Nieuwsbrief – April 1996

posted in: Nieuwsbrieven | 0

(Gepke)

Hoera, we zijn er weer. Tijd voor de voorjaarsnieuwsbrief. Het begint hier al aardig op voorjaar te lijken. Een graad of vijftien, zonnetje, gras wordt al weer wat groener. Het ziet er goed uit, beter dan bij jullie geloof ik. Ik ben sinds kort ook via het NET te bereiken en heb al een abonnement genomen op de Internetkrant. Dit is een samenvatting van het belangrijkste nieuws uit Nederland en wordt me dagelijks toegestuurd. Loek ontvangt dit thuis ook maar ik kom er maar niet toe om thuis achter de computer te gaan zitten. Dus nu krijg ik dagelijks over mijn schermpje het allerlaatste nieuws, weerbericht, sportuitslagen enz.

De winter hier zijn we weer goed doorgekomen. Het is wel een paar keer echt koud geweest, zo’n -20 met een “gevoelstemperatuur’ (nieuw nederlands woord?) van -35, maar dat duurde nooit langer dan een dag of twee. Sneeuw hebben we ook wel een beetje gehad, maar bij lange na niet zo erg als in andere plaatsen hier in de USA. Ik had het er pas met Loek nog over, er blijven weinig plaatsen over hier in de USA waar ik qua weersomstandigheden nog zou willen wonen. Gelukkig blijft Colorado tot nu toe nog vrij van overstromingen, sneeuwstormen, droogtes en tornados. We zijn dit jaar weer niet wezen skieen of langlaufen. We zijn zelfs niet eens in de bergen geweest. Misschien volgend jaar.

Wat doen we hier dan zoal wel. Net als bijna iedereen werken we en hebben het weekend nodig om bij te komen. Nu moet ik wel zeggen met het werk dat ik hier doe, dat dat er zelfs bijna bij inschiet. Ik heb mezelf voorgenomen om ieder geval hier 1 jaar te blijven, dus moet ik wachten tot 1 mei voor ik wat anders mag gaan zoeken. Het staat geloof ik niet zo goed op je resumé als je ieder jaar van baan verandert. Natuurlijk is het hier zo slecht niet, maar ik heb net weer een paar ontzettend drukke weken achter de rug waar ik erg lange dagen moest maken en soms zelf mijn zaterdagen moest opofferen. Als je dan zo druk en gestressed bent, blijft er weinig energie over om te gaan “job hunten” en aangezien Loek daar al een beetje mee bezig is, kan ik maar even beter blijven waar ik ben (of is dat een flauw excuus).

Het is wel een voordeel dat je op mijn werk bijna nooit in het “net” hoeft hier. Soms moeten we wel eens in het net, en dan krijgen we van te voren een waarschuwing dat het een van de volgende dagen is: “dressy casual”, “business casual”, “business attire” of een andere vage beschrijving. Amerikanen kennen vaak alleen maar erg netjes (business=pak met strop) of erg slordig (casual=verschoten spijkerbroek met t-shirt), er is eigenlijk geen tussenweg. Vandaar dat ze opgekomen zijn met die vage termen van “dressy casual” (oftewel geen verschoten spijkerbroek, maar een nette spijkerbroek met overhemd) en “business casual” (geen nette spijkerbroek, maar een nette gewone broek, met een overhemd met mouwen en een boordje). Voor vrouwen gelden soortgelijke gradaties: “dressy casual” = geen panties, “business casual” = geen panties met een “sportieve rokW’, “business attire”=panties + mantelpak. Er zijn zelfs bedrijven die het nog steeds niet goedvinden dat vrouwen een broek dragen. Ken je nagaan, niets voor mij dus. Gelukkig denken wij nog steeds hollands, en hebben niet van de uitgebreide instructies nodig van wat wel of niet kan. Ik moet wel toegeven dat mijn collega”s deze instructies wel degelijk nodig hebben.

Wat zijn er dan nog meer van die typische (of althans dat denk ik maar) amerikaanse trekjes. In de 60er en 70er jaren had je amerikaanse dames met roze en paars haar, vleugelbrilletjes, en veel makeup. Dat roze en paarse is gelukkig wel over, maar je ziet nog steeds veel mensen met ontzettend veel makeup op. Hoe meer, hoe mooier zeker. Vooral de wat oudere dames kunnen er zeer kleurrijk bijlopen. Als je hier naar een restaurant gaat, kom je ze regelmatig tegen. Zo tegen de tachtig, bijna niet meer kunnen lopen, hangen ze in de stoel en moeten bijna gevoed worden, maar wel met de haartjes op en top en keurige (lees veel) makeup. Men gaat hier graag uit en kleedt zich dan ook erg netjes (en dat noemt men dan “dress up”-kunnen jullie het nog volgen?). Iets wat hier wel erg populair is en ik weet eigenlijk niet of dit al tot Nederland is doorgedrongen zijn de lange nagels. Natuurlijk niet de echte, maar opgeplakte. Een “nail shop” is hier hele winstgevende business. Ik ken een paar dames die wekelijks hun nagels laten “doen”. Natuurlijk zijn er ook zat die zich dit niet kunnen veroorloven en de kant en klare pakketjes in de winkel kopen. Ik begrijp niet hoe ze het doen, als mijn nagels te lang zijn, kan ik al niet meer tikken. Ik zie soms dames met nagels van 2 centimer die vrolijk de kassa aanslaan en geen fouten maken.

En wat zijn zo de plannen voor dit jaar. We hebben grootste plannen: De Van Heldens komen naar u toe deze zomer! (ooit een slogan van Veronica, zal intussen wel uit de mode zijn). Het is niet echt zomer meer als we van plan zijn te komen, meer herfst eigenlijk. We plannen twee weken in Nederland, dus we zullen het wel druk krijgen en we weten nog niet precies hoe we een en ander moeten invullen, dat dat horen jullie nog. We willen ook nog een beetje tijd voor onszelf houden. Mijn moeder komt in juli weer hiernaar toe en met haar ga ik een paar dagen naar Canada naar een familiereunie. Kan wel leuk worden. Daarnaast zijn Loek en ik van plan om dit jaar ook eens weekend weg te gaan. Het eerste uitje staat gepland over een paar weken. Ik heb nog een dag tegoed van een zaterdag die ik gewerkt heb en en we willen naar Santa Fe in Nieuwe Mexico gaan. Dit is niet zo ver, zo’n uur of 6 rijden, dus dat is wel te doen in een 3-daags weekend. Ik vind het eigenlijk best wel leuk dat we weer een beetje gaan reizen.

Ik geloof dat we in onze vorige brieven geen melding gemaakt hebben van het feit dat we nu ook familie in de buurt hebben wonen. Loek’s nicht Joke, echtgenoot Loek (zelfde naam), kinderen Mylene en Geoffrey zijn afgelopen augustus naar Denver verhuisd. Het jaar daarvoor zijn ze vanuit Baarn naar Rochester, New York, verhuisd en vorig jaar zijn ze deze kant uitgekomen. Loek heeft een eigen business en organiseert sportreizen voor jeugd voetbalteams. Aangezien voetballen steeds populairder wordt hier in de USA is dat een zeer goed lopende business. Gezellig met die hollanders in de buurt.

Denver zal binnenkort wel in de belangstelling komen staan. Afgelopen jaar had we de rechtzaak van OJ, dit jaar hebben we de rechtzaak van het Oklahoma bombardement. Er is een rechter uit Denver aangewezen om deze zaak te leiden en deze heeft besloten dat de rechtzaak in Denver zal plaatsvinden. De verdachten zijn inmiddels overgebracht naar een gevangenis hier in Denver. Er is nog steeds sprake van een derde verdachte. Uit Nederlandse krantenknipsels die we hier regelmatig van familie en vrienden ontvangen, bleek dat deze 3e persoon wel eens in Nederland zou kunnen zijn. Maar ja, Nederland schijnt geen verdachten het land uit te laten die de doodstraf kunnen krijgen. En de kans is groot dat de mannen die dit bommetje hebben laten vallen veroordeeld zullen worden tot de doodstraf.

Het is al weer een jaar geleden dat het nieuwe vliegveld hier geopend is. We wonen hier vlakbij (zo’n 12 kilometer en dat is dichtbij volgens amerikaanse begrippen) en iedereen vraagt zich dan ook af of wij geen last van geluidsoverlast hebben. Maar we hebben het zeer goed getroffen. Iedereen buiten de straal van 15 kilometer heeft last van het vliegveld, wij horen bijna niets. Wat wil je nog meer. Er wordt al volop gebouwd hier in de omgeving: het eerste hotel in de buurt is inmiddels geopend en diverse kantoren zijn in aanbouw. Ook onze wijk is zich aan het uitbreiden. De huizen worden iets goedkoper, maar ze hebben ook veel minder grond om huis. We hebben het even gemeten: schuin tegenover ons zijn 10 nieuwe huizen gebouwd op dezelfde ruimte als wij 7 huizen hebben. Helaas, er is nog steeds geen winkelcentrum of supermarkt. Wel gaat men eindelijk beginnen met de aanleg van een golf course. En, we hebben nu onze eigen pizza afhaal/bezorgcentrum. Toch een kleine vooruitgang.

(Loek)

Mijn deel van de brief begint hier, en mijn inspiratie houdt hier op. Soms valt het niet mee om iets op papier te zetten, ook al gebeurt het maar een paar keer per jaar. Een nieuwtje heb ik in ieder geval wel te melden. Deze brief wordt getikt op een hele nieuwe PC die zojuist (gisteren) is ontvangen. Je kunt hier dat soort dure aanschaffen per post doen, in een andere staat zodat je de BTW erop niet hoeft te betalen (de specificaties voor de liefhebbers: Pentium 166MHz, 32MB RAM, 2GB Harddisk, 6x CD-Rom, Altec Lansing speakers met subwoofer, 28.800 Fax/Modem en nog veel meer). Het is overigens opvallend hier als je als consument artikelen koopt, hoe de nadruk op hele andere dingen ligt dan in Europa. Neem nou bijvoorbeeld autos. In Nederland is het belangrijk dat ze zuinig zijn, vijf versnellingen hebben, kindersloten, mistlampen en wat al niet meer. Wat is hier het belangrijkste? Hoeveel “cupholders” ze hebben! Als je hier s’ochtends naar je werk gaat en even aandacht besteedt aan de bestuurders van autos, dan zal je opvallen dat iedereen een kop koff ie bij zich heeft. De verkeersveiligheid daarvan trek ik in twijfel, maar het is hier een ingeburgerd begrip. Logisch dat een auto daarvoor moet zijn uitgerust met een houder voor dat kopje koffie. En als je dus een gezinsauto hebt, moeten er dan ook cupholders zijn voor alle leden van het gezin. Dodge (Chrysler in Nederland) gebruikt dan ook als verkoopargument voor hun Caravan, dat ze zijn voorzien van maar liefst 18(!) cupholders. Kun je voorstellen wat een zooi dat geeft als Pa ineens hard moet remmen. Overigens ken ik hier maar weinig mensen die een auto kopen. Iedereen “leased” zijn of haar auto. Volgens goed ingelichte bronnen moet dat goedkoper zijn, en zo langzamerhand begin ik dat te geloven. Als je het omrekent betaalt men minder dan 3% interest in het lease bedrag. Een goed uitgeruste Volkswagen Golf kost hier $199,- per maand (3 jaar lease). Daar kun je in Nederland geeneens een Lada voor kopen, maar daar heb je natuurlijk altijd de fiets nog. Dat is hier toch uitsluitend in gebruik voor recreative doeleinden. De afstanden zijn natuurlijk veel groter.

Ik werk bijvoorbeeld in het centrum, zo’n 30 km van huis, en volgens menigeen is dat heel dichtbij. Ik zou het toch niet graag elke dag op de fiets afleggen. Dan kunnen ze mij halverwege de week afvoeren. Daar komt nog bij dat als je in de zomer op de fiets stapt in 35 graden hitte, je niet al te fris meer ruikt als je eenmaal op je werk aankomt. Van werk gesproken, zoals gebruikelijk in het soort werk dat ik momenteel verricht, is het einde van het project weer eens in zicht. Hier betekent dat, dat je maar weer eens omziet naar een andere baan. Als ik dat niet doe zal mijn baas dat initiatief zelf ontplooien, en mij per 28 Augustus op straat zetten. Nu is dat niet zo erg als dat klinkt, er is een groot tekort aan automatiseringspersoneel, dus keus genoeg voor een andere baan. Omdat ik nu in een wat luxere positie verkeer dan de vorige keer toen ik een baan zocht, ben ik ook wat kieskeuriger. Ik heb mijn CV nu 3 of vier keer weggegeven, en het resultaat is bijna 10 interviews. Een aantal aanbiedingen wil ik jullie niet onthouden. De eerste was mijn huidige werkgever die mij een baan aanbood in Washington DC, als manager op een van hun andere projecten. Dat zagen zowel Gepke als ik vanaf het begin absoluut niet zitten. De oostkust van Amerika is ontzettend dichtbevolkt, duur en Washington DC is een stad met bijna de hoogste criminaliteit van Amerika. Afgekeurd dus. Daarna komt er zelfs uit Nederland van Bram de Hond (niet van de enquetes) een “opportunity” die een project heeft in Curacao en daarvoor iemand zoekt met internationale bedrijfskundige achtergrond, en kennis van de Engelse en Nederlandse taal. Voorlopig resultaat is uitstel tot het eind van het jaar, zodat ik wat meer ervaring op kan doen op het vakgebieden van “Oracle” (automatiseringsjargon). Gepke had de koffers al klaar, maar we moeten nog even wachten hoe het zich verder ontwikkelt. Een ander bedrijf, AMS, heeft een contract met de PTT Telecom in Nederland en wilde mij direct daarnaartoe sturen. Toen heb ik even aan de noodrem getrokken, tenslotte zijn we niet voor niets uit Nederland weggegaan. Na de eerste teleurstelling vroegen ze of ik dan bereid was om vanuit Denver op het project te werken, en af en toe naar Nederland te gaan als het werk dat verlangde. Daarop heb ik gezegd eventueel in te willen gaan, en vrijdag hoor ik of ze met me in zee (over zee?) willen gaan. Verder heb ik met alle headhunters in Denver gesproken, dus voorlopig stuur ik geen CV’s meer de deur uit. Eerst maar eens afwachten wat dit allemaal oplevert.

Omdat ik toch voor het eind van dit project mijn vakantiedagen wil opmaken, gaan Gepke en ik een lang weekend naar Santa Fe in New Mexico. Deze stad is hier niet zo vreselijk ver vandaan, ongeveer 6 uur rijden, en in deze stad en in de directe omgeving moet van alles te zien zijn. Vlakbij is de stad Los Alamos, waar gedurende de tweede wereld oorlog de atoombom is ontwikkeld. De stad Santa Fe zelf is de oudste doorlopende bewoonde stad in Amerika. De spaans conquistadors hebben het opgericht nog voordat de Engelse pilgrims aan de Oostkust aan land gingen. Verder wemelt het daar in de omgeving van allerlei Indianen stammen, die de nodige vormen van kunst beoefenen. Voor de verandering hebben we ditmaal besloten niet in hotels of motels te overnachten, maar hebben twee nachten geboekt bij een bed& breakfast. Dit fenomeen is in Europa vrij ingeburgerd, maar hier in Amerika is het nog erg nieuw. Het adres waar wij zullen verblijven, in Taos, heeft twee kamers (met badkamer) beschikbaar. s’Avonds worden wij geacht met de gastheer en gastvrouw te “socializen”, en eventuele andere gasten. Ook zijn er twee Cocker Spaniels, Pork Chop en Te Bon, met wie we ons kunnen vermaken. We zien het wel… We zijn in ieder geval van plan weer wat vaker uitstapjes te maken. Op ons verlanglijstje voor de nabije toekomst staan nog Mount Rushmore in South Dakota, Las Vegas en Yellowstone Park. En dan tussendoor gaan we eind Augustus nog even kijken of Nederland er nog bij ligt zoals we het hebben achtergelaten. Mogelijk gaan we dan volgend jaar het wat verder weg zoeken, zoals San Francisco of Los Angeles. Maar zover vooruit plannen doen we niet want we zijn al een beetje amerikaans, en dan kijk je niet verder vooruit dan een paar maanden. Tenslotte kan het best zo zijn dat je door je werk wordt overgeplaatst en daardoor je hele situatie weer verandert.

Dat was het weer voor deze keer. Vele groetjes en tot bels, mails, ziens.

Gepke & Loek

Het volgende heeft Loek van het Web gehaald, vonden we wel leuk om hier even in te plakken.


NEDERLANDERS WONEN IN MADURODAM (Uit: Onze Taal lgor Znidarsic, journalist, Haarlem)

Wie de aard van een volk wil doorgronden, kan daarvoor het best naar de taal kijken. En wat bij de taal die de Nederlanders spreken meteen opvalt, is het veelvuldig voorkomen van verkleinwoorden.

Het begint al bij het ontbijt. De Nederlander drinkt daarbij niet zoals de rest van de wereld een kop koffie of thee, maar een kopje (of een bakkie), ongeacht de grootte van het servies of de hoeveelheid ingeschonken drank. En hij nuttigt een broodje, puntje of toastje met een eitje, alsof de legbatterijen worden bevolkt door krielkippen. Daarna gaat hij, als hij niet een dagje (kan een dag kleiner zijn dan 24 uur?) vrij neemt, naar zijn werk. Als hij per trein reist koopt hij niet een ticket, Fahrkarte, ticket of vozna karta, zoals respectievelijk de Engelsen, Duitsers, Fransen en Joegaslaven dat doen. Nee, de Nederlander wordt alleen mobiel met een kaartje in de binnenzak van zijn jasje of colbertje, of, als hij vrouw is, in het tasje. Vervolgens zit hij niet een tijd maar een tijdje te genieten van een krantje en een croissantje. En wellicht ook van een sjekkie, sigaretje of sigaartje. Op zijn werkplek aangekomen, pleegt hij eerst een paar telefoontjes. Hij geeft dus een aantal mensen een belletje. “Hebt u een ogenblikje?” klinkt het dan. Vervolgens gaat hij aan de arbeid. De reclamemaker maakt een spotje, de componist een liedje, de journalist schrijft een stukje, en de boekhouder of politicus maakt een kostenplaatje. Dat het daarbij vaak om miljoenen gaat, doet er niet toe. Tijdens de lunch eet hij een kroketje, slaatje of patatje. Vervolgens rekent hij af met een briefje van honderd en krijgt hij als wisselgeld een paar geeltjes, een joetje, kwartjes en dubbeltjes. Aan het einde van de werkdag reist hij terug met zijn retourtje. Voor zijn vrouw (ook wel: vrouwtje) neemt hij een bloemetje mee. De Nederlander gaat dineren in het restaurant van Madurodam, want hij lust enkel gebakken aardappeltjes, sudderlapjes en spruitjes. Natuurlijk wel met een glaasje wijn of een pilsje (ook: biertje). Een toetje na, gevolgd door nog een kopje koffie en een koekje. ‘s Avonds speelt hij een spelletje, legt een kaartje of pikt een filmpje. Vreemd gaat hij nooit, hij maakt hooguit een slippertje. Overigens maakt hij daarbij geen nummer, maar een nummertje. Als hij verstandig is, met een kapotje.


Nog iets van het Web, van een hollands emigrant in Zuid Afrika, en een in Amerika. Dit is een leuk gedichtje daaruit:


Ben ik in Nederland geland, voel ik dit is mijn vaderland.
Ik zie de molens en de gracht,
de haringkar, de bloemenpracht,
de markten en de pofferkraam,
schone gordijntjes voor elk raam,
patat, terrassen en de zee,
het draaiorgel, een bruin cafe.
Maar na een week zie ik de regen,
verbogen borden, volle wegen,
huizen met te dunne muren,
de overlast van zoveel buren.
Op Zondag nooit een winkel open,
voor de T.V. maar blijven hopen,
de hondepoep, school met den Bijbel,
in de families altijd heibel.
De vakantie doet me leren
waarom we gingen emigreren.

Truusje Schenkels, Kaas & Co. U.S.A.

Dit bovenstaand gedichtje slaat de spijker wel heel erg raak.

Het verscheen hier in Zuid Afrika in een maandblad voor Nederlanders in Zuiderlijk Afrika. Oorspronkelijk werd het verleden jaar in een van de Nederlandsche kranten gepubliceerd. Ik ben er zeker van dat allen die in het buitenland verblijven en af en toe naar Nederland gaan voor familie bezoek, er net zo over denken. Het gebeurd telkenmale met mijzelf, maar steeds ga ik weer terug. Weet niet wat de verklaring is hiervoor.

Hartelijke groeten aan allen, Jan (vanuit Kaapstad)

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Leave a Reply