nadat we de deuren van het douane gebied door zijn. Hier nemen we 7500 rupies op, om te beginnen omdat we eigenlijk geen idee hebben hoeveel we de eerste dag nodig zullen hebben. Het komt overeen met ongeveer $169 en zou ons dus even onder de pannen moeten houden. Als we een prepaid taxi bestellen naar ons hotel merken we dat het misschien zelfs een beetje veel is. De taxi kost omgerekend ongeveer $7 voor het ritje van het vliegveld naar het hotel. Het hotel hebben we via internet al vooruit betaald dus de rest van dit geld zullen we volgende week pas opmaken. In Nepal hebben ze namelijk andere rupies dan in India.

Na een onrustige nacht waarin we ook nog kans zien de elektriciteit op onze kamer geheel af te sluiten door op allerlei verkeerde knopjes te drukken, breekt toch de ochtend aan. In totaal hebben we 12 uur tijdsverschil met thuis, dus we lopen een beetje als zombies rond. Echter de koude douche als gevolg van het ontbreken van elektriciteit maakt daar een snel einde aan. Niet douchen is geen optie; na alle toestanden van gisteren stinken we als bunzingen, dus douchen we met koud water. Na het gillen onder de koude douche lopen we naar beneden om te ontbijten. In het kleine zaaltje staat het een en ander klaar voor de gasten: iets wat lijkt op bonen in een spicy sausje, een soort omelet en wat paratha, een soort brood pannenkoek. Het ontbijtje smaakt wel en we nuttigen deze met koffie en thee. Buiten zien we de weg voor het hotel waar het verkeer chaotisch voorbij raast. We zien ook nog iemand op een olifant voorbij komen. Niemand kijkt ervan op of om, dat is schijnbaar ook in Delhi vrij gewoon. We besluiten even buiten een korte wandeling te maken om het eten te laten zakken. De lucht buiten is dik en mistig van de luchtvervuiling, niet prettig om te denken dat je dat momenteel inademt. We voelen ons niet geheel op onze gemak buiten op deze drukke weg waar iedereen ons aanstaart, daar moeten we wel even aan wennen. We gaan nog even naar onze kamer, en nemen straks weer een taxi naar het vliegveld om de laatste etappe naar Kathmandu te doen.

31 Oktober 2010

Kathmandu, waar moet ik beginnen? Het is een stad die in eerste instantie chaotisch op je overkomt, maar dat kan het gevolg zijn van de manier waarop wij er kennis mee maakten. Gisteren zijn we van Delhi naar Kathmandu gevlogen met Jet Air, een lokale Indiase maatschappij. Volgens onze boarding passes zouden we om 11 uur instappen en vervolgens om 12:10 op stijgen. Maar om 12:10 zaten we nog steeds met de rest van de passagiers te wachten; er werden geen aankondigingen gemaakt, niemand scheen daarover verbaasd en wij pasten ons dus ook aan en wachten geduldig tot er iets zou gebeuren. Rond half twee was er dan enige beroering en gingen we blijkbaar instappen. Het bleek dat er een vlucht was uitgevallen en nu moesten alle passagiers van beide vluchten in een ander vliegtuig. Omdat de stoelnummers die wij hadden niet overeenkwamen met de configuratie van het toestel waarmee we nu vlogen, werden we met een grote groep passagiers apart neergezet. Wij zagen de bui al hangen, maar er werd ons verzekerd dat we allemaal mee zouden gaan. Dat gebeurde uiteindelijk ook; we stapten als laatste in en werden hier en daar in de nog open plakken geperst. Wederom was hier de aan mij toegekende plaats ietsje kleiner dan ikzelf, maar niemand anders dan ik die daar last van had.

We stegen rond half drie uiteindelijk op en na de nodige tijdzone correcties maakten we rond drie uur lokale tijd een indrukwekkende daling mee naar het vliegveld van Kathmandu. We vlogen tussen enorme bergpieken langzaam lager en lager tot we op de landingsbaan in het dal stonden. Ik heb nooit meegemaakt dat je zo dicht langs bergpieken vliegt om te landen, maar het gaf wel een onvergetelijk uitzicht. We gingen met een trap naar beneden het vliegtuig uit, en middels bussen naar de terminal waar we allemaal de visum formulieren moesten invullen en in de rij staan om het Nepalese visum te kopen. We waren al gewaarschuwd voor dit langdurig proces, maar het was duidelijk dat andere passagiers dit niet verwachten. Je moest namelijk een pasfoto hiervoor bij je hebben maar niet iedereen had die. Blijkbaar kwam dit wel vaker voor want er was zo’n instant pasfoto booth waar nu dus een lange rij voor stond.

Na ongeveer een uur waren we met de nodige strubbelingen (we waren een formulier vergeten in te vullen) toch ook door deze uitdaging heen. Onze tas stond naast de kofferband al op ons te wachten en we liepen dus zo naar buiten. We vonden een balie waar we een prepaid taxi konden bestellen en betaalden met Nepalese rupies die ik net nog achter de douane had gewisseld. Van de taxi die voor werd gereden dachten we eerst: “dit is zeker een geintje…”. Het rode monstertje van onbekend merk had zeker betere dagen gekend. De bekleding was van de deuren verdwenen en het plaatwerk toonde werkelijk geen enkele plek waar geen deuk in zat. De koffers werden achterin gegooid en wij werden naar de achterbank verwezen. Tijdens de rit stonk het enorm naar benzine en de rug leuning van de bank waarop we zaten zakte langzaam naar achteren. Het motortje liep sputterend, maar het wist toch een indrukwekkende snelheid te halen waarbij we voetgangers in konden halen. De beelden onderweg leken voor ons op iets van een andere planeet. De infrastructuur van Kathmandu kan wel een upgrade gebruiken, de wegen zijn slechts hier en daar geasfalteerd en wij voelden elke bult in de weg direct in onze achterwerken die weinig steun kregen van het platte kussen van de achterbank. Het zag er ook dreigend uit met gewapende militairen op elke hoek van de straat. Onderweg stopte de taxi ineens onverwacht bij wat later bleek een benzine station te zijn. Echter op het moment dat de taxi van de weg af ging dachten wij dat ons laatste uur geslagen had. Er stonden allerlei luguber aandoende figuren om de auto en het zag er allerminst vriendelijk uit. Pas op het laatste moment herkenden we in de witte vierkante doos naast de auto een benzinepomp en haalden we opgelucht adem.

Nadat er nauwelijks een paar druppels in de tank werden gedaan gingen we weer op weg. Even leek het er nog op dat de motor niet meer aan wilden slaan, hetgeen mij niet zo hebben verbaasd, maar het kwam toch weer sputterend op gang en we gingen we op weg. De route voerde over steeds smallere straatjes, soms zo smal dat twee autos niet echt langs elkaar heen pasten, maar ze probeerden het toch. Op een gegeven moment draaide de chauffeur zich om in onze richting en vroeg iets in de trend van “straight ahead?”. Was hij werkelijk ons de weg aan het vragen? Hij hing af en toe uit zijn raampje en vroeg voorbijgangers de weg naar het Fuji hotel. Na vier keer vragen reden we een smal straatje in en stopten voor een gebouw wat het moest zijn. We waren er!

We stapten uit en gingen naar binnen net op tijd om onze gids van de komende dagen met onze groep te zien vertrekken voor een wandeling door de stad. We zijn dit keer maar even niet meegegaan, maar hebben even snel kennisgemaakt waarna we incheckten in onze kamer. Gepke nam vervolgens het voortouw om uit te zoeken wat er met onze tweede tas was gebeurd. En onvriendelijk persoon maakte duidelijk dat ze de koffer niet naar het hotel in Kathmandu zouden brengen. We moesten het zelf maar op het vliegveld komen halen als het daar was, en wanneer dat was wist niemand nog. Go with the flow… hield ik mezelf maar voor, het komt wel goed. We gingen even uitrusten totdat we om zeven uur naar beneden gingen om te gaan eten met de rest van de groep. We maakten een snelwandeling door de donkere straatjes van Kathmandu naar een restaurant die Bhupendra (onze gids) had uitgezocht, maar het bleek er al helemaal vol te zitten. Dus maakten we weer een wandeling door de drukke chaotische verkeer naar een ander restaurant Kilroy’s geheten. Hier was voldoende plaats voor onze groep.

Dit was voor ons de eerste kennismaking met de andere leden van onze groep. Wij waren allebei al zo gaar dat we moeite hadden om alle verhalen op een rijtje te houden en we zullen het in de komende dagen wel verder uitwerken vermoed ik. Er was Don en Eric, Canadezen die vroeger enige tijd in China hadden gewoond en nu samen China dunnetjes over deden in combinatie met Tibet, Nepal en India. Uit Ierland was er de dochter van Eric Amanda geheten, en verder nog Stacey de nicht van Amanda, eveneens uit Canada die alleen reisde. Uit Leeds in Engeland was er Annemarie, en Fiona en James die nu in Engeland woonden, maar origineel uit Zuid-Afrika kwamen. Zij reisden samen met Carol een vriendin van hen. Verder was en een jong Belgisch stelletje, Koen en Lien, die hun eerste verre reis maakten met z’n tweetjes. De rest van de groep was er nog niet maar volgens geruchten moesten er nog nog een paar leden zijn. Later kwam er uiteindelijk nog maar eentje opdagen: Ovi, een Roemeen die nu ook in Canada woonde. Ovi zou uiteindelijk min of meer het thema van de vakantie gaan beheersen want we misten hem steeds en dan ging er weer door de groep: “Where is Ovi?”.

Het eten liet erg lang op zich wachten maar het was uiteindelijk wel lekker. Ik had Chicken Tikka Masala en Gepke iets vegetarisch wat ze zich de volgende ochtend niet meer kon herinneren. Na het eten gingen we allen weer terug naar het hotel en storten ons in bed. Midden in de nacht ging Gepke d’r mobieltje af en was daar de dame van Continental om te vertellen dat onze tas in Delhi was. Ze zouden het morgen op de vlucht die om 9:20 in Kathmandu aankomt zetten, dan konden we het zelf op het vliegveld ophalen.

1 November 2010

Inmiddels is het alweer morgen en hebben we net ons ontbijt achter de kiezen. Een telefoontje naar het vliegveld heeft nog niets op geleverd, dus we proberen het rond negen uur wel weer.

Het tweede telefoontje resulteert in een vage bevestiging dat onze koffer mogelijk onderweg is naar Kathmandu. Zekerheid is iets wat we hier nooit schijnen te kunnen krijgen. We besluiten het er maar op te wagen en gaan naar het vliegveld. We spreken met Bhupendra af dat we hem rond tien uur zullen bellen of hij maar alvast zonder ons naar Pokhara moet vertrekken en dat wij dan eventueel onze eigen weg daar naartoe zullen vinden. We nemen de taxi weer terug naar het vliegveld, onze taxi chauffeur belooft dat hij op ons zal wachten, maar wij verwachten dat het lang zal duren en zeggen dat hij wel kan vertrekken. Dan lopen we de route die we gisteren namen in omgekeerde richting. We komen uiteindelijk bij een soldaat met een geweer die ons de weg verspert. Gepke wil met hem in discussie hetgeen ik heb geleerd niet zo verstandig is met gewapende mensen in machtsposities, maar blijkbaar is hij wel onder de indruk van haar machtsvertoon en laat haar voorbij. We komen in een hal waar we onze naam in een groot boek moeten schrijven. Braaf schrijf Gepke haar naam en de stad waar ze vandaan komt in het grote boek en we mogen weer verder de gang in en dan staan we bij de lopende banden waar koffers binnenkomen vanaf de vliegtuigen.

Het vliegtuig waar onze koffer op binnen moet komen zal over een kwartiertje moeten landen. Wij lopende naar de balie “mishandeled luggage” waar een nors uitziende dame zit. Na een warrig gesprek met haar en haar jonge hulpje wordt ons aangeraden te gaan zitten tot de koffers van ons vliegtuig op band 2 binnen zullen komen. We gaan braaf op de aangewezen stoeltjes zitten en klampen af en toe Europees uitziende mensen aan om te vragen of zij ook hun koffers kwijt zijn: we zoeken gewoon lotgenoten. We vinden die in de vorm van een Duits stel die al 4 dagen steeds naar het vliegveld komen om te zien of hun twee koffers die ze kwijt zijn er al zijn. Dit verhaal stemt ons niet moedig, we horen liever verhalen over hoe het goed afloopt.

Op een bepaald moment ontstaat er wat activiteit bij de lopende band en wij gaan daar ook heen om een kijkje te nemen. Samen met de Duitsers staan we hoopvol te staren naar elke koffer, doos of rugzak die door het poortje verschijnt, maar geen van de gewenste bagage zien we nog verschijnen. Inmiddels nadert de deadline van tien uur en maak ik aanstalten om Bhupendra te bellen en te zeggen dat ze maar zonder ons moeten vertrekken als Gepke een enthousiast gilletje slaakt. Ze ziet onze tas en vliegt van geluk de Duitse dame om haar hals die verbouwereerd haar maar terug omhelst. Ons oordeel lijkt voorbij en we gaan proberen Bhupendra op de hoogte te stellen zodat ze niet zonder ons vertrekken. Echter komen we er nu pas achter dat hoewel we wel gebeld kunnen worden op ons mobieltje, we blijkbaar zelf niet kunnen bellen. Gelukkig vinden we de man bij de prepaid taxi bereid ons zijn mobieltje te lenen en kunnen nog net op tijd Bhupendra te pakken krijgen. Wij beloven meteen met de taxi weer naar het hotel te komen, en hij belooft op ons te wachten.

De terugrit blijkt meer een uitdaging dan de vorige keren want het is inmiddels veel drukker geworden op de weg. De rit die we de vorige keer in 20 minuten aflegden, kostte ons nu het dubbele. In een van de straatjes waar we doorheen rijden menen we de mensen van onze groep te herkennen, maar we vermoeden dat onze ogen ons bedriegen. Bhupendra staat ons al op te wachten bij het hotel en in plaats dat hij ons laat uitstappen, stapt hij ook bij ons in en laat de chauffeur ons allen naar de bus brengen. De overigen in onze groep waren daar al te voet naar toe gegaan, en wij hadden ons dus niet vergist toen we dachten hun te hebben gezien onderweg. Dankzij ons vertrekt de bus dus met bijna twee uur vertraging richting Pokhara.

Onderweg stoppen we eerst even bij de Shayabhura tempel, beter bekend als de monkey tempel vanwege de vele resusaapjes die hier rondhangen. Het is hier bij de tempel een typische Nepalees rommeltje met overal verkopers die hun waren proberen te slijten en bedelaars die je aanklampen voor geld. Het is wel een kleurrijk geheel en we fotograferen er lustig op los, terwijl “the eyes of Buddha” op ons neerkijken. Bhupendra maakt ook nog even een foto van Gepke en ik terwijl we op de bovenste trede staan van de 360 treden lange trap die naar de top van deze tempel leidt. Overal lopen apen en honden rond, die blijkbaar niemand toebehoren. De aapjes doen me toch op een of andere manier herinneren aan duiven op een pleintje in Utrecht. Daar zag je gezonde duiven, maar ook duiven met een missende lichaamsdelen. Zo ook hier, waar sommige apen een arm of been missen, een ander mist een oog. Blijkbaar gaat het leven van een aap ook niet altijd over rozen. Boven ons hoofd cirkelen de aasgieren rond in de hoop dat er weer iets neervalt dat een maaltijd voor hun kan zijn. Wij houden het in ieder geval voor gezien hier en gaan weer op pad zodat we wat van onze vertragingen in kunnen halen.

Maar de vertragingen zijn nog niet achter de rug. Op de weg uit de stad is een vrachtwagen met pech vast komen te staan en is er een flinke file ontwikkeld waar ook wij letterlijk uren in vast komen te zitten. Stapvoets rijden, kwartiertje stil staan, en vervolgens weer 50 meter rijden is ons lot. Pas rond twee uur kunnen we weer in een normaal tempo doorrijden, het zit ons echt niet mee. De route voert echter door een fantastische omgeving, dus niemand van onze groep schijnt het echt vervelend te vinden. Massieve bergruggen flankeren de weg en zijn dicht begroeid met vegetatie die langzaam maar zeker overgaat in wat meer tropische begroeiing. We volgen al enige tijd een bergstroom die steeds breder wordt en nu de naam rivier wel verdiend. Tegen vier uur komen wij bij ons rustpunt op onze route, waar we onze blazen kunnen legen en een kleine hap kunnen nuttigen. Het is een grappig plekje waar we met z’n allen onder een afdakje aan een grote picknick tafel zitten, met een mooi uitzicht op een groene vallei waar de rivier doorheen loopt. Het loop wel abrupt steil naar beneden achter onze banken, dus ik besluit maar niet de rugleuning de testen door er tegenaan te leunen.

Na deze late lunch gaat de rit weer onverbiddelijk verder, slingerend door een steeds meer tropisch landschap, bezaaid met bananen struiken en rijstvelden. Als het donker wordt buiten kunnen de meeste van ons de ogen niet meer open houden en al gauw ligt de hele bus te snurken. Vlak voor aankomst bij het hotel maakt Bhupendra ons wakker met allerlei mededelingen en mogelijke vormen van recreatie die we morgen kunnen ontplooien in Pokhara.

Voorlopig houden we het op inchecken in onze kamers en wederom zeer vermoeid storten we ons op het bed. Morgen mag ik uitslapen en proberen mijn ruggengraat weer recht te krijgen na de pijnlijke rit in de bus. Gepke gaat om 5 uur met een aantal groepsleden fotos maken van de zonsopkomst. Hopelijk gaat alles vanaf nu weer in een normaal tempo gebeuren; we hoeven in ieder geval niet meer in te zitten over onze missende tas.

2 November 2010

Vanmorgen ben ik ook even wakker geweest toen Gepke vertrok voor de rit naar het zonsopgang uitzichtpunt, maar na haar vertrek lag ik al snel weer te ronken. Rond half acht ben ik ook opgestaan en heb in bed even door alle Aziatische kanalen gesurft op het mini TV-tje in de kamer. Niets op TV ook in dit deel van de wereld, dus ben ik maar gaan douchen. Het is elke keer weer een verassing of er ditmaal warm water aanwezig zal zijn. Toen er na 5 minuten nog geen warm water uitkwam had ik me maar neergelegd bij een kouwe douche. Maar net op het moment dat ik eronder wilde stappen begon de temperatuur toch omhoog te gaan. Tegen die tijd dat ik klaar was met douchen kon je wel spreken van een lauwe douche, dus dat was een verbetering ten opzichte van gisteren.

(Gepke)
Vanochtend om half vijf opgestaan en om 5 uur met 11 andere groepsleden met de bus naar Sarangot gereden. Van hieruit een steile klim naar boven om de zonsopgang te zien. Ik was blij dat ik een lampje had meegenomen want het was nog vrij donker. Rond 6 uur waren we boven. 1590 meter hoog. We zagen de contouren van de 8000 meter hoge pieken van de Annapurna range, een magnifiek gezicht. In het oosten kwam de zon op en heel langzaam lichtten de toppen van de bergen op in het zonlicht, een schitterend gezicht. Rond half acht begonnen we de klim naar beneden. We konden kiezen met de bus terug of terug wandelen. Samen met 5 anderen koos ik voor de wandeling en samen met onze Sherpa gids klauterden we naar beneden. Eerst vrij steil, toen via een tropisch regenwoud en rijstvelden, kwamen we onderaan bij het meer. Toen nog een half uurtje om het meer en rond 10 uur weer terug in het hotel. Moe, met zere voeten en kuiten, maar zeer voldaan. Van 1590 terug naar 700 meter.

Nadat Gepke weer terug is gekomen zijn we het dorp ingegaan om rond te kijken en een hapje te eten. We ontbijten/lunchen bij “Laxman”, ondanks de naam wagen we het er maar op. Het is een lekker hapje met aardappels, paprikas, uien, tomaten aangevuld met eieren en een paar sneetjes toast. Met volle buikjes slenteren we weer verder door het dorp. Het is ook hier weer een kleurrijk spektakel met mensen overal, heerlijk weer en een mooi uitzicht op het meer Phewa. We lopen ook een stukje langs het strandje waar veel mensen hun was doen in het water van het meer. Aan het prikkeldraad langs het pad hangt de was te drogen. Wij hebben ook net onze was afgeven bij een lokale wasserij en vragen ons af of onze kleren hier ook straks hangt te drogen. Het zou ons niet verbazen.

We wandelen terug van het meer richting dorp en komen bij een gezellig uitziende tuin uit met stoelen en tafels waar we even kunnen zitten. Er wordt ook eten en drankjes geserveerd, maar in het half uurtje dat wij daar in de schaduw hebben gezeten is nooit iemand een bestelling bij ons komen opnemen. Dit vonden we helemaal niet erg want we zaten hier lekker rustig, en hadden nog geen behoefte aan eten of drinken. We maken wat fotos en vertrekken weer richting dorp. Eigenlijk willen we een internet cafe vinden, zodat we ook even online kunnen gaan om email te checken en het reisverslag veilig te stellen. We vinden een tentje “Moondance” geheten, die ons binnenlokt met “free WiFi”, maar dat blijkt een loze kreet; de internet werkt niet. We gaan hier toch maar even iets drinken, ik bestel een biertje en Gepke een potje thee. Beiden blijkt echter erg groot. Het biertje wat ik krijg is een literfles en Gepke kan een heel theekransje van haar pot met thee bedienen. Dus besluiten we elkaars drankjes maar te delen, weet je dat dat best lekker is? Nepalees bier met jasmijn thee, het klinkt nergens naar maar smaakt best goed.

Tegen het eind van de middag lopen we weer langzaam richting hotel, we hopen nog iets mee te kunnen krijgen van het verkiezingsnieuws op TV, maar de verkiezingen zijn in de US nog maar net begonnen dus de uitslag laat nog even op zich wachten. We vervoegen ons dus bij de rest van de groep die zich opmaakt om ergens te gaan eten. De keuze valt op de “Boomerang”, waar we tijdens de maaltijd kunnen genieten van live Nepalese muziek en traditionele dansen. De avond werd afgesloten met een Nepalese standup commedian, waar we natuurlijk niets van verstonden, Het eten was in ieder geval heel goed; wat eten betreft is het hier in Nepal tot nu toe goed vertoeven.

3 November 2010

Het plan is om vandaag weer uit Pokhara te vertrekken, en richting Chitwan National Park te rijden. Ieder gaat voor zich een plek vinden om te ontbijten, en voor ons wordt dat een trekkers hotel waar ze ontbijt en WiFi serveren. Het stelt me eindelijk in de gelegenheid weer een deel van het verslag te uploaden, maar ook het hapje mag er zijn. Opvallend dit keer is de koffie; in plaats van twee enkele kopjes koffie krijgen we ditmaal een flinke glazen koffie pot waar heerlijke koffie in zit. Alleen de laatste slokjes moeten we op kauwen want de koffie zit letterlijk onder in de kan, vandaar zeker de wat pittigere koffie.

Om half tien verzamelen we ons allemaal we bij het busje waar onze bagage weer bovenop het dak wordt gegooid met een zeiltje erover. We hebben een rit van rond de 5 uur voor de boeg naar het Chitwan Park. De ritten door het Nepalese landschap zijn wat ons betreft echter geen straf. Je ziet fantastische landschappen en er gebeurt van alles onderweg, dus echt vervelen doe je je niet. Onderweg stoppen we ook nog even bij een voetgangers hangbrug die over de rivier is gespannen. We gaan er allemaal even overheen lopen en laten de brug even flink schommelen voor degenen onder ons met wat minder stalen zenuwen. Na dit korte oponthoud rijden we verder en komen in de vroege namiddag bij de lodges van Sapana Village in Chitwan aan. We maken kennis met onze kamers die volgens Bhupendra wat minder “posh” zijn dan de andere hotels waar we tot nu toe zijn geweest. Wij vinden juist het tegendeel. Ja er is geen airconditioning, maar het is geheel in stijl met het gebied waar we zijn, de kamers lijken op kleine lodges in een wildpark. Buiten de kamer is een gezellig klein balkon waar je kunt zitten en over het nabijgelegen gebied kunt uitkijken. s’Avonds hebben wij er nog toch lang gezeten, luisterend naar het geluid van de krekels, terwijl ik dit verslag schrijf.

Nadat we de kamers hebben bekeken, gaan we allen aan boord van een open vrachtwagen die ons naar het nabij gelegen elephant breeding center brengt. Via een smalle provisorische brug over een brede ondiepe rivier komen we bij het visitor center, waar het een en ander uit de doeken wordt gedaan over olifanten in het algemeen, en hoe ze hier getraind worden. Buiten kunnen we dan kijken naar de olifanten zelf die middels kettingen achter een hek vastliggen aan een paal. Er wordt ons verzekerd dat deze dieren alleen s’nachts op deze wijze worden vastgelegd, en dat ze het gewend zijn, maar wij vinden het er wel een beetje zielig uitzien. Op dat moment komt er net iemand aanlopen met daarachter een olifant die hem braaf volgt naar zijn (haar?) plek voor de nacht. De olifant loopt vlak langs ons heen, is op geen enkel manier vast of belemmerd en zou zo weg kunnen lopen. Echter ze loopt braaf de man achterna, die haar vervolgens vastlegt aan de paal voor de nacht en wat eten voor haar achterlaat. Als hij wegloopt geeft hij haar een vriendelijk klopje op de zij die wordt beantwoord met een tik met de slurf op zijn schouder. Toen het beest net op nog geen meter van mij me voorbij liep, vroeg ik me nog af of ik toch niet prijs stelde op de hekken en kettingen. Het is toch wel iets anders om ze op een afstandje te bewonderen, of ze vrij en los vlak naast je te zien staan.

De truck neemt ons gezelschapje weer terug naar het resort waar we onze bestellingen doen voor het diner vanavond. We rusten nog even uit op de kamer en gaan dan buiten op het terras eten en ontzettend lang natafelen met onze lotgenoten. De gesprekken gaan over van alles en nog wat, variërend van wat we die dag hebben gedaan tot waarom iemand die uit Canada komt nu toch een Iers accent heeft. Kortom een gezellig avondje in de rimboe.

4 November 2010

Weer een kouwe douche vanmorgen, ik begin er al aan te wennen. Ik moet er niet aan denken dat het water uit de kraan net zo koud zou zijn als bij ons thuis, dan sta je echt te jodelen. Warm water zou hier uit een solar system moeten komen, maar ze hebben zeker gisteren een bewolkte dag gehad want het was zelfs niet lauw te noemen.

We melden ons zoals gisteren is afgesproken om acht uur bij de receptie. Van hier gaan we naar het vertrekpunt van onze olifantentoer. Er staan al andere groepen klaar om plaats te nemen op een olifant. Een olifant is groot en dus hoog, dus het opstappen gaat middels een trap die in een gemiddelde rijtjes woning in Nederland niet zou misstaan. Je moet heel wat treden omhoog voordat je plaats kunt nemen op de olifant. Je zit in/op een soort overmaats zadel waar we met vier personen op passen. Na wat onwennig geklungel nemen Gepke en ik plaats gevolgd door Bhupendra. Wij zitten maar met z’n drieën op een olifant want we waren de hekkesluiters van onze groep, dat geeft wel iets meer ruimte dan de anderen die allemaal met z’n vieren erop zitten.

Dan vertrekken we het diepe bos in, beelden van Mowgli uit Junglebook en Passage to India zijn bij onze optocht moeilijk te onderdrukken. Het is een geschommel van jewelste, maar op een gegeven moment vinden we ons ritme en deinen met de wandeling van de olifant mee. De eerste dieren laten niet lang op zit wachten, en in het struikgewas zien we een spotted deer. Het is een hert met de tekening van een luipaard op zijn flanken. We zien veel soorten vogels en ook apen die in de bomen boven ons hoofd slingeren. Maar dan komt het hoogtepunt van onze rit; een neushoorn met een jonkie verspert ons pad. We zitten er bijna bovenop en ik klik de een na de andere foto en laat de kleine video kamera die we bij ons hebben constant lopen. Ze lijken niet echt verstoord te zijn door onze aanwezigheid; moeder gaat eens even flink plassen en het kleintje doet pogingen bij moeder wat melk drinken. Een van de olifantenhoeders springt van zijn rijdier en begint een lege waterfles te vullen met de urine van de neushoorn. Volgens lokaal geloof heeft neushoorn urine medicinale krachten en is het een goed middel tegen astma. Ik vertrouw er maar op, maar ga het niet uitproberen.

De rit voert verder in de richting van een rivier en terwijl we ons afvragen of we ook in die rivier gaan, wordt die vraag middels daden beantwoordt. Onze olifant loopt de steile oever af en even later waden we schuin de rivier door naar de overkant…het water komt net niet tot aan mijn schoenen. Het is al met al een onvergetelijke rit en ondanks de zere billen van het oncomfortabele zitje komt er bijna te snel een einde aan. We komen weer het bos uit bij de plek waar we ook begonnen zijn, en wederom amateuristisch klungelend stijgen we weer van ons vervoer af bij de hoge trap.

We keren weer terug naar de lodge waar we een ontbijtje nuttigen. Na het ontbijt lopen we naar een kleine uitloper van de rivier achter de lodge waar een aantal gasten in de gelegenheid worden gesteld om de olifanten te wassen. Wij kiezen ervoor die als toeschouwer mee te maken en niet als badmeesters. Die keuze blijkt later niet zo’n slechte als tijdens het wassen een van de olifanten zijn maaltijd van gisteren in het water laat glijden, de verbaasde mensen in het water zwemmen verschrikt weg. Aan de kant staand zag dat er ook niet echt fris uit, maar de wassers laten zich niet uit het veld slaan en blijven rollen in het water met deze enorme beesten. De aantrekkingskracht is zo groot dat je door een paar flinke drollen niet weg laat jagen blijkbaar.

Later maken we even een korte wandeling naar het dorp en gaan ook kort even kijken bij het “vrouwen project”. Een aantal vrouwen in het dorp maken allerlei kussensloopjes, sleutelhangers en andere zaken die lokaal worden verkocht, maar ook zelfs aan de Hema in Nederland. Nederland is een steeds terugkerend thema in deze omgeving omdat de lodge waar wij verblijven is gebouwd met behulp van Nederlandse ontwikkelingshulp. Er zijn ook opvallend veel Nederlandse toeristen, en ook wat van het personeel van de lodge is van Nederlandse afkomst. Pure toeval, want wij zijn op stap met een Canadese reisorganisatie.

Na onze wandeling rusten we wat in onze kamer voordat we met de hele groep wederom naar het dorp lopen, ditmaal om het diner daar in een lokaal restaurant “Alfredo’s” te nuttigen. Alle verhalen worden weer uitgewisseld onder het genot van een lekker menu. Wederom komt het Nederlandse thema bovendrijven, ditmaal door items op het menu; wat dacht je van een “slaatje salad”, of een “patatje oorlog”. Op de terugweg van het eten stappen we we nog even bij het lokale cultureel centrum binnen waar een optreden is van de Tharu jongeren die hun traditionele dansen opvoeren. Aan het eind mag ook iedereen in het publiek naar voren komen en meedansen. Na alle feestgedruis lopen we in het donker bij het licht van zaklantaarns weer terug naar de lodge waar ditmaal de douche werkelijk warm, zelfs heet, water produceert. Een prima afsluiting voor een dag vol met avonturen voor ons.

5 November 2010

We staan allemaal om 6 uur voor het kantoortje om uit te checken, maar er is geen personeel om ons te helpen. Uiteindelijk komt er iemand met een slaperig hoofd opdagen en kunnen we een voor een onze rekening settelen. Dit gaat allemaal in Nepalees tempo, dus de vroege start die we vandaag dachten te hebben word al snel te niet gedaan. We gaan vandaag naar Lumbini, de geboorteplek van Buddha zoals men zegt. Het is vandaag Diwali, een groot feest in dit deel van de wereld, en de eerste plek waar we stoppen blijkt dicht te zijn om die reden. We rijden dus door en zullen het volgens Bhupendra bij een lokaal tentje proberen onderweg, maar die zijn ook allemaal aan het feesten. Uiteindelijk vinden we wat we in Amerika een “hole in the wall” zouden noemen, die wel bereid zijn de hongerige westerse magen een beetje te vullen. We krijgen allen hele zoete koffie en thee, en twee gekookte eieren. Alle kinderen uit de buurt komen kijken hoe we eten en hebben veel lol daarover. Blijkbaar krijgen ze hier niet veel toeristen over de vloer.

Na een paar uur komen we in Lumbini aan waar we meteen het tempel complex bezoeken rond de geboorte plek van Buddha. In het midden is rond de opgravingen een gebouw gemaakt die als een soort bescherming en tempel dient om de stenen overblijfselen te beschermen van de originele tempel die hier stond, meer dan 2000 jaar geleden. Om binnen te mogen kijken moeten we onze schoenen eerst uitdoen. Het is moeilijk voor te stellen dat het allemaal zo oud is, maar volgens de verhalen hier is de originele tempel hier rond 500 voor chr. gebouwd door de eerste volgelingen van Buddha. Dit is de enige plek die binnen het programma van de tour valt, maar rond de centrale plek hebben veel landen andere gedenk tempels gebouwd. Er zijn onder andere tempels van landen als Myanmar, China en zelfs Duitsland die de grootste en mooiste tempel hier heeft gebouwd.

Terwijl een deel van de groep bij het centrum blijft rondhangen, gaan wij en een aantal anderen middels riksjas een aantal van de andere tempels bezoeken. In eerste instantie twijfel ik of ik mee zal gaan, ik het medelijden met de mannen die de riskjafiets moeten bemannen maar men zegt dat ze graag het geld zien die ze op deze wijze kunnen verdienen. De man die onze fiets bemant ziet er niet veel jonger uit dan ik, maar dat zegt niets in deze regionen. Mogelijk is hij pas 35 en ziet er gewoon veel ouder uit. Hij moet er behoorlijk aan trekken met Gepke en ik en onze fototassen achterop, maar hij gedraagt zich kranig en al gauw komen we bij de German tempel aan.

Deze Duitse uiting van eer aan Buddha gaat alle beschrijving te boven, je zou kunnen zeggen dat ze het geld misschien beter aan iets praktischer uit hadden kunnen geven. Het is overal marmer en spiegelglad bewerkte paden, met bladgoud bedekte beelden en gigantische kleurrijke muurschilderingen. Men zegt dat het geld voor de tempels in dit complex is gekomen van donaties van boeddhisten in de betrokken landen; er moeten ofwel veel boeddhisten zijn in Duitsland ofwel hele rijke.

Na het tempel complex hijsen we ons allemaal in de bus en rijden … 100 meter naar het hotel. We hadden net zo goed kunnen lopen; Bhupendra’s idee van humor. Het hotel ziet er zeer sjiek uit, met een statige marmeren trap in de lobby en hoge plafonds. De kamer is echter wat minder met veel insecten overal, vooral te danken aan het feit dat we ditmaal op de begane grond zitten. Na het inchecken geven we meteen de bestelling door voor het avondeten, en in die tussentijd rusten we even uit op de kamer of in de lobby. In de lobby beweren ze WiFi te hebben, maar die is bijzonder wisselvallig. Meestal heb je niet meer dan een paar seconden verbinding, dus van email checken of reisverslagen uploaden komt niets terecht. Ook het opladen van kameras en iPads wordt voortdurend onderbroken door power failures. Het hoort allemaal bij de charme van het land en we leggen ons er maar bij neer. We nemen allen alvast plaats aan een lange tafel in het restaurant gedeelte, en praten gezellig bij het licht van de kaarsen totdat het eten wordt geserveerd. Ook hier weer een heerlijke variatie aan gerechten, en we beginnen al aardig door te krijgen wat we moeten bestellen en wat we echt lekker vinden.

Na het eten wordt buiten wat vuurwerk afgestoken door Bhupendra, de chauffeur en zijn hulpje. Al gauw doen anderen in de groep ook mee. We beginnen steeds meer op lokalen te lijken, zeker nu we voor het eten ook allen door iemand zijn “geblessed” middels een tikka (rode stip) op onze voorhoofden. Ondanks de vloer die beweegt van de insecten kunnen we die nacht redelijk slapen. Ik werd wel wakker toen er iets heel groots over mijn gezicht liep, ik houd het maar op een sprinkhaan; ik wil lever niet weten wat het echt was.

6 November 2010

Het ontbijt bestaat vanochtend uit een buffet waar keuze is uit eieren, aardappels, bonen in tomatensaus, pap en andere breakfast cereals. Er is ook ruim thee en oploskoffie. In eerste instantie onderschatten we de sterkte van de oploskoffie en iedereen loopt weer terug om er meer water bij te doen, vrij sterke koffie dus. Na het ontbijt en uitchecken staan er drie jeeps op ons te wachten. Het zijn Indiase SUVs van het merk Mahindra Bolero; de naam is het meest indrukwekkende van deze voertuigen. Zien er goed genoeg uit om ons naar de grens te kunnen vervoeren, maar ik vermoed dat ze de APK keuring in Nederland niet zouden overleven. Maar de rit naar de grens van Nepal en India is kort, de geschatte uur blijkt niet meer dan een halfuur te zijn.

Bij de grensplaats Sunauli moeten we allemaal de auto uit, om de grensformaliteiten af te wikkelen. Eerst moeten we de exit formaliteiten doen bij Nepal immigrations, dan lopen we vervolgens niemandsland door naar India waar we bij het kantoor van Indiase immigrations ook weer een aantal stempels moeten halen. Kantoor is misschien een groot woord. De immigration beambtes zitten onder een afdakje aan de straat achter een grote houten tafel. Ze kijken wat verveeld onze paspoorten in en zetten zo nu en dan een stempeltje. Inmiddels staan wij met z’n allen op straat te wachten tot we weer verder mogen. Bedelaars klampen ons regelmatig aan, dit zijn we in Nepal niet gewend daar bedelt vrijwel niemand. Uiteindelijk mogen we weer in de autos stappen en zijn we officieel in India, op weg naar Gorakphur waar we de trein naar Varanasi zullen nemen. De autorit is een wilde en lijkt op een video spelletje waar je met veel te hoge snelheid probeert alle obstakels te vermijden: voetgangers, fietsers, motors, driewielers, riksjas, koeien, geiten en honden. Ondanks deze levensgevaarlijke rit komen we heelhuids in Gorakphur aan.

Het station van Gorakphur is een spektakel van kleuren, geuren en herrie. Een chaos van mensen, honden, koeien en andere beesten ook binnen het treinstation. We lopen als zalmen tegen de stroom naar de plaats waar onze treinwagon op ons staat te wachten. We kunnen echter nog niet naar binnen en wachten buiten op het perron totdat ze de wagons van slot halen. Het wachten stelt mij in de gelegenheid mijn rug weer in vorm terug te forceren, die ik heb verrekt bij het opvangen van de koffers van de dak van de auto.

Even voordat de trein vertrekt, worden de deuren ontsloten. Wij zoeken de ons toegewezen stoelnummers 50 en 51 op. Het grootste deel van de groep zit bij elkaar in twee coupés, terwijl wij verderop in een coupé zitten met een Indiaas echtpaar. Als de trein eenmaal in beweging is raken we een beetje met hun aan de praat. Ze vragen ons waar we vandaan komen, waar we naartoe gaan en hoelang we daarover gaan doen. Na verloop van tijd hebben we ook suggesties uitgewisseld voor toekomstige tripjes, zowel van ons als voor hun. Zij zijn ook wel geïnteresseerd in Mexicaans eten, en zijn verbaasd dat wij zo weinig weten over de stad waar zij wonen. Waarschijnlijk ligt dat aan het feit dat ik de naam van die stad nauwelijks kan uitspreken, laat staan onthouden.

De reis hobbelt vrolijk verder; we kopen wat Samosas van de verkoper in de trein, lezen een beetje en kletsen wat met de lokalen. De conducteur die al eerder langskwam om de kaartjes te controleren, loopt nu met een spuitbus onder de banken te spuiten. Aan de geur vermoed ik dat het een of ander insecten bestrijdingsmiddel is. Hopelijk helpt het tegen de muggen die hier rijkelijk vertegenwoordigd zijn. Als het donker wordt probeert iedereen een wat meer comfortabele houding te vinden op de vele onbezette banken in de trein. Hopelijk stappen er onderweg niet al teveel mensen in die ook in deze coupé moeten zijn, want dan zullen we toch de boel moeten gaan verbouwen in de slaapstand. Zoals het er nu voorstaat blijven de zitbanken in hun gewone stand staan en kunnen we overal comfortabel zitten/liggen zonder over elkaar heen te hoeven klimmen. Desalniettemin is het een ontzettend leuke manier van reizen, zo tussen en met de lokale mensen.

De trein rijdt langzaam en het schommelen werkt slaapverwekkend, het is echter beter als we wakker blijven. We zijn nog niet echt over de jetlag heen, en straks moeten we weer alles bij elkaar zoeken om naar het hotel te gaan als we in Varanasi aankomen. De aankomst in Varanasi is al net zo rommelig als het vertrek, met dat verschil dat het nu ook nog donker is. We slepen de tassen over het perron naar een trap die blijkbaar naar de uitgang leidt; we weten het eigenlijk niet, we lopen gewoon de meute achterna. Buiten slingeren we tussen de mensen door naar een aantal riksjas die daar op ons staan te wachten. Een langzaam ritje naar het hotel volgt door het ontzettend drukke verkeer waar je doof wordt van het toeteren. We arriveren bij het Temple Town hotel en kunnen als we daar nog zin in hebben een maaltijd bestellen. We besluiten dat maar te doen want ook al is het bijna half tien, we hebben vandaag niet zoveel te eten gehad. We horen van onze medereizigers die het bed in de kamer hebben uitgeprobeerd dat deze ontzettend hard lijkt te zijn, dus dat kan een interessante nacht worden. Als we later op onze eigen kamer zijn, blijkt dat men niet heeft overdreven. Het “matras” is niet meer dan een plank met een deken erover. Een lange nachtrust is ons toch niet gegund, want we gaan morgen ochtend al om vijf uur naar de Ganges om de zon daar te zien opkomen.

7 November 2010

Ik heb uitgevonden dat als je moe bent je eventueel ook op een blok graniet wel in slaap kunt vallen. Ik ben zonder onderbreking doorgeslapen totdat de wekker afging om half vijf vanochtend. Nou ja, half vijf … ik was vergeten rekening te houden met het tijdsverschil tussen Lumbini en Varanasi dus we stonden om kwart over vier al naast ons bed. Ik ben blijkbaar niet de enige die in de war was, want ons Belgisch koppel had als verzameltijd 5:50 verstaan in plaats van 5:15.

Met enige vertraging stapten we dus allemaal weer op riksjas en reden in een half uurtje naar de oever van de Ganges. Dit was werkelijk de meest smerige omgeving die we tot nu toe op onze reis hadden meegemaakt. We moesten ons letterlijk een weg door afval en stront banen om bij de trappen van de oever te komen. Een penetrante lucht van stront en urine hing overal, vermengd met de lucht van de open crematoria hier. Ik kan me niet voorstellen dat mensen hier vrijwillig in het water van deze rivier gaan baden; zowel lokale mensen als west Europeanen en mensen van elders uit de wereld zwemmen tussen de uitwerpselen, as van overledenen en soms zelfs lijken. Aan het eind van onze wandeling wacht een bootje op ons waar we met de hele groep in passen. Het bootje is net groot genoeg om mij ervan te overtuigen dat ik ook wel mee durf; ik ben niet zo’n held in kleine bootjes.

Als we eenmaal aan boord zijn en hebben afgeworpen zien we dat het het allemaal beslist waard was om hier op de rivier te drijven. Het is een onvergetelijk spektakel waar we op uitkijken: zwemmende mensen, mediterende mensen, begrafenissen, mensen die de was doen; kortom gewoon mensen die hier in de omgeving de activiteiten ontplooien die horen bij het ritueel van de Ganges. We varen een stukje stroomopwaarts tot aan het crematorium. Mensen worden op twee manieren begraven in de Ganges, door eerst te cremeren en dan de as in de rivier te spreiden, of door de stoffelijke resten gewikkeld in doeken de rivier in te laten drijven. We draaien om en drijven met de stroom weer terug, iedereen kijkt gebiologeerd naar wat er rond de oevers zich afspeelt. Bij een open crematorium op de oever zien we zelfs herkenbare lichaamsdelen uitsteken uit het brandende hoopje. Het is hier niet een plek voor mensen die een zwakke maag hebben.

Als de boot weer aanlegt nemen we de riksjas weer terug naar ons hotel, waar we even tot rust kunnen komen. Gepke gaat met een aantal andere dames van de groep een massage halen verderop, terwijl ik in de kamer het verslag bijwerk en een dutje doe. Als Gepke weer terug komt van de massage gaan we samen een korte wandeling maken in de omgeving, gevolgd door een orientatie wandeling met Bhupendra door de stad waar hij wat meer vertelt over de achtergronden van dit gebied. Aan het eind van de middag gaan we wederom naar de rivier, ditmaal om de zonsondergang en bloemenfestival mee te maken. We gaan weer aan boord van een bootje, waar twee muzikanten al op ons wachten. Nadat we hebben afgemeerd geeft de muzikant een korte uitleg over de klassieke Indiase muziek en de instrumenten die daarbij worden gebruikt: de sitar en de drums.

Terwijl het steeds schemeriger wordt, laten we ons door de stroom van de Ganges meevoeren, en luisteren naar de typische geluiden van de Indiase muziek van onze muzikanten. Op de achtergrond is de altijd aanwezige chaos van het leven op de oever van de Ganges. Na verloop van tijd nemen we afscheid van onze twee muzikanten en voeren verder de rivier af naar de plek waar het bloemenfestival en de dagelijks terugkerende Ganga Aarti ceremonie plaatsvindt. Ook wij laten kaarsje in bakjes de Ganges afdrijven in het donker en leggen aan bij de menigte die bijeen is gekomen om de activiteiten aan de wal bij de wonen. Vanaf onze aanleg plek bij een aantal ander boten hebben we een prima overzicht op het hele spektakel van de Ganga Aarti. Na een uurtje maken we ons los van de andere bootjes en varen weer terug naar de plek waar we zijn begonnen, ditmaal maakt onze “kapitein” geen gebruik van zijn roeispanen, maar slingert een klein diesel motortje aan die ons tegen de stroom weer terug helpt.

Weer klemmen we ons in de te smalle riksjas terug naar het hotel. Riksjas zijn mogelijk een betaalbare vorm van vervoer, maar comfortabel zijn ze beslist niet. Met zere achterwerken komen we bij ons hotel aan, en kunnen vrijwel direct aanschuiven voor het eten. We gaan allemaal daarna direct naar onze kamers, want morgen hebben we een lange treinrit voor de boeg naar Orchha.

8 November 2010

Vanochtend hoefden we niet op een onprettig vroeg tijdstip op te staan, en sliepen uit tot maar liefst 7 uur. Het ontbijt in dit hotel bestond evenals het vorige uit een buffet. Maar ditmaal lag de nadruk op Indiase ontbijt artikelen: Koshara met Bhazri, aardappelen, tomaten en een kruimelige omelet met kruiden. Thee en koffie vloeide ook rijkelijk. Na het ontbijt gingen we allen in een bus die ons naar de ruïnes en museum bij Sarnath bracht. Het was erg warm zowel in de bus als op de plaats van bestemming. Sarnath is de plek waar Buddha voor het eerst predikte voor zijn eerste vijf discipelen. Niet lang na zijn dood had men hier op deze plek een tempel gebouwd, die echter weer in verval raakte. Wij lopen nu op de plek van de opgravingen tussen de ruïnes van deze vroege boeddhistische tempel.

Aan de andere kant van de weg is een museum waar artikelen gevonden tijdens de opgravingen worden bewaard en tentoongesteld. Het middelpunt van de tentoongespreide artikelen is de zogenaamde “Lions Capital”, een onderdeel van een steunpilaar die nu het symbool van India is geworden. Het is terug te vinden op alle bank biljetten van het Indiase geld, en heeft een belangrijke symbolische betekenis in India.

Na het bezoek aan het museum wachten we bij de bus totdat de groep weer compleet is. De temperatuur is opgelopen tot boven de 30C en gecombineerd met de hoge luchtvochtigheid resulteert in een hoogst onprettige wachtkamer. De bedelaars en verkopers die elke paar seconden je aanklampen voegen geen prettige dimensie aan onze ervaring toe. Gelukkig kunnen we weer instappen en gaan met de bus naar het islamitische zijde district. Hier stappen we weer uit en volgen een man van de zijde industrie door een wirwar van steegjes naar een piepklein huisje waar op een, volgens hem, 1000 jaar oude weefgetouw zijden artikelen geweefd worden. Het ziet er wel erg oud uit, maar het gegeven getal vind ik wel moeilijk te geloven. Hij laat ons nog wat andere plekken zien waar wordt geweefd zowel op zeer oude weefgetouwen en wat moderner materiaal. Hij laat ons ook zien hoe we het verschil kunnen zien tussen de kwaliteit van handgeweven en machinaal geweven stof. Uiteraard krijgen we aansluitend de gelegenheid zijde geweven producten van zijn eigen winkel te kopen. Wij zijn wel onder de indruk van het getoonde en besluiten een mooie zijde weefsel te kopen die we aan de muur kunnen hangen; ons eerste souvenir hier in India.

De bus neemt ons terug naar het hotel waar we nog twee uur hebben voordat we op de trein moeten stappen. Net genoeg tijd om onze bagage bij elkaar te zoeken, een hapje te eten en wat snacks te kopen voor de lange rit die ons staat te wachten. Als het zover is laden we onze hele hebben en houden op riksjas en gaan naar het station, waar de trein al op het perron op ons wacht. Dit wordt een lange zit want de rit is ditmaal maar liefst 14 uur naar Orchha. Iedereen probeert er maar het beste van te maken. Gelukkig kan vrijwel iedereen in onze groep goed met elkaar opschieten. We hebben dan ook heel veel lol als we met z’n allen Trivial Pursuit spelen: de meisjes tegen de jongens.

9 November 2010

De treinrit duurde uiteindelijk 16 uur met alle vertragingen. We hadden slaapbanken maar als je zolang opgevouwen zit is het een verademing om weer uitgestrekt op het perron te staan. De opluchting is echter van korte duur, want buiten het station wachten de Tuktuks (spreek uit: toektoek) op ons om ons naar het 20 km verderop gelegen Orchha te brengen. Een Tuktuk is een driewielig voertuig die me doet denken aan het voertuigje waar vroeger de melkboer mee langs de huizen reed in Nederland. We gaan met z’n zevenen tegelijk in een zo’n lawaaierig voertuigje dat de afmetingen heeft van een klein Fiatje. Knus bovenop elkaar, we lijken nu helemaal te passen in het Indiase beeld van veel teveel mensen in een voertuig. Zelfs een motor zie je hier regelmatig meer dan 2 personen vervoeren: een vader die stuurt, moeder achterop met een baby in een arm en de bagage in de andere, en dan nog een ouder kind wat tussen vader en moeder is ingeklemd.

Met een blikken achterwerk en kramp in mijn benen komen we na ruim een half uur bij ons hotel in Orchha aan: het Orchha Resort. We worden bij de hoofdingang ontvangen door een indrukwekkend ogende soldaat in lokaal kostuum en een man met een blokfluit die “Vader Jacob” speelt. Ditmaal hebben we geen kamer maar wat hier wordt beschreven als “DeLuxe Tents”. Het zijn inderdaad ruime tenten met eraan vast een douche cabine en een toilet. Het patroon op de wanden van de tent doet je vermoeden in een bedoeïen tent te zijn. Het is echter van alle gemakken voorzien: twee (harde) bedden, een paar kasten, tafeltjes, zelfs een TV en airconditioning. Het eerste wat ik doe is even wat slaap inhalen, want van slapen op de trein is niet veel terecht gekomen. Gepke gaat wat wandelen in het dorp. Het is op dit moment de heilige maand Kartika, en iedereen is bezig zich ritueel te wassen in de Betwa rivier vlakbij het hotel. Gepke loopt een stukje het smalle brugje op die bezaaid is met mensen, als er van de ander kant een auto aankomt moet iedereen vlak langs de brug staan, die geen brugleuning heeft, om het voorbij te laten.

Na mijn dutje ga ik met Gepke wat wandelen in de buurt van het hotel. Het hotel ligt in een landelijk Indiaas gebied echter aan alle kanten ingeklemd door zeer oude tempels en paleizen, geen van allen meer in gebruik. We lopen langs een van deze oude gebouwen die bewoond word door meerdere zeer grote aasgieren. Het zijn fantastische beesten om te zien, vooral als ze hun vleugels uitslaan en van toren naar toren zweven in het oude tempel complex. Ik doe verwoede pogingen ze te fotograferen, maar het valt niet mee in het schemerige licht en vaak zijn ze sneller dan ik.

Na onze wandeling gaan we alleen een tentje zoeken om te eten. Veel van de andere groepsleden zijn ergens een kookcursus gaan doen, wij hadden daar geen zin in en zijn dus op onszelf aangewezen vanavond. We vinden een leuk dakterras restaurant bij een nabij gelegen hotel, af en toe motregent het een beetje, maar we zitten lekker droog onder een markies. Het is erg donker op het terras als vervolgens de elektriciteit uitvalt; iets wat aan de orde van de dag is hier in India. Het eten wordt geserveerd en ondanks dat we het niet kunnen zien smaakt het allemaal heerlijk. Het bier vloeit rijkelijk en we nemen zelfs ijs als toetje. De man verzekert ons dat het regenboog ijs is met nootjes, wij geloven hem op zijn woord want we kunnen het niet zien.

In het pikkedonker bij het licht van een klein zaklampje, lopen we weer terug naar het hotel waar we de andere leden van onze groep weer aantreffen. We wisselen onze verhalen uit terwijl we wachten op Bhupendra, die ons vanavond nog even de tempel wil laten zien die er mooi verlicht uit moet zien s’avonds. Echter als we korte tijd binnen zitten begint het heel hard te regenen en dit blijft zo de rest van de avond. Gepke, die net even naar onze tent was gelopen, kwam met de regenjassen aanlopen. Ze had even bij de tent staan wachten in de hoop dat het zou ophouden met regenen, maar het was tevergeefs. Uiteindelijk gaat iedereen terug naar hun onderkomens voor de nacht. Ik blijf nog even in de buurt van de receptie waar ze internet hebben en ik de verslagen van de afgelopen dagen kan uploaden. Daarna trek ik mijn regenjas aan en loop terug naar de tent.

Nog even zitten we buiten op stoeltjes onder de overhang van de tent en luisteren naar de stromende regen. In het zwakke schijnsel van het licht zien we af en toe iets voorbij schieten wat op een muis lijkt. Dan gaan ook wij maar onder de wol kruipen.

10 November 2010

De regen is opgehouden in de loop van de nacht en heeft een modderbad achtergelaten hier en daar. Voorzichtig de baggerige plekken vermijdend lopen we naar het restaurant om het ontbijt buffet te nuttigen. Wat het eten betreft is het mij hier erg meegevallen, ik verwachtte hier in India wel een paar pond kwijt de raken, maar ik vrees dat ik juist aankom. Na het ontbijt gaan we dan alsnog naar het paleis Raj Mahal. Het begint al warm te worden en de regen die gisteren gevallen is zorgt voor een zeer hoge lucht vochtigheid. We bewonderen de prachtige architectuur van het paleis en tempel complex, nemen de smalle trappen naar het hoogste punt en genieten van het uitzicht hier. Ondertussen loopt het zweet werkelijk in straaltjes van onze lijf en is er geen draad meer droog van onze kleren. Het is ruim 30C en beslist 100% vochtigheid.

Aan het eind van dit bezoek moeten we ook nog op een holletje terug naar het hotel want we moeten voor 12 uur uitchecken. Geen tijd voor een douche dus ik ga maar voor de airconditioning staan en laat de ijskoude lucht onder mijn drijfnatte shirtje blazen totdat ik weer droog ben. Fris ruiken doen we maar weer bij het volgende hotel waar we kunnen douchen; alles went. Tegen het eind van de middag worden we de tuctucs weer ingeladen om naar het station te gaan. Onderweg stoppen we even bij Taragram Development Alternative, een papier fabriek waar het papier nog helemaal op ambachtelijke wijze met de hand wordt gemaakt van afvalkatoen van een t-shirt fabriek. Best wel interessant dat het handmatig geproduceerde papier kan concurreren met machinaal vervaardigd papier, maar dat is voornamelijk het gevolg van de lage prijs van arbeiders hier. Na deze onverwachte rondleiding klimmen we weer in de busjes, die ons korte tijd later weer bij het station afzetten.

We lopen weer naar het stationsgebouw waar we ons door een stroom bedelaars en verkopers heen werken. Als de trein arriveert, duwt Bhupendra Gepke en mij de trein in en verliezen we even de rest van de groep uit het oog. Het gevolg is dat we onze plaatsen niet kunnen vinden en door de drukte van de rest van de groep worden afgesneden. Uiteindelijk vinden we ze weer en nemen plaats in de ditmaal comfortabele stoelen. Tijdens de reis krijgen we een hapje eten en wat drinken, allemaal inbegrepen in de prijs van de ticket.

Na ongeveer 2 uur komen we in Agra aan. We gaan met de bus verder naar het hotel waar we ditmaal verblijven: het Amar Yatri Niwas hotel. De namen worden steeds moeilijker uit te spreken, en voor het geval we verdwalen krijgen we allemaal een business card van het hotel zodat we het in geval van nood weer terug kunnen vinden. Dan kruipt iedereen weer vroeg in bed want we moeten om 5 uur op voor ons bezoek aan de Taj Mahal.

11 November 2010

Om vijf uur gaat onze reiswekker af, die overigens net als de fluitist bij ons vorig hotel “Vader Jacob” speelt, dat valt ons nu pas op… We verzamelen ons beneden en gaan meteen snelwandelen naar de ingangspoort van de Taj Mahal om daar als eersten in de rij te kunnen staan. Terwijl wij daar in de rij staan, koopt Bhupendra de kaartjes voor de Taj en meteen ook voor het Agra Fort waar we later naartoe gaan. Pas om half zeven gooien ze de poort open en mogen we naar binnen; eerst door metaal detectors, later worden we ook nog eens door soldaten betast om zeker te zijn dat we geen ondeugende dingen gaan uithalen. We mogen ook geen tassen of elektronica zoals cell phones mee naar binnen nemen, maar daar waren we al voor gewaarschuwd, dus hadden we alles op de hotelkamer achtergelaten. Dan zijn we eindelijk binnen. We lopen een stukje verder tot we bij een andere poort komen van rood gesteente en als we daar onderdoor zijn zien we de Taj Mahal in al zijn glorie in de verte staan.

Het is jammer genoeg een beetje mistig waardoor je op afstand niet goed een indruk krijgt van de enorme afmetingen van dit gebouw, maar het geeft het wel een mysterieus sfeertje. We fotograferen er allemaal lustig op los, maar dit wereldwonder is net zoiets als de Grand Canyon: het is niet te fotograferen, dit moet je zelf hebben gezien. We lopen verder naar de “reflection pool” waar je de Taj twee keer ziet: een keer echt en een keer weerspiegeld in het water. Dan staan we aan de voet van het gebouw, naast een van die vier minaretten. Door de enorme afmetingen ben je nu het overzicht kwijt, maar de aandacht gaat nu naar de details van het gebouw. Het is geheel geconstrueerd van wit marmer dat is ingelegd met verschillende kleuren half edelstenen in een variatie van kleuren: rood, groen, blauw, parelmoer, zwart. Het materiaal wat men hiervoor gebruikte was onder andere lapis lazuli, jade, schelpen, onyx, opaal, enz. Dit inleggen van ander materialen in het marmer wordt Pietra Dura genoemd, en is ontzettend gedetailleerd gedaan hetgeen ongelofelijk veel werk heeft gekost gezien de afmetingen van de Taj Mahal. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dan de Taj Mahal in slechts 22 jaar is gebouwd.

We gaan het platform op wat de eerste verdieping vormt van de Taj maar moeten daarvoor eerst van die rode slofje aandoen over onze schoenen zoals chirurgen die dragen in een operatiekamer. Dan mogen we weer verder en kunnen een aantal van de ruimtes binnen de Taj bewonderen. Ook hier weer overal de Pietra Dura met de mooiste kleurschakeringen Onze gids laat middels een zaklampje zien dat dit inlegwerk evenals het marmer van de Taj licht doorlaat. Als je er een zaklamp ertegenaan drukt wordt het licht door het marmer diffuus verspreid. Ook licht van buiten kan door het marmer naar binnen schijnen.

We stijgen nogmaals een trap op naar de tweede verdieping, hoger dan dit kunnen we niet meer komen. Vroeger kon je vanaf hier de 40 meter hoge minaretten nog beklimmen maar die zijn tegenwoordig uit veiligheidsredenen gesloten. Je hebt vanaf hier een mooi uitzicht op de gemanicuurde tuinen en vijvers rond de Taj. We kijken hier even rond en dalen dan weer af naar het eerste platform waar we een wandeling maken om de hele Taj Mahal heen. De Taj staat niet alleen; er staat aan een kant een operationele moskee, en aan de andere kant een identiek gebouw om de symmetrie te handhaven. Echter dit tweede gebouw is geen moskee, want slechts een van de twee gebouwen wijst naar Mekka, die hiervandaan overigens in het westen ligt en niet in het oosten zoals wij gewend zijn.

Na ander half uur draaien wij de Taj Mahal de rug toe en gaan terug naar het hotel voor ontbijt. We bezoeken onderweg nog een werkplaats waar ze op zelfde wijze als dat gebeurde bij de Taj Mahal het bewerkte marmer maken met de ingelegde halfedelstenen. Uiteraard weer de mogelijkheid hier om van alles te kopen, maar ik zie mezelf nog niet met een stuk marmer ter grote van een flink tafelblad onder mijn armen het vliegtuig inlopen. Na het ontbijt gaan we naar het Agra Fort bij westerlingen beter bekend als The Red Fort. Het fort kan natuurlijk niet tippen aan de Taj Mahal en je zou bijna kunnen spreken van een anti-climax, maar we hebben een lokale gids gekregen die zijn best doet het allemaal interessant voor ons te maken. De oude man werkt al sinds 1956 ononderbroken als gids hier bij het Rode Fort een heeft veel verhalen verzameld. Hij helpt ook bij het maken van een groepsfoto van ons allemaal. Aan het eind van de toer nemen we afscheid van hem en rusten even uit op de trappen van de poorten van het fort. Dan blijkt weer dat wij zelf ook een toeristische attractie zijn, want allerlei mensen komen vragen of ze met ons op de foto mogen. Op een bepaald moment staan we op de foto met twee zeer grote Indiase gezinnen, waarbij de kinderen ons stevig omhelzen. De term “personal space” is in India geheel onbekend.

Na het fort gaan we lunchen. Het is een van de eerste lunches die ik echt spicy kan noemen, maar ik heb er dan ook zelf om gevraagd: “extra spicy please”. Meestal wordt dit verzoek niet ingewilligd, maar ditmaal neemt men mij serieus en even later zit ik werkelijk met het zweet op mijn voorhoofd te genieten van een heerlijke lunch. Na de lunch gaan we onze spullen bij het hotel ophalen en de trein naar Jaipur opzoeken. Het reis tempo ligt op dit moment even hoog, maar straks in Jaipur hebben we een paar dagen, waarvan een vrij door onszelf is te besteden.

12 November 2010

We kwamen gisteren vrij laat bij ons hotel, Empire Regency, in Jaipur aan. Bhupendra had grootse plannen voor ons, en verwachtte dat we allemaal zonder morren om half zes zouden opstaan. Echter hij werd collectief ge-veto’d, na die lange late rit had niemand zin om zo vroeg weer op te staan. Dus pas om 8 uur zaten we met z’n allen aan het ontbijt buffet, wat overigens niet van al te beste kwaliteit was.

Vervolgens name we een aantal Tuctucs naar het Water Palace (Jal Mahal), die we van een afstandje hebben bewonderd van de oever van het meer waarin het ligt. Terwijl we daar stonden kwamen de gebruikelijke bedelaars bij ons “kijken”. Een kleine jongen beweerde echter dat hij een goochelaar was en wilde tegen een vergoeding ons wel even entertainen. Hij was niet ouder dan een jaar of 7 misschien 8, maar hij was ongelofelijk snel met zijn vingers en wist muntjes te doen verdwenen en bij anderen van ons weer te laten verschijnen uit onze neus of oor. Op het laatste liet hij balletjes verdwijnen en verschijnen onder een drietak potjes en het ging allemaal zo snel dat we het echt niet konden volgen. Hij sloot af door een aantal muntjes bij James uit zijn gulp te voorschijn te toveren. Hij was echt leuk en we hebben hem op het eind allemaal iets gegeven.

Dan gaan we verder naar de ingang van het Amber Fort. Via een stijl pad, afgewisseld met lange trap treden lopen we naar boven naar het Fort. Onderweg moeten we een stuk met olifanten meelopen die hetzelfde pad als wij volgen. Dan komen we boven bij de poort aan die leidt naar de grote courtyard met uitzicht op de indrukwekkende gebouwen van het fort. We maken uitgebreid fotos en bezoeken een aantal kamers die tot museumruimtes zijn omgevormd. Er is ook een mooie binnentuin en lange galerijen met indrukwekkende architectuur en een complete spiegelzaal waar we jammer genoeg niet naar binnen mogen, maar we kunnen het wel van een afstandje bewonderen.

Na het bezoek aan het fort neemt Bhupendra ons mee naar een tapijt weverij. Het is mooi te zien hoe men met zulke primitieve weefgetouwen zulke mooie tapijten kan maken. De patronen die worden gevolgd staan op een papiertje naast de wever, maar die kent na verloop van tijd het patroon uit zijn hoofd omdat hij er een liedje van maakt in zijn hoofd. Binnen kun je zoals gebruikelijk na dit soort rondleidingen in een winkeltje de hier gemaakte producten kopen. als je dat wilt. Wij hadden geen intenties hier iets te kopen, vooral als je nagaat dat het 6 maanden kan duren om een tapijt te maken hadden wij niet het idee dat we hier iets binnen ons budget zouden vinden. Maar toen zagen we een mooi tapijt van Yak wol die perfect in onze hal zou staan en eigenlijk best redelijk goedkoop was. Na wat onderhandelen hebben we dit tapijt samen met nog een kleiner matje gekocht en het naar huis laten sturen. We bezoeken ook nog een jewelry store omdat Jaipur het centrum is van de juwelen industrie in India. Na onze eerdere aanschaf hebben we besloten hier de portemonnee maar gesloten te houden. Gelukkig krijgen we bij al deze shops regelmatige te eten en drinken, dus stoppen we niet voor lunch.

Dan gaan we naar het City Palace, maar dit paleis krijgt van bijna niemand meer de volle aandacht omdat we zo moe en warm zijn. Ook hier zijn kamers als museum ingericht, maar persoonlijk gaat mijn aandacht meer naar de comfortabele bankjes die her en der staan. We hebben zoveel gelopen de afgelopen dagen dat mijn voeten gewoon niet meer mee willen. We twijfelen dan ook als Bhupendra voorstelt om naar de bioscoop te gaan en een echte Bollywood film te gaan bekijken of we wel mee willen. Uiteindelijk stemmen we toe, want je kunt daar in ieder geval lekker zitten in de airconditioning. Echter heeft de Indiase god Vishnu anders beslist, want de bioscoop is geheel uitverkocht. Als alternatief gaan we dan maar eten bij een restaurant in de buurt, Indiana geheten. De naam van het restaurant heeft niets te maken met India, maar met de staat Indiana in Amerika waar de eigenaar van dit restaurant naar Purdue University is geweest. Behalve goed eten hebben ze hier ook entertainment in de vorm van exotische vrouwelijke Indiase dansers. Ik zit er met mijn rug naar toe en besteed er in eerste instantie weinig aandacht aan. Dan vraagt Bhupendra of hij even apart met me kan praten. Als ik opsta leidt hij mij ineens naar de dansvloer waar ik door de danseressen in hun cirkel wordt opgenomen. Dus dans ik er maar op los zo goed en zo kwaad als ik met mijn houterige stijve lijf dat kan. Het heeft in ieder geval de nodige hilariteit opgeleverd bij de overige groepsleden. Zij wisten op dat moment nog niet dat ook zij eraan moesten geloven en ook de dansvloer op werden geleid. Al met al een gezellige laatste avond waar we allemaal bij elkaar zijn.

Terug bij het hotel nemen we afscheid van James, Fiona en Carol die morgenochtend vroeg het vliegtuig naar Delhi nemen en dan naar Beijing waar ze een andere toer gaan doen. De rest blijft nog een dag in Jaipur voordat we de trein naar Delhi nemen.

13 November 2010

Onze laatste dag in Jaipur. We doen het vandaag rustig aan met alleen een bezoek aan de Central Museum at Albert Hall die we alleen van buiten wat fotograferen. Verder een lange wandeling door Jaipur die eindigt bij een winkeltje waar we wat kruiden kopen: Masala en Curry in verschillende sterktes. Dan gaan we terug naar het hotel waar we in de lobby rondhangen en verslagen bijwerken totdat we naar het station vertrekken.

Rond half vijf nemen we een aantal Tuctucs naar het station waar tot ons aller verbazing de trein bijna 20 minuten te vroeg het perron voorrijdt. Na wat geklungel omdat Bhupendra ons de verkeerd wagon in heeft gestuurd vinden we toch allemaal onze plaatsen. Het is dit keer een rit van 6 uur naar Delhi en we zitten ineen “chair carriage”, hetgeen betekent dat we gewone stoelen hebben in plaats van banken waar je tegenover elkaar zit. We hadden dit ook een paar dagen geleden maar die stolen waren een stuk luxer dan degene waar we nu op zitten. We houden onszelf maar voor dat dit de laatste treinrit is dus we overleven het wel, ook al voelen we dat de kussens op de stoelen de hard houten bank eronder niet kan verbergen.

Tegen middernacht komen we in Delhi aan en voeren de gebruikelijke acrobatiek uit om vanaf het perron ons een weg te banen door de menigte naar buiten. Als we echter buiten staan zijn we maar met zijn tienen, terwijl we toch echt met elf man uit Jaipur zijn vertrokken. Zouden we Owie weer kwijt zijn? Nee, die staat naast me. Het blijkt dat we Eric onderweg van het perron naar buiten zijn kwijtgeraakt. Om de beurt gaat iemand even kijken op verschillende plekken waar hij kan zijn, maar tevergeefs. Dan komt Bhupendra teruglopen van de taxistandplaats waar hij drie taxis voor ons had geregeld. Als hij hoort dat Eric zoek is, gaat hij hem mopperend zoeken. Ik ga ook even kijken verderop, maar bijna direct komt Bhupendra teruglopen met Eric die bovenaan de trap linksaf was geslagen toen wij allemaal rechtsaf gingen.

Als we bij de taxis aankomen denkt Bhupendra dat de taxis die hij had geregeld al zijn vertrokken en regelt nieuwe taxis. Echter de taxis staan er nog en de chauffeurs beginnen Bhupendra luid uit te foeteren omdat hij andere taxis regelt. Het gaat hard heen en weer in het Hindi en wij verstaan er dus niets van en staan met onschuldige gezichten te wachten tot de heren klaar zijn. Uiteindelijk worden toch onze koffers bovenop de taxis gegooid en zijn we op weg naar Hotel Swati in het centrum van Delhi. Te moe om nog rechtop te staan sjokken we de hotel lobby in en na het inchecken gaan we allen naar onze kamers. Gepke en ik hebben een kamer toegewezen ongeveer de afmetingen van een bezemkast, maar we zijn te moe om te protesteren. We kijken morgen wel weer.

14 November 2010

Een beetje uitslapen vandaag, het is onze laatste dag in India. Bhupendra gaat nog een keer met ons op stap, ditmaal gaan we naar de India Gate, een grote herinnerings poort in de stijl van de Arc du Triomphe in Parijs. Dit is in het gebied van New Delhi wat door de engelse in ontworpen met zeer brede wegen geflankeerd door groene parken en regeringsgebouwen. Dit in sterke tegenstelling tot Old Delhi met zijn nauwe straten, veel vuil op straat, koeien, zwerfhonden, waar de huizen bovenop elkaar zijn gebouwd en met elkaar in verbinding staan middels een wirwar van electriciteits draden. We maken wat fotos van de India Gate en klimmen vervolgens in Tuctucs om naar Connaught Place te rijden waar we hopen een kopje koffie met een gebakje te kunnen nuttigen.

Koffie vinden we bij United Coffee House, een koffie huis in jaren 50 stijl, maar jammer genoeg staan er geen pastries op het menu. Wel vind Gepke hier een grilled cheese sandwich die haar zeer goed bevalt. Dat mag dan ook wel, want de prijs kwam meer overeen met westerse begrippen dan Indiase Maar gezien hoe ze er van smulde was het haar wel gegund. Bhupendra brengt ons weer terug naar de metro bij naar waar onze wegen met hem even scheiden tot vanavond. Het is inmiddels heel druk in het metro station waar we lang in de rij moeten staan voor onze tokens. Maar dan kunnen we op eigen houtje met de metro naar Red Fort. Het lis een beetje spannend voor ons om nu zonder Bhupendra met de metro te reizen, maar het gaat ons redelijk af. We hoeven alleen de yellow line te nemen naar Chandni Chowk waar we uitstappen en door bazaar naar een van de oudste de moskeeën in Delhi; de Jama Mashid gebouwd in 1656. De wandeling door de bazaar is een aanslag op alle zintuigen, felle kleuren, exotische muziek en de geuren van allerlei snacks die op straat worden klaargemaakt. Als we net bij de moskee aankomen komt er een colonne politieautos aanscheuren met daartussen twee geblindeerde Mercedessen. Ze stoppen bij de moskee en een aantal blanke dames stappen uit en gaan door de poort in de richting van de moskee. Aan de nummerplaten van de volgautos maken we op dat ze bij de Zwitserse ambassade horen. Als alle opwinding over hun aankomst is gedimd, volgen wij hun ook door het poortje. Op het moment dat ik er doorheen liep merkte ik al dat mensen die achter ons liepen niet naar binnen mochten. Als gauw blijkt dat vanaf dat moment alleen nog westerlingen binnen worden gelaten. De trappen van de moskee lopen daardoor leeg, en wij gaan lekker op de trap zitten genieten van wat rust.

Na onze rust periode besluiten we niet de moskee binnen te gaan; teveel gedoe met schoenen verwijderen, jurken en sjaals omdoen om de blote benen en armen te bedekken en een bevoegde begeleider huren. Dus lopen we door de rommelige smalle straatjes weer in de richting van de metro. Onderweg stoppen we bij het gelimiteerde aantal winkeltjes dat vandaag open is, en dat zijn er niet veel want het is zondag. Wederom gaan we het avontuur van de metro aan, dit keer gaan we een stukje met de Yellow line om daarna over te stappen op de blue line en komen zo bij het metrostation van Karol Bagh die niet ver van ons hotel is. Bij het hotel aangekomen vragen we de sleutel van Owie’s kamer waar we lekker misbruik maken van de douche. Eerder al had Gepke om extra handdoeken gevraagd omdat ze “haar haar moest wassen”, pas toen begrepen ze waarom kamer 407 zoveel handdoeken nodig had. Na het douchen nemen we onze bagage naar de lobby om op Bhupendra te wachten en afscheid van hem te nemen. Het wachten is geen straf want er is WiFi in de lobby, dus we vermaken ons wel. Als Bhupendra er is wordt het een snel afscheid, want onze taxi is er ook al. We geven hem een royale fooi voor de dagen die hij met ons heeft doorgebracht. Dan gaat alles in de taxi die middels een voor ons bekende omweg naar het vliegveld rijdt. Ik zeg bekend, want de chauffeur stopt onderweg voor een boodschap vlakbij het hotel waar we op de heenweg hebben overnacht voordat we naar Kathmandu vlogen.

Op het vliegveld is het ons gebruikelijk ritueel van een hapje eten zoeken, winkeltjes kijken, snoep kopen voor onderweg en rondhangen totdat het vliegtuig vertrekt.

(meer fotos over Nepal en India zijn te vinden op de foto pagina)

Groetjes,

Loek & Gepke

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Leave a Reply