San Francisco – Augustus 2002

posted in: Vakantie | 0

Vrijdag 30 Aug 2002: We vertrekken vanaf Grandbay richting DIA, waar we ditmaal de pickup bij langparkeren achterlaten. Ons vliegtuig vertrekt op tijd van B47 maar we staan 20 minuten op de startbaan te wachten omdat het te druk is in San Francisco. De vlucht duurt ongeveer twee uur en we slapen het grootste deel omdat we zo vroeg op moesten staan vanochtend (5:00 uur). We gaan naar de Hertz balie om de auto op te halen, uiteraard probeert men ons een upgrade aan te smeren, maar de auto die bij het weekend getaway wordt geleverd is groot zat voor deze compacte stad. Later zullen we uitvinden dat een auto hier meer een blok aan het been is.

We rijden San Francisco door richting Golden Gate en gaan over de brug naar de Vista Point aan de andere kant van het water. Het is koud en een beetje mistig, maar we proberen toch een foto van de brug te maken. We besluiten eerst even de noordelijke gebieden boven San Francisco te verkennen. Route 1 leidt noord naar Muir Beach, niet ver van Saucelito. Het is hier vrij landelijk, en we stoppen bij een rustiek aandoende herberg de Pelican Inn genoemd. In deze rustige plek nemen we een lunch en naderhand wandelen we naar het strand nabij. Het is nog steeds een beetje fris dus we gaan terug naar de auto en nemen de kronkelige weggetjes verder die via een omweg weer terugleiden naar San Francisco. Ditmaal moeten we twee bruggen oversteken voordat we weer bij downtown SanFran zijn.

We rijden naar Van Ness waar ons hotel, de Holiday Inn, is. We checken in en krijgen kamer 1924 toegewezen, dat betekent dat we op de negentiende verdieping zitten. Dat is te merken als we de kamer binnengaan, het uitzicht over de stad is fantastisch. Nu maar hopen dat er geen aardbevingen zijn. Toch wel moe van de reis doen we eerst een dutje en gaan daarna lopend de omgeving verkennen. Over stijle heuvels lopen we naar de hoek van Jones Street en Post Street waar we ontzettend veel eten bij het indonesische restaurant de Bouroubodour. Het is lang geleden sinds we indonesisch hebben gegeten en genieten er extra van. Om een of andere reden zijn er op de terugweg minder heuvels dan op de heenweg. We stoppen bij Walgreens en kopen dan een half litertje ijs van Breyers die we op de hotelkamer als toetje nuttigen.

Zaterdag 31 Aug 2002: Om 7 uur uit de veren, het is buiten heel mistig en kunnen van onze hoogte niets meer zien. Vandaag gaan we Fisherman’s Wharf verkennen. We hebben gisteren een dagkaart voor de bus gekocht, want een auto in het centrum is een beetje onhandig. We nemen bus 47 naar de Wharf en gaan ontbijten bij Johnny Rocket’s, een 50’s style diner. Na het ontbijt lopen we naar Pier 41 waar we in de rij moeten staan voor de kaartjes naar Alcatraz die we via de internet hebben besteld. Street performers houden ons bezig met hun acts terwijl de rij langzaam beweegt. In een andere rij kun je kaartjes voor de eerst beschikbare tocht naar Alcatraz krijgen als je niet vooraf besteld hebt: dat is dus pas Maandag. Om 9:30 gaan we weer in de volgende rij staan, ditmaal om aan boord van de boot te mogen die ons naar Alcatraz brengt. Hiervandaan zien we in de verte op pier 39 allemaal zeeleeuwen liggen. Die gaan we straks van wat dichterbij bekijken. Nu gaan we aan boord en voeren in de mist naar Alcatraz. Tegen de tijd dat we bij het eiland aankomen, begint de mist eindelijk iets uit te dunnen en we kunnen de gebouwen wat beter zien. Op een van de gebouwen staat “Welcome Indians”, een overblijfsel van de periode toen native americans (indianen) het eiland hadden bezet. Aan wal worden we verwelkomd door een vrouwelijke parkranger die me herinnert aan een oude collega van me, Joan Hanlon. Zij zou dit werk ook zo kunnen doen. Na het praatje van de ranger mogen we op eigen gelegenheid Alcatraz verkennen. We lopen de stijle weg omhoog naar het cellencomplex en maken binnen foto’s van elkaar in een cel. De cellen zien er niet vriendelijk uit, en kan me voorstellen dat de gevangen hier geen prettige tijd hebben doorgebracht. Er is weinig of geen onderhoud gepleegd sinds de gevangenis eind zestiger jaren is verlaten. Alles ziet er vervallen uit en hier en daar herinneren uitgebrande gebouwen aan de problemen die de indianen hier hebben ondervonden toen zij het probeerden over te nemen. De voornaamste bewoners vandaag de dag zijn de vliegen en vogels. Alcatraz onleent zijn naam aan het spaanse woord voor pelikaan. Het wordt drukker op het eiland door de gestage aanvoer van toeristen door de boten van de Blue and Gold fleet.

Rond 12:00 uur bestluiten we een van deze boten terug te nemen. Als we weer bij pier 41 aankomen staat de volgende lading toeristen te wachten om aan boord te gaan. Wij lopen naar pier 39 om een kijkje te nemen bij de zeeleeuwen. Pier 39 is aangelegd als een toeristen attractie, maar ironisch genoeg zijn de zeeleeuwen die een deel van de aanlegsteigers over hebben genomen de voornaamste trekpleister. We lopen pier 39 op en kopen een stuk chocola en een ijsje om ons gaande te houden. Bij de hoofdingang van Pier 39 eten we ons ijsje op en kijken naar de mensen om ons heen. Een vrouw ziet er grappig uit: ze voert een luidt geprek aan de cellphone met iemand die blijkbaar ook ergens bij de ingang van Pier 39 rondhangt, maar kan hem of haar maar niet vinden…

We lopen weer van het water weg de stad terug in, en belanden in het Italiaanse stadsdeel van San Francisco. Hier zoeken we een bus die ons naar China Town kan vervoeren. Een invalide man in de bus klampt ons aan voor een gesprek, hij wil weten waar vandaan komen, waarschijnlijk omdat we Nederlands praten. Ik zeg hem dat we uit Denver komen, hij is echter niet uit het veld geslagen en verteld dat hij in 1969 ook in Denver heeft gewoond, maar na het overlijden van zijn vrouw naar San Francisco is verhuizd. Hij verteld ons waar we het best uitkunnen stappen voor onze verkenning van China Town. Wij bedanken hem en verlaten de bus. In China Town is het ontzettend druk en kun je werkelijk over de hoofden van de mensen heenlopen. Je waant je hier echt in een andere wereld, en zeker niet meer in amerika. De winkeltjes verkopen allerlei prullaria en exotisch voedsel. Een van de vruchten die overal wordt aangeboden ziet eruit als een soort zee-egel, een meloen met korte stekels. Overal ruikt het exotisch. We lopen verder en nemen uiteindelijk bus 12 naar Union Square waar net als we aankomen koreaanse dansen in klederdracht worden uitgevoerd. Het wordt tijd om naar een eettentje uit te kijken, maar hier aan de rand van het financiele district is weinig wat ons aantrekt. We willen de bus weer terug nemen, maar besluiten maar naar het hotel terug te lopen.

In het hotel zoekt Gepke in de Lonely Planet gids naar een geschikt restaurant. McCormick and Kulato op Girardelli Square lijkt wel wat, maar daar aangekomen blijkt het te druk en er is geen plaats meer voor ons. We lopen daar wat rond en vinden Tarentino’s als redelijk alternatief. Een beetje overpriced, maar het eten smaak ons wel. Na het eten lopen we richting Lombard Street, het kromste straatje van San Francisco. Na een forse klim staan we aan de voet van het kromme deel van Lombard Street. Een hele rij auto’s komt de slingerweg naar beneden, en onderweg flitsen ze de een na de andere foto. Wij nemen het voetpad (trap) naar boven, waar we ook foto’s maken. Mensen die ons naar boven hebben zien lopen verbazen zich dat we dit geheel lopend hebben gedaan. Ja, de amerikaan loopt niet. We steken over en lopen Lomard Street verder af, die nu weer steil naar beneden gaat, maar in ieder geval is de weg nu recht. Ook hier staat een lange file auto te wachten om aan de andere kant het bochtige weggetje naar beneden te rijden. Sommige mensen hebben duidelijk moeite met de steile helling, het is net een hele file van een rijschool die de hellingproef doet. Met een automaat is dit niet echt moeilijk, maar zo nu en dan zit er een handgeschakelde auto tussen. Een daarvan, een BMW heeft zoveel moeite ermee dat hij of zij het na verwoede pogingen met een luid razende motor maar opgeeft en achteruit weer naar beneden rijdt. Dan sta je toch wel voor lul met je snelle BMW, als je niet kunt rijden…

Onder aan de heuvel bij Van Ness willen we de bus weer naar het hotel nemen, maar we besluiten dat we al zoveel hebben gewandeld, dat dat kleine beetje er ook nog wel bij kan. Met hele zere voeten komen we bij het hotel aan en kruipen vrijwel direct onder de wol. Gepke valt meteen in slaap, en ik kijk nog even naar Mrs Doubtfire op TV. Dan val ook ik in slaap, mijn voeten gloeien.

Zondag 1 Sept 2002: We worden wakker en Gepke gaat eerst douchen, terwijl ik de aantekening schrijf voor dit reisverhaal. Samen kijken we naar het nieuws over Bush die niemand kan vinden voor zijn plan om Saddam Hoessein aan te vallen. Ik ga ook douchen en vervolgens gaan we de huurauto uit de hotel garage halen. We rijden richting Mission District waar we ontbijten bij Los Jarritos, een behoorlijk spicy ontbijt met salsa. Niet ver daarvandaan is Balmy Alley, het steegje met mexikaanse muurschilderingen. Na het ontbijt lopen we daarnaartoe en maken wat foto’s. Deze buurt ziet er nou niet bepaald veilig uit en we voelen ons wat ongemakkelijk. We pakken de auto weer en gaan richting Alamo Square om de victoriaanse huizen te bekijken die je zo vaak ziet op ansichtkaarten van San Francisco. We parkeren bij het park en lopen het park in om een beter uitzicht te krijgen. Het park is vol met mensen die hun hond hier uitlaten en ermee spelen. We lopen wat rond en nemen wat fotos voordat we weer verder rijden, ditmaal richting Golden Gate Park. We parkeren en lopen het park in en zien hier het Science Museum. Loek kan zich niet bedwingen, koopt kaartjes en gaat naar binnen. In het museum is onder ander een demonstratie van een aardbeving die wat echter wordt gemaakt met geluid en een bewegende vloer. We lopen verder door het museum waar we schedels zien van de meest uiteenlopende dieren, piepkleine muizen tot schedels van olifanten. Er is ook een aquarium met vissen, reptielen en amphibien. Na een tijdje vliegt het Gepke aan en vluchten we weer naar buiten. We zetten onze tocht voort door het park in de richting van de Japanese Tea Garden. Hier gaan we even zitten in de Zen Garden om het een en ander op te schrijven en in ons op te nemen. Via de Botanical Gardens lopen we weer terug naar de auto en rijden naar het uiterste westelijke punt van Golden Gate Park. Hier is de Dutch Windmill en het Queen Wilhelmina Garden. Als rasechte Hollander moet je dit toch zien nietwaar?

Via het strand lopen we terug naar de auto en nemen een scenic route door het Presidio, waar we onderweg een heel mooi uitzichtpunt vinden bij de Golden Gate bridge. We maken de nodige fotos en rijden daarna naar Pier 3, waar Gepke ineens zeer hoge nood heeft. Een wanhopige zoektocht wordt gestart naar een toilet. Er zijn openbare toiletten op straat, maar de twee die we vinden zijn “temporary out of order”. Uiteindelijk vinden we een restroom in Embracadero 4, een soort kleine shopping mall in het business district. Terug naar de auto en weer naar Van Ness gereden waar we gaan eten bij het Vietnameese restaurant the Golden Turtle. Daarna gaan we, bijna traditiegetrouw, een ijsje kopen bij Walgreens die we op de hotelkamer opeten.

Maandag 2 Sept 2002: Het is vandaag Labor day, een nationale feestdag in Amerika. We zijn weer erg vroeg opgestaan want we moeten om 6 uur op het vliegveld zijn. We proberen via het interactieve systeem op TV uit te checken, maar blijkbaar werkt dit niet voor zessen. Het telefonische systeem werkt wel, dus vanaf de 19de verdieping nemen we de lift direct naar de garage waar de auto op ons wacht. Naar buiten gescheurd en op zoek naar een goedkope pomp om de auto weer vol in te kunnen leveren. In San Francisco is goedkoop $1.75, zo’n slordige 20 cent duurder dan in Denver. We nemen de snelweg naar het vliegveld en komen op een soort zoektocht terecht naar de rental car return. De aanwijzingen daarnaartoe lijken meer op een puzzeltocht dan op clear cut instructions die je op andere vliegvelden in de US vindt.

We vinden het uiteindelijk en nemen de shuttle naar de terminal, daarbij hebben we blijkbaar voorgekropen want de lange rij wachtende mensen kijken ons beteuterd na. Op de stoep van de terminal checken we onze ene koffer in, maar krijgen geen boarding pass. Die moeten we uit een machine halen verderop. Ook dit verloop niet zo soepeltjes en we gaan teleurgesteld op zoek naar menselijk contact die ons kan helpen. We komen echter van een kouwe kermis terug want de man achter de balie zegt resoluut: “try it again!”. Dus ik try het again, en ditmaal rollen er twee boarding passes uit. We zetten onze tocht verder richting gate 80. Onderweg stoppen we bij Noah’s Bagels voor een stukje piepschuim tussen twee stukjes karton wat door moet gaan voor een broodje ei. We eten het toch maar op en stappen kort daarna in het vliegtuig. Allebei moe is de terugvlucht een aaneensluiting van hazeslaapjes. In Denver komen we weer genoeg bij om de weg terug naar huis te vinden. Mooie stad San Francisco, maar geen aardbeving meegemaakt. Jammer…

Loek & Gepke

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Leave a Reply