Chicago en Michigan – Mei 2001

posted in: Vakantie | 0

Donderdag ochtend was het zover. We gingen op onze langverdiende vakantie naar Michigan en Illinois. We hadden de hond gisteren naar de kennel gebracht, en gezorgd dat er iemand langskwam voor de kat en de planten. We gooiden de bagage in de auto en gingen op weg naar het langpakeren terrein van Denver International Airport. Nadat we op het pakeerterrein een plekje kregen toegewezen werden we met een shuttle naar de terminal gereden. We hadden geen koffers om in te checken dus gingen we meteen naar de gate op pier B. Na het tonen van onze rijbewijzen kregen we onze instap kaart. Papieren tickets komen er niet meer aan te pas als je via de internet een elektronische ticket koopt. We taxieden naar de startbaan, maar een grote onweersbui weerhield de piloot ervan om op te stijgen. Hij besloot de tegenoverliggende startbaan maar te gebruiken, een ritje van bijna een kwartier. Om rond 8:00 uur s’ochtends steeg het vliegtuig dan toch eindelijk op richting Chicago.

Na een vlucht van ruim 2 uur zetten we weer voet op vaste grond. We waren iets te vroeg om de huurauto op te halen. Om het speicale weekend tarief te krijgen, moesten we tot 12 uur wachten. We hebben toen maar 20 minuten op een bankje gezeten en mensen gekeken die heen en weer renden in de terminal. Uiteindelijk konden we de papieren tekenen en de auto gaan halen. Het was prettig warm in Chicago, toen we buiten in de shuttle stapten die ons naar onze huur auto bracht. We legden de koffers achterin, controleerden of de auto geen beschadigingen had die men ons eventueel bij terugkeer in rekening konden brengen, en gingen op weg. Het was gelukkig niet zo druk en al gauw vonden we de weg via I-90 en I94 richting Indiana.

Het uitzicht onderweg verschilde duidelijk van dat in Denver. Hier zie je een dichte haag van grote volwassen bomen langs de weg, in tegenstelling tot de uitgestrekte open prairie. Dankzij het voor ons ongewone uitzicht vloog de twee uur lange autorit voorbij en waren we voor we het wisten in Holland, Michigan. We gingen meteen op zoek naar ons Motel (Super 8) zodat we konden inchecken. Vervolgens gingen we de stad een beetje rondtoeren. Allereerst lijkt Holland op elke andere kleine stad in Amerika. Echter naast de McDonalds, Walmarts en Taco Bell’s zie je ook middenstand met namen als Vandenakker, Boersma en de Vries. Onderweg zijn we gestopt bij een grote begraafplaats en hebben hier rondwandelend gekeken naar de namen op de grafstenen: Cornelis de Wit, Henk Voorhout, Boukje Van Dam. Namen die ons zeer Nederlands in de oren klinken. Holland is een echte Nederlands kolonie, van voornamelijk gereformeerde afkomst.

Toen onze magen begonnen te rommelen zijn we naar de Piper Restaurant gereden. Dit restaurant ligt aan het eind van een doodlopende weg bij een uitloper van Lake Michigan: Lake Macatava. In deze uitloper is een kleine jachthaven gebouwd waaruit je vanuit het restuarant uitzicht heb. Een erg mooie en rustige plek om te eten, en het eten was er heerlijk. Met volle buiken zijn we teruggereden naar Holland, en hebben s’avonds in de locale bioscoop naar “The return of the Mummy” gekeken.

De volgende ochtend hebben we besloten om eens als echte amerikaanse toeristen naar al dat hollandse te kijken. We zijn allereerst naar Veldheer’s Tulip and Klompen Factory gegaan. Deze nederlandse afstammeling heeft bollenvelden zomaar midden in Michigan! Als je er rondloopt lijkt het alsof je in Keukenhof of Alsmeer bent. In een grote schuur is ook nog een klompenfabriek, waar de klompen op precies dezelfde wijze als in Nederland worden gemaakt. Vervolgens is er ook nog een werkplaats waar delftbauw aardewerk wordt gemaakt. Afgezien van het merkje onder het aardewerk is het soms niet van echt te onderscheiden.

Na Veldheer zijn we naar het Dutch Village gegaan verderop aan dezelfde weg. Als nederlander zul je wel lachen om de manier waarop men nederland voorstelt. Het dorp is te vergelijken met een kruising van Kinderdijk en Leiden. Men heeft er kanaaltjes met gevelpanden erlangs. Op straat staan hondekarren en elk huis wat je inkunt is verbouwd tot souvenier winkel. Men heeft bij de verkoop van de artikelen daar wel moeite om Nederlands van de rest van Europa te onderscheiden. Wat zou je denken van echte nederlandse Koekkoeksklokken?

Op straat in de Dutch Village is van alles gaande. Er zijn straatdraaiorgels, klompendansen, mannen en vrouwen in klederdracht. Veel van het personeel spreekt met een Nederlands accent, maar spreken blijkbaar geen Nederlands. Vreemd…

Na de Dutch Village nog even doorgereden voor een bezoek aan een echte Nederlandse molen. Op Windmill Island heeft men een molen opgebouwd die men in 1965 vanuit Noord-Brabant heeft laten overkomen. Je kunt de molen in en met een rondleiding naar het hoogste punt gaan. De molen wordt nog echt gebruikt voor het maken van meel, die je in het lokale winkeltje kunt kopen. Er stond niet veel wind die dag dat wij er waren, en men schijnt hier nooit kanvas zeilen aan de wieken te doen, dus er moet een stevige bries staan voordat de molenaar aan het werk kan.

De overdosis nederlandse kultuur amerikaanse stijl ging ons niet in de kouwe kleren zitten, dus we besloten de dag maar met een ritje naar het noorden. Grand Haven beach ligt net noordelijk van Holland en het was de eerste plaats waar we eindelijk Lake Michigan van dichtbij konden bewonderen en proeven of het echt niet zout was. Lake Michigan is aan de oost zijde bijna overal verborgen door hoge duinen. Je kunt soms niet verder dan 20 meter van de kust zijn, en het nog niet zien. Hier in Grand Haven konden we op een stranje een stukje langs het meer lopen. Het is moeilijk voor te stellen dat het een meer is. In alle richtingen strekt het blauwe water voor je uit zonder dat je in de verte land kunt zien. Het lijkt gewoon een zee of oceaan.

Terug naar Holland en vlakbij het motel gedineerd in de Rio Grande. Na al dat Hollandse moesten we gewoon even eten uit het westen hebben. Grote biefstuk met een biertje, dat is tenminste een stevige maaltijd. Morgen rijden we naar Chicago.

Op zaterdagochtend de auto weer volgegooid met dure ($2.12) benzine en richting Chicago gegaan. Onderweg in Benton Harbor gestopt voor een ontbijtje in een truck stop. In Benton Harbor is een grote fabriek van WhirlPool, tegenwoordig eigendom van Phillips dus oook een beetje Hollands… Via South Shore Drive langs LakeMichigan kwamen we in Chicago Near North aan waar we bij Days Inn een kamer hadden geboekt. Parkeren in Chicago is erg duur maar het hotel bood parkeren in de lokale parkeer garage voor half geld aan. Uiteindelijk hebben we de auto in Chicago vrijwel niet gebruikt, maar veel gelopen, taxis gebruikt en met de EL (elevated line) gereisd. Op weg naar het hotel zijn we gestopt bij het Adler Planetarium en hebben een showtje daar bekeken. Het Adler Planetarium ligt aan het eind van Meigs Field. Meigs Field is een vliegveld voor zaken vleigtuigjes dat half in Lake Michigan ligt. Het is vooral bekend voor gebruikers van het Microsoft spelletje “Flight Simulator” wat standaard daar begint. De burgemeester van Chicago heeft meerdere malen geprobeerd Meigs Field te sluiten, maar de zakenmensen in downtown Chicago stellen de nabijheid van een zakenvliegveld wel op prijs en hebben blijkbaar meer in de melk te brokkelen dan de burgemeester. Voorlopig blijft het vliegveld open.

Na het inchecken in het hotel hebben we een wandeling naar het strand gemaakt. We waren onder de indruk van de afmetingen van Chicago. Daarbij vergeleken is Denver maar een dorp. De stad is ook erg schoon en modern. Na de wandeling zijn we op de terug weg gestopt voor een maaltijd bij een Turks Restaurant (Cousin’s) en hebben vervolgens ons bed opgezocht in ons piepkleine hotelkamertje.

Zondagochtend hebben we de EL naar downtown genomen en zijn naar het Field Museum of Natural History gewandeld. In het museum hebben we “Sue” gezien. Een Tyrranosaurus Rex waarvan een bijna kompleet skelet een jaar geleden is gevonden. Het museum heeft ook een egyptische kollectie van redelijke afmetingen en andere interessante bezienswaardigheden. De voeten begonnen al een beetje zeer te doen, dus hebben we maar een taxi genomen naar de Navy Pier. Deze pier is in 1995 geheel gerestaureerd en in volle glorie hersteld. Toen we er aankwamen zijn we midden in de file maar uit de taxi gestapt, want lopend kon je er sneller komen dan met de auto door de grote drukte. Deze pier is te vergelijken met de pier van Scheveningen. Je kunt over de mensen heenlopen zo druk is het, maar er is van alles te zien. Het uitzicht word overheerst door het grote reusenrad halverwege. Er zijn veel winkeltjes, straat artiesten en aan het eind van de pier is een biertuin waar muziekanten op treden. De mensen drukte overviel ons een beetje, en we zijn maar via de achterkant waar bijna geen mensen waren weer terug gewandeld. Zo langzamerhand hadden we zoveel gelopen dat onze voeten tot stompjes leken te zijn geworden. Eindelijk kregen we het spoor van de EL in zicht, maar toen we eronder stonden bleek het station niet in zicht. Na een pijnlijke wandeling vonden we toch het station voor de trein naar het hotel. Bij het hotel aangekomen vielen we op het bed en hebben een lekker dutje gedaan. s’Avonds hebben we dichtbij een Vietnamees Restaurant gevonden “Y2K” geheten waar we lekker hebben gegeten.

Het is alweer maandag en vanmiddag gaat onze vlucht terug naar Denver. We besluiten nog een ritje naar het noorden te maken waar de duurdere buitenwijken van Chicago zich bevinden. Onderweg verbazen we ons over de afmetingen van deze huizen. Kastelen op vele voetbalvelden grote stukkken land vlak aan het meer gelegen. Sommige staan te koop, maar als je moet vragen hoeveel ze kosten, kun je ze waarschijnlijk niet betalen. Na de rit door al deze decadentie gaan we de auto inleveren bij Hertz en nemen de shuttle naar de Terminal. We zijn wat vroeg en bij navraag blijkt dat we een vlucht 40 minuten vroeger terug kunnen nemen. We laten ons op de standby list plaatsen en blijken inderdaad mee te kunnen.

Rond 5:00 uur lokale tijd arriveren we in Denver en nemen de shuttle weer terug naar het lang parkeren terrein. We nemen een omweg terug om de hond op te halen, die wel een beetje blij is om ons te zien. De volgende dagen is ze een beetje stil, we denken omdat ze haar vriendjes bij de kennel mist, maar dat gaat al gauw over. Onze standaard souveniers prijken alweer in het keuken kastje: een koffie beker uit Holland en een uit Chicago.

Loek & Gepke

Share us: Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Leave a Reply